Huilen om de juiste reden

Bron: Breslev.co.il Zolang onze Beit Hamikdash - de Heilige Tempel in Jeruzalem - niet herbouwd is, moeten we echt verdriet voelen over zijn vernietiging. Tikkun Chatzot, of middernacht klaagzangen, is ons voorgeschreven dagelijks gebed om ons verlangen naar de Heilige Tempel uit te drukken.

Gedurende de drie weken voorafgaand aan Tisha B'Av (de negende dag van de joodse maand Av; ) - de dagen waarin de vernietiging plaatsvond - verhogen we onze rouw. Op Tisha B'Av (dit jaar op 16 juli 2013), is het verdriet op zijn hoogtepunt; we vasten, zitten op de grond, huilen en reciteren klaagzangen.

De Gemorra zegt dat vanaf het moment van de vernietiging van de Heilige Tempel het voor iemand verboden is om in deze wereld met heel zijn hart te lachen. Dit betekent echter niet dat we verdrietig moeten zijn, wat God verhoede.

Iemand moet weten hoe op elk moment Hashem te dienen, en wat de juiste dienst is in een bepaalde omstandigheid.

Om Prediker te parafraseren, in een tijd waarin men gelukkig moet zijn, moet men blij zijn, op een moment dat men moet huilen, moet men huilen. Zelfs wanneer iemand huilt, moet hij oppassen dat hij huilt om de juiste reden. Zijn tranen moeten tranen van verlangen zijn en niet vanwege grieven en klachten. Men moet heel voorzichtig zijn om niet te vallen in de valkuil van ongefundeerd geween, dat de oorzaak is van alle vernietiging.

De richtlijnen van onze Wijzen om de vernietiging te gedenken impliceren niet dat we somber moeten zijn, wat God verhoede. Hun bedoeling is ons te herinneren om te streven naar het corrigeren van de redenen voor de vernietiging, om te weten wat we door onze zonden verloren en te verlangen naar Hashem. Het belangrijkste punt is om zich te bekeren en de oorzaak van de vernietiging te verhelpen.

De Talmoed in Tractaat Sukkah spreekt over Rabban Gamliel, Rabbi Elazar ben Azarja, Rabbi Yehoshua en Rabbi Akiva - vier heilige Tannaim - die, terwijl zij op weg waren, het rumoer van de Romeinen op een afstand van honderden mijlen konden horen. Er was zo veel vreugde en gejuich in Rome dat het in het Land van Israël kon worden gehoord. Bij het horen van deze commotie, huilden Rabban Gamliel, Rabbi Elazar en Rabbi Yehoshua, terwijl Rabbi Akiva blij was en lachte.

"Waarom ben je gelukkig?" vroegen zijn vrienden.

"En waarom huilen jullie?" antwoordde Rabbi Akiva.

"Waarom zouden we niet huilen als die afgodendienaars zich verheugen terwijl onze heilige tempel is verwoest?" antwoordden ze.

"Dat is nu precies de reden waarom ik ben zo gelukkig ben", antwoordde Rabbi Akiva.

"Alsjeblieft leg dat eens uit", zeiden ze.

"Als we zien hoe overtreders van God's wil genieten van zo veel succes en geluk - hoeveel meer plezier en succes zal dan worden genoten door hen die Zijn wil uitvoeren? Zeker, de natie van Israël zal uiteindelijk enorme vreugde ten deel vallen - oneindig veel meer dan de vreugde die de Romeinen nu ervaren," legde Rabbi Akiva uit.

Rabbi Akiva was onvermurwbaar als het erom ging in elke situatie het goede te zien, met inbegrip van de nasleep van de vernietiging van de Heilige Tempel. Hij zag ook het goede in het feit dat degenen die Hashem kwaad maakten, geluk en succes konden genieten. Hij slaagde erin om uit elke situatie de positieve boodschap te herleiden. Hij realiseerde zich - in het geval van de Romeinen - dat als zij die Hashem woedend maken zoveel goeds ontvangen, men zich amper de zegeningen kan voorstellen die te zijner tijd zullen komen, voor degenen wier daden aan Hashem voldoening geven.

We leren van Rabbi Akiva dat, hoewel we moeten huilen over de vernietiging van de Heilige Tempel, we dit alleen moeten doen tijdens het middernacht gebed (Tikkun Chatzot) en op Tisha B'Av. De overige tijd moeten we altijd gelukkig zijn.

De Talmoed vertelt dat deze vier grote wijzen hun wandeling voortzetten en Mount Scopus bereiken vanwaar men een uitzicht heeft op de plaats van de Heilige Tempel. Ze stonden daar en scheurden hun kleren als teken van rouw.

De wijzen zagen een vos komen van de plaats waar het Heilige der Heiligen had gestaan. Ze begonnen te huilen. Maar nogmaals Rabbi Akiva was blij en lachte.

"Nu, waarom ben je zo blij ?" vroegen ze hem.

"En waarom huilen jullie weer?" antwoordde Rabbi Akiva.

"Waarom zouden we niet huilen?" vroegen ze. De plaats waarover geschreven is, "En de vreemdeling die het nadert zal ter dood gebracht worden", daar hebben nu vossen gelopen - en moeten we dan niet huilen? En jij, waar lach je om?"

Rabbi Akiva zei tot de wijzen:. "Zolang de profetie van de vernietiging niet was vervuld was ik bezorgd dat de profetie van de verlossing ook niet zou worden vervuld, maar nu de vernietiging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, kunnen we er zeker van zijn dat de profetie van Zacharia ook zal worden vervuld, en er zal voor de Joden een grote en volkomen verlossing, geluk en vreugde zijn. Daarom ben ik blij en lach ik."

Toen de vrienden van Rabbi Akiva dit hoorden, riepen zij uit: "Akiva, je hebt ons getroost! Akiva, je hebt ons getroost!"

Rabbi Akiva toont ons hoe een dienaar van God naar de wereld moet kijken. Alles gebeurt op de juiste manier en op de juiste tijd. Zeker, Rabbi Akiva rouwde niet minder om de tempel dan de andere heilige wijzen. Maar hij wist wanneer te huilen en wanneer zich te verheugen. Wanneer hij huilde, was dat niet uit ondankbaarheid, verdriet of wanhoop. Zijn tranen waren tranen van verlangen.

Laten we eens even nadenken. Missen we de Heilige Tempel? Als we de Tempel echt willen herbouwen, waarom blijven we dan huilen?

Als we echt het verlies van onze Heilige Tempel betreuren, dan zou hij al herbouwd zijn. Onze wijzen leren ons dat wanneer de Heilige Tempel niet gebouwd wordt in onze generatie, dan is het alsof de Tempel in onze generatie werd vernietigd.

Hoe kan dat?

Hashem wil zeker niet dat de Heilige Tempel opnieuw wordt verwoest, dus zal Hij de Tempel niet eerder voor ons bouwen tot we het waardig zijn. Om de Heilige Tempel te verdienen, moeten we terug naar het pad van waarheid en geloof. Iedereen moet ernaar streven om zijn of haar deel te doen om te voorkomen dat hij de oorzaak is van vertraging in de volledige verlossing van ons volk, en bij de wederopbouw van onze Heilige Tempel. We kunnen dit bereiken door het versterken van onze emuna en onze dankbaarheid tonen aan Hashem voor alles wat Hij doet - het goede en het schijnbaar andere.

We kunnen terecht tranen huilen vanwege onze zonden, die de herbouw van de Tempel vertragen, of over het pijnlijke feit dat het Joodse volk en de wereld in het algemeen gehuld zijn in zware geestelijke duisternis. Maar nadat gestopt is met huilen, moeten we gelukkig zijn en ons bewegen naar een meer constructieve manier van doen. Zelfs op Tisha B'Av - wanneer we urenlang klaagzangen aanheffen - moeten we oppassen niet te vallen in de put van verdriet.

Door gelukkig te zijn, versterkt iemand niet alleen zijn eigen emuna, maar hij heeft ook de mogelijkheid om anderen te helpen zich te versterken. Op zijn beurt speelt hij een rol in het verhaasten van de herbouw van de Tempel, snel en in onze dagen, amen!

Geschreven door Rabbi Shalom Arush. Vertaald door Rabbi Lazer Brody en vertaald uit het Engels door de webmaster.
Bron: Crying of the Right Reason

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, boven-natuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Gemorra is de zorgvuldige bewerking, in de 2e tot 5e eeuw van de gewone jaartelling, van de Mishna, die dient als het fundament van de Joods wet.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Mishna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tannaim (leraren) waren de rabbijnen die de Mishna opstelden, van ongeveer 10-220 gewone jaartelling.