Channa de Makkabese en haar zeven zonen

Bron: Breslev.co.il Aantekening van de redacteur: Tijdens het Chanuka feest herdenken wij de overwinning op de Grieken, geleid door koning Antiochus, die onze Heilige Tempel verontreinigde en het gehoorzamen aan ons heilig geloof vogelvrij verklaarde. De Gemara vertelt het ontroerende verhaal van Chana en haar zeven zonen, die eerder het martelaarschap prefereerden dan te bukken voor de Grieken en de Hellenisten. Dit is een verhaal wat traditie getrouw in veel gezinnen wordt verteld tijdens het Chanuka feest.

Antiochus was vastbesloten zijn kwaadaardige edicten over de Joden af te dwingen door krachtig hun verbondenheid aan de Tora te vernietigen. Hij verbood de in achtneming van alle religieuze wetten; iedereen in het bezit van een Tora zou ter dood worden gebracht; besnijdenis, koosjer voedsel, sabbat, alle overblijfselen van het Judaïsme werden verboden. Philip werd benoemd als gouverneur over Judea en hij begon meedogenloos de edicten van de koning uit te voeren. Hij besloot zijn campagne te beginnen met de arrestatie van de notabele wijze en Hogepriester, Elazar. Elazar dwarsboomde het plan van Philip en koos voor het martelaarschap in plaats van onderwerping. Spoedig daarna werden Chana en haar zeven zonen gearresteerd.

Toen de koning die terugkeerde naar Antioch, hoorde over de gebeurtenissen die plaats vonden in Jeruzalem, besloot hij een actieve rol te spelen in het afdwingen van zijn besluiten. De moeder en haar zonen werden gebonden voor de koning gebracht.

Antiochus trachtte de oudste jongen te overtuigen de Tora op te geven. De jongen antwoordde met grote overtuiging, "waarom verveel je ons met deze lange toespraak om te proberen jou walgelijke godsdienst aan ons op te leggen? Wij zijn gereed te sterven terwille van de Tora. Schiet op en dood ons!"

De koning was woedend en gaf opdracht zijn tong uit te rukken en zijn handen en voeten af te hakken en in het vuur te gooien. de soldaten begonnen de jongen te martelen en dwongen zijn moeder en zijn zes broers zijn ondragelijke pijn gade te slaan.

In plaats daarvan prikkelde het martelaarschap de familie tot het besluit hun lot te accepteren en de Naam van G-d te heiligen. Toen de tweede broer voor de koning was gebracht smeekten zelfs leden uit het gevolg van de koning de jongen om de koning te gehoorzamen. De jongen antwoordde echter, "Doe met me wat je wilt. Ik heb niet minder toewijding voor G-d dan mijn broer." Zijn marteling was net zo bitter als die van zijn broer. Toen hij stierf vertelde hij de koning, "Wee u meedogenloze tiran! Onze zielen gaan naar G-d. En wanneer G-d de doden zal doen opstaan en Zijn dienaren de martelaren, dan zullen wij leven. Maar jouw ziel zal verblijven in een plaats van eeuwige gruwel!"

Tot verbazing van allen onderging de derde broer onversaagd hetzelfde lot. De vierde broer herhaalde zijn broers vermaningen en bood vastbesloten het hoofd aan zijn wrede dood. Voordat hij gedood werd, wende de vijfde broer zich tot Antiochus en zei: "Ga er niet van uit dat G-d ons overgeleverd heeft in jouw handen om je te verheerlijken of omdat Hij ons zou haten. Het is omdat Hij van ons houdt en ons deze eer geeft. G-d zal zich wreken op jou en je nageslacht."

De bloeddorst van de koning was niet gelenigd en de zesde broer kwam op dezelfde manier aan zijn eind als de broers die hem voorgingen. Zijn woorden gaven uiting aan zijn groot geloof dat G-d uiteindelijk het lijden van Zijn dienstknechten zou vergelden.

Tijdens deze verschrikkelijk opeenvolgende gebeurtenissen stond Chana bij haar zonen, gaf hen kracht en bemoedigde hen. Nu bleef alleen nog de jongste over om de koning het hoofd te bieden. Toen hij voor de koning werd gebracht bood hij hem goud en zilver aan als hij de wil van de koning zou doen. De zeven jaar oude jongen spreidde dezelfde moed ten toon als zijn broers en hoonde de koning om zijn bedreigingen uit te voeren.

De koning kon niet geloven dat een jong kind dergelijke woorden kon spreken en hij verzocht dan ook dat Chana bij hem gebracht zou worden. Chana stond voor de moordenaar van haar kinderen en luisterde naar wat hij te zeggen had. "Vrouw heb mededogen met dit kind. Haal hem over mijn wil te doen zodat je tenminste één kind hebt dat overleeft en ook jij zal leven. Zij gaf voor hiermee accoord te gaan en vroeg om met haar zoon te mogen spreken.

Toen ze bij elkaar stonden, kuste Chana haar jongen, en zei, "Mijn zoon, ik droeg je negen maanden in mijn lichaam, ik verzorgde je en gaf je tot nu toe te eten. Ik heb je geleerd G-d te vrezen en Zijn Tora hoog te houden. Zie de hemel en de aarde, de zee en het land, het vuur en het water, de wind en alle andere wat geschapen is. Weet dat ze allemaal geschapen zijn door G-ds woord. Hij schiep de mens om Hem te dienen en Hij zal de mens belonen voor zijn daden. De koning weet dat hij veroordeeld is door G-d. Hij denkt dat hij, wanneer hij jou overtuigt, G-d genade met hem zal hebben. G-d heeft de controle over je leven en Hij kan je ziel wegnemen wanneer Hij dat wenst. Dat ik toch de grootheid van jouw glorierijke plaats zou mogen zien, waar we zullen worden verlicht door G-ds licht en waar we samen zullen jubelen en ons zullen verheugen."

Chana keerde terug naar de koning en zei, "Ik heb hem niet over kunnen halen."

De verbitterde koning richtte zich opnieuw tot het kind die hem antwoordde, "Wie probeer je te overtuigen met je woorden en je verlokkingen? Ik lach om je dwaasheid. Ik geloof in de Tora en in de G-d die jij lastert. Jij zult een gruwel zijn voor de hele mensheid, walgelijk en ver van G-d."

De koning was woedend. Volgens de Talmoed, gaf Antiochus de jongen een kans zichzelf te redden door te buigen en zijn zegelring te kussen, maar de jongen weigerde. Toen zij hem weg brachten smeekte Chana hem voor het laatst te mogen kussen. Alsof zij tot al haar zeven kinderen sprak, zij Chana, "Mijn kinderen, zeg tegen je voorvader Abraham, 'Jij legde slechts één zoon op het altaar, maar ik zeven." Toen beval Antiochus de jongen erger te martelen dan zijn broers.

Chana liet men achter bij de verminkte lichamen van haar zonen, in een gebed verheerlijkte zij G-d. Toen wierp de radeloze vrouw zich van een dak en rustte naast haar gemartelde zonen.

Vertaald uit het Engels door de webmaster.
Bron: Chana and Her Seven Sons

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Chanoeka is het enige belangrijke feest dat niet in de bijbel genoemd wordt. Het wordt gevierd ter herinnering aan de herinwijding van de Tempel in Jeruzalem door de Makkabeeën, nadat deze, in het jaar 165 voor de gewone jaartelling, de Syriërs verslagen hadden. Daarbij neemt de vondst van een kruikje reine olie, die gebruikt kon worden om de menora in de tempel weer aan te steken, een belangrijke plaats in. Hoewel de hoeveelheid olie slechts voldoende was voor één dag bleef de lamp door een wonder acht dagen lang branden. Na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 van de gewone jaartelling bleef Chanoeka als lichtfeest gehandhaafd. Het viert het behoud van de eigen, joodse identiteit.

Gemorra is de zorgvuldige bewerking, in de 2e tot 5e eeuw van de gewone jaartelling, van de Mishna, die dient als het fundament van de Joods wet.

Mishna is de mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.