BSD

Spreuken van de Vaderen

Spreuken van de Vaderen, deel 6

Misjna 1

spreuken "De Wijzen verklaarden in de taal van de Misjna, gezegend is Hij die dezen en hun leringen heeft uitgekozen...." (6:1)

De Spreuken van de Vaderen bestaan uit vijf hoofdstukken van Misjnajot en daaraan is een zesde hoofdstuk toegevoegd. Dit zesde hoofdstuk behoort namelijk niet tot de Misjna, maar tot de Barajtot. De Barajtot zijn de uitspraken die buiten het leerhuis van Rabbi Jehuda HaNasi zijn gezegd en aan de Spreuken van de Vaderen zijn toegevoegd.

Dit zesde deel van de Spreuken van de Vaderen heet 'Kinjan Tora'. Kinjan is te vertalen met transactie: een daad van overname. Een voorwerp gaat van het domein van de verkoper naar het domein van de koper. Het voorwerp ondergaat weliswaar verandering van eigennaar, maar de essentie van het voorwerp blijft onveranderd.

Dit zesde en laatste deel van de Spreuken van de Vaderen wordt op de sjabbat die aan het Wekenfeest, het feest van de Gave van de Tora, voorafgaat gelezen. 'Kinjan Tora' wekt de lust op om Tora te leren en om van de Tora te houden. In dit hoofdstuk leren wij dan ook hoe wij ons moeten voorbereiden op het ontvangen van de Tora op het Wekenfeest.

Rabbi Joshua ben Levi zei: "Elke dag weergalmt de echo van de berg Choreb en verkondigt al zeggende: 'Wee de schepselen die de Tora beledigen want een ieder die zich niet bezighoudt met Tora wordt berispt...' (6:2)"

In deze Misjna komen enkele punten voor die opheldering eisen.

De Tanna gebruikt hier de naam Choreb voor de berg Sinaï. De berg Sinaï heeft verschillende namen. Het zou hier te verwachten zijn dat de naam Sinaï gebruikt zou worden omdat er hier sprake is van de Tora. Staat ook niet in het begin van het traktaat (1:1) geschreven dat 'Mozes de Tora van Sinaï ontving'?

Waarom gebruikt de Tanna hier het woord voor bezighouden met de Tora en niet het algemeen gebruikte woord voor het leren van de Tora?

Over iemand die zijn tijd niet aan Tora leren besteedt staat geschreven "Want hij die het woord van HaSjem verkwanseld..... zal zekerlijk afgesneden worden." Dat is een zeer zware straf. Waarom gebruikt de Tanna hier het woord voor berisping voor iemand die zich niet met Tora bezighoudt. Een berisping drukt immers niet zozeer de strengheid van de kwestie uit.

Over de Tanna Joshua ben Levi vinden wij dingen die wij niet bij andere Tannaïm kunnen vinden. De Tanna Joshua ben Levi kwam levend het paradijs binnen. Tijdens de levensdagen van Rabbi Joshua ben Levi was er geen regenboog aan de hemel te zien.

Rabbi Joshua ben Levi had zijn lichaam zo gelouterd, dat hij levend het paradijs kon betreden. Hij had zijn lichaam verfijnd en gezuiverd. Hij dacht niet alleen aan zichzelf, hij dacht aan de hele wereld. Zijn werkzaamheden hadden invloed op de hele wereld. Tijdens zijn leven had de wereld de regenboog niet nodig. De wereld hoefde het teken van de regenboog niet te zien om er aan herinnerd te worden dat HaSjem niet weer een zondvloed vanwege de vele overtredingen zou brengen. De werkzaamheden van Rabbi Joshua ben Levi hadden als gevolg dat iedereen kon zien dat het komen van een zondvloed onmogelijk was.

In het chassidisme wordt naar voren gebracht dat de werkzaamheden van Mozes met name in de ziel waren gelegen en de werkzaamheden van de profeet Elia voornamelijk in het lichaam. Ondanks alle verhevenheden van Mozes die ook 'de uitgelezenste van alle mensen' wordt genoemd, steeg zijn lichaam niet op naar de hemel. De profeet Elia hield zich bezig met de zuivering en verfijning van zijn lichaam en steeg in een storm met zijn lichaam naar de hemel.

Hieruit kunnen wij begrijpen dat Rabbi Joshua ben Levi, die levend het paradijs binnentrad niet alleen werkzaam was aan zijn ziel maar ook aan zijn lichaam.

Zoals de Tanna aan zichzelf werkte zo eiste hij ook van anderen om aan henzelf te werken. Hij eiste de Tora niet alleen met de ziel te leren en Torastudie om der wille van zichzelf te doen, maar ook om de Tora aan de wereld te verkondigen: om de hele wereld met Tora te laten doordringen, opdat elke plaats een woning voor HaSjem zal zijn.

Degene die zich niet met Tora bezighoudt wordt berispt. Het betreft hier niet iemand die geen Tora leert. Het tegenovergestelde, het betreft iemand die Tora leert en die al zijn vrije tijd gbruikt met Torastudie zowel overdag als 's nachts. Echter, hij beïnvloedt zijn omgeving niet met zijn Torastudie. Hij leert voor zichzelf en loutert de wereld hier niet mee. Hij zal weliswaar in deze en in de komende wereld loon ontvangen voor zijn Torastudie, want straf komt hem, wat HaSjem verhoede, niet toe. Maar hij wordt berispt.

De Tanna gebruikt juist de naam van Choreb in zijn uitspraak over de echo die van de berg Choreb weergalmt, omdat het woord Choreb van het woord 'lehachriv' dat verwoesten betekent, is afgeleid.
Choreb heeft de kracht om de materie, het lichamelijke te verwoesten en te verfijnen. Door dit proces wordt het mogelijk gemaakt om de materie, het lichaam in een gebruiksvoorwerp voor HaSjem te veranderen. Zo was de Tanna Joshua ben Levi werkzaam aan zichzelf en zo gaf hij deze instructie door een ieder van ons: om ons met de Tora bezig te houden.

Het bezighouden met de Tora, een 'Tora business' is te vergelijken met een gewone wereldse business. Een zakenman verschuilt zich niet met zijn handelswaar in zijn kamer en wacht tot de klanten het initiatief zullen nemen om de deur open te breken en te smeken om alsjeblieft wat van zijn handelswaar te mogen kopen. Het tegenovergestelde is waar! Een verstandige zakenman zal zijn zaak op een plek waar veel volk langs komt openen. Hij gebruikt verschillende methodes om de kwaliteit van zijn handelswaar aan te prijzen. Ook wanneer een voorbijganger niets in zijn zaak zal kopen, weet de voorbijganger wat er in zijn zaak te koop is en zal het onthouden voor het geval hij in de toekomst de betreffende handelswaar nodig heeft.

Hetzelfde geldt voor de 'Tora business': iemand die Tora leert mag geen voldoening hebben met het feit dat hij voor zichzelf leert. Ook wanneer er studenten komen die bij hem willen leren is dat niet genoeg. Hij moet zijn best doen om naar een plaats te gaan waar zich veel mensen bevinden om daar Tora te leren. Hij moet verschillende pogingen ondernemen om steeds meer mensen bij de Tora te betrekken, evenals een zakenman die zich reuze inspant om zijn handelswaar te verkopen.

Iemand die handelswaar koopt en vervolgens voor dezelfde prijs verkoopt kan geen zakenman genoemd worden. Een zakenman is iemand die verdient en een goede en een waardige broodwinning heeft.

Ook iemand die Tora leert moet ervaren dat hij daarmee verdiensten heeft. De Torastudie moet met levendigheid geschieden. Op het moment dat hij met levendigheid leert wordt er nog een deel aan de wereld van de Tora toegevoegd en dat is zijn verdienste. Wanneer hij dat echter niet zo ervaart en niet de waarde van de Tora inziet dan is dat een belediging van de Tora. Het kan zijn dat hij Tora leert en zelfs de Tora verspreidt, echter zonder de nodige levendigheid. Zo iemand lijkt op een arbeider die zijn werk goed uitvoert, maar geen directeur is die de zaak aan het hart gaat.

Iemand die Tora leert moet zich zo met de Tora bezighouden zoals Rabbi Joshua ben Levi dat heeft gezegd.

Laten wij met Spreuken van de Vaderen 6:11 afsluiten.

"Alles wat HaSjem in Zijn wereld heeft geschapen heeft Hij voor Zijn Glorie alleen geschapen. Zoals het geschreven staat (Jesaja 43:7): 'Iedereen die door Mijn Naam genoemd is en die Ik voor Mijn Glorie heb geschapen, heb Ik gevormd, en heb Ik gemaakt.' "En HaSjem zal voor altijd heersen (Exodus 15:1).'"

Een goede en gezonde zomer toegewenst

Jael

Uit Ma'ajan Chaj, Gesprekken (1,2,6) van de Lubawitscher Rabbi over Spreuken van de Vaderen.

Rabbi Joshua ben Levi leefde in de eerste helft van de derde eeuw C.E.


Rabbi Chananja ben Akasja zegt:' HaSjem wilde Israël begunstigen en daarom vermeerderde Hij aan hun Tora en geboden.' [Afsluitende passage van Spreuken van de Vaderen]

Maar tien geboden?!

In een luxe koets die door nobele paarden werd getrokken, zat Levi Ernster de rijke stoffenkoopman blij en goed gemutst. Hij kwam van de grote beurs die in de stad Leipzig, in Duitsland vandaan en was nu onderweg naar huis. De beurs in Leipzig was beroemd in heel Europa en iedereen die in grote hoeveelheden wilde handelen kwam naar Leipzig toe. De beurs werd eens per jaar gehouden en de handelaars kwamen vanuit de omliggende landen. Ook Levi kwam naar de beurs voor zijn handelswaar en het succes straalde hem toe. Hij had al zijn handelswaar binnen enkele dagen met enorme winst kunnen verkopen.

Tijdens zijn rit terug naar huis kwam hij door vele steden en dorpen heen. De weg was lang en vermoeiend en Levi vroeg de koetsier om in het volgende dorp een rustpauze te nemen. Toen zij het volgende dorp bereikten, zag Levi dat de huizen in het dorp zeer oud waren en op instorten stonden en dat alle inwoners straatarm waren. Hij had zoveel medelijden met de inwoners dat hij hen graag wilde helpen.

Kijk, daar liep een arme dorpeling langs de koets en Levi riep hem en zei:'Neem een dukaat en zoek voor mij een plaats waar ik kan rusten en een maaltijd kan nuttigen. En zeg tegen de gastheer dat ik voor elk ingrediënt vijf dukaten zal betalen!' De arme dorpeling die nog nooit eerder een hele dukaat in handen had gehad ging snel elk huis bij langs om het verleidelijke aanbod van de rijke man voor te leggen.

De inwoners van het dorp konden hun oren niet geloven: een maaltijd kost immers minder dan een dukaat! De dorpelingen vroegen zich wantrouwend af waarom de rijke man bereid was om vijf dukaten voor elk ingrediënt van de maaltijd te betalen. Uiteindelijk stemde een arme dorpeling in en zei:' Ik geloof werkelijk niet dat ik zo'n groot bedrag zal ontvangen, maar ook een klein bedrag is iets waard.'

De man maakte samen met zijn vrouw het huis op orde en bereidden een verfijnde maaltijd voor de voorname gast. Toen Levi de maaltijd had beëindigd vroeg hij zijn gastheer de lijst van alle ingrediënten op te maken, opdat hij voor elk onderdeel vijf dukaten zou kunnen betalen. De gelukkige gastheer schreef op een papier: groente, pastei en hoofdgerecht. Levi zag de korte lijst en zei tegen de dorpeling:' Zo moet er niet worden genoteerd! In plaats van groente moet u komkommers, tomaten, ui, knoflook, paprika schrijven; in plaats van pastei noedels, zwarte peper, meel, zout en in plaats van hoofdgerecht schrijft u kip, aardappels, wortels en vlees. En vergeet ook niet om het vaatwerk te noteren: de glazen, de borden, de vorken, de messen en ook het tafelkleed.'

De rijke man bleef maar aan de lijst toevoegen en zei tegen de dorpeling wat hij moest opschrijven. De lijst werd oneindig lang. En inderdaad zoals beloofd, betaalde Levi voor elk onderdeel vijf dukaten. De dorpeling was dolblij en bedankte Levi zeer hartelijk voor zijn vrijgevigheid. Met één maaltijd had hij een bedrag verdiend dat hij nooit tijdens zijn leven had kunnen verdienen!

HaSjem heeft het volk Israël veel meer dan tien geboden gegeven opdat zij HaSjem op elk moment en zelfs met een kleine beweging kunnen dienen.

Uit 'Pirkee Avot, Da lecha beni, Malchoet Waxberger, 2016'

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Mishna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tannaim zijn de wijzen, wiens zienswijzen in de Mishna zijn opgenomen. Ongeveer 10-220 gewone jaartelling

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.