BSD

Spreuken van de Vaderen

Spreuken van de Vaderen, deel 3

Misjna 7

spreuken Rabbi Elazar uit Bartota zei: Geef Hem wat van Hem is, want jij en wat van jouw is, is van Hem. Zoals David heeft gezegd:'Want alles komt van U en uit Uw eigen hand geven wij aan U.' [1Kronieken 29:14].

'Geef Hem wat van Hem is, want jij en wat van jouw is, is van Hem'

De Tanna waarschuwt hier dat het de mens past om de tsedaka met vreugde en met een goed hart te geven. Alles is immers van HaSjem en het is al [op Rosj HaSjanah] bepaald hoeveel iemand dit jaar zal verdienen en hoeveel hij zal verliezen.

Zo staat er in de Talmoed over de neven van Rabbi Jochanan ben Zakkai geschreven. Rabbi Jochanan ben Zakkai droomde op de uitgang van de Grote Verzoendag over zijn neven dat zij dat jaar zeven honderd dinars zouden verliezen. Rabbi Jochanan ben Zakkai nam gedurende dat jaar geld van zijn neven en gaf dat geld aan tsedaka. Aan het einde van het jaar waren er nog zeventien dinars over die hij niet had genomen. Op de vooravond van de Grote Verzoendag kwamen er nog afgezanten van de koning die van de neven zeventien dinars boete eisten.

Het staat dus al vast hoeveel iemand dit jaar zal verdienen en hoeveel hij zal verliezen, de vraag is echter hoeveel iemand dit jaar kan geven.

Het verschil tussen iemand die met vreugde geeft en degene die gedwongen wordt om te geven is allereerst dat degene die met goede wil geeft, geeft wanneer hij geven wil. Hij zal niet gewelddadig gedwongen worden om zijn geld af te staan en zal ook niet geslagen worden als hij zijn geld niet tijdig geeft.

Diegene waarvan het geld wordt afgenomen, weet niet hoeveel er van hem afgenomen wordt en tevens verkeert hij in alle staten omdat hij niet weet of er nog iets voor hem overblijft.

Degene die met vreugde tsedaka geeft wordt door het geven gezegend. Degene waarvan het geld wordt afgenomen door de belastingen en door allerlei betalingen aan schadevergoedingen ed. ziet geen zegen in zijn geld. Daarom waarschuwde de Tanna hier dat het de mens past om met vreugde te geven.

Rabbi Elazar uit Bartota behoort tot de derde generatie van de Tanna'im. Hij was een leerling van Rabbi Joshu'a ben Chananja en een tijdgenoot van Rabbi Akiva ben Josef.

Misjna 17

'…...als er geen vrees van HaSjem is, dan is er geen wijsheid....'

De uitleg hiervan is dat de voornaamste wijsheid de vrees van HaSjem is. De vrees van HaSjem is de allereerste wijsheid die aan alle wijsheden voorafgaat. Zoals niets zonder een begin kan bestaan zo is het ook onmogelijk om wijsheid te verkrijgen zonder vrees van HaSjem.

Daarom zei Tanna Rabbi Eliezer ben Azarjah: '... als er geen vrees van HaSjem is, dan is er geen wijsheid...'. Geen enkel ding kan zonder een begin beginnen.

'...als er geen meel is, is er geen Tora, als er geen Tora is, is er geen meel..'

De Alsjeich 1) verklaarde dat de woorden van de Tanna gezegd waren om de mens te versterken en om de gedachten van de slechte neiging te overkomen. De slechte neiging misleidt de mens in zijn denken dat hij zich niet met Tora bezig moet houden, maar dat hij aan zijn broodwinning moet denken.

De waarheid is echter dat het druk bezig zijn met handelswaren ed. niet de broodwinning brengt. De zegen van HaSjem brengt de broodwinning. Wanneer de zegen van HaSjem op de mens rust dan zal ook de weinige tijd die hij aan zijn werk besteedt voor een goede broodwinning zorgen.

Daarom zei de Tanna dat de mens denkt dat als er geen meel is er geen Tora is, maar de waarheid is dat als er geen Tora is dan is er geen meel.

1) De Alsjeich staat voor Rabbi Moshe Alsjeich. Hij leefde van 1509-1593 in Safed en was een vooraanstaande rabbijn.

Gebruikte literatuur:
Uit het tractaat Avot, Peninee Maharal [Parels van de Maharal; Maharal staat voor Rabbi Arjeh Leib Tzints uit Polen en leefde van 1768-1833]
Jael

'Kijk naar drie dingen en dan zul je geen overtreding begaan.....' Spreuken van de Vaderen 3:1.

Akavja ben Mahalalel zegt, 'Kijk naar drie dingen en dan zul je geen overtreding begaan: Waar je vandaan komt - uit een verrotte druppel; En waar je naar toe gaat - naar een plaats van stofmaden en wormen; en voor Wie je bestemd ben om rekenschap af te leggen - voor de Allerhoogste Koning van de Koningen.

Er bestaat een Midrasj waarin wordt gezegd dat Adam zondigde omdat hij maar twee en niet drie dingen zag. Adam was een uitzondering van de hele mensheid. Adam was een schepping van de handen van HaSjem. 'Waar je vandaan komt - uit een verrotte druppel' gold niet voor Adam. De Midrasj zegt dat Adam zondigde omdat slechts twee van de drie dingen waarnaar een mens moet kijken om een overtreding te vermijden, voor hem golden.

'En waar je naar toe gaat....'

Deze zin is in de tegenwoordige tijd en niet in de toekomende tijd geschreven. De dood is namelijk niet iets dat ogenblikkelijk gebeurd wanneer iemand zijn toebedeelde levensperiode heeft vervuld. Het is een voortdurend proces dat begint op het moment dat iemand wordt geboren. Elk voorbijgaand moment is in feite een moment van minder leven: een klein deel van de dood en een moment dichterbij de uiteindelijke voltooiing. Wanneer iemand naar zijn hele leven zou kijken als een voortdurende reis naar de uiteindelijke voltooiing, dan zou hij geen overtreding begaan.

Koning Salomo zegt in Prediker 7:1 'En de dag van de dood [is beter] dan de dag van de geboorte. Het Hebreeuws laat toe dat dit vers ook als een toespeling op het bovengenoemde kan worden uitgelegd: dat de dag van de dood [begint] vanaf de dag van de geboorte.

Uit 'Questions and Answers on Chapter 3 of Pirkei Avot', Moshe Bogomilsky, Chabad.org

Jael

Aantekeningen

Home Malben

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Mishna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.