BSD

Spreuken van de Vaderen

Spreuken van de Vaderen, deel 2

Misjna 9

pirkei 'Rabban Jochanan ben Zakkai had vijf leerlingen: Rabbi Eliezer ben Hurkenus, Rabbi Joshu'a ben Chananja, Rabbi Jossi HaCohen, Rabbi Sjimon ben Netanel en Rabbi Elazar ben Arach. Hij benoemde hun prijzenswaardige eigen-schappen.

  1. Rabbi Eliezer ben Hurkenus is een waterdichte put, die geen druppel water verliest.
  2. Rabbi Joshu'a ben Chananja, gelukkig is de vrouw die hem gebaard heeft.
  3. Rabbi Jossi de Cohen is een chassied (een vrome).
  4. Rabbi Sjimon ben Netanel vreest de zonde.
  5. Rabbi Elazar ben Arach is als een steeds sterker stromende bron...'

Rabban Jochanan ben Zakkai had toch veel meer leerlingen dan de vijf die hier genoemd worden?! De bedoeling van de misjna hier is dat de vele leerlingen van Rabban Jochanan ben Zakkai in vijf groepen onderverdeeld moeten worden. De misjna benoemt de vijf leerlingen die aan het hoofd van elke groep stonden. Zo behoorden alle leerlingen die als een waterdichte put die geen druppel water verliest waren bij Rabbi Eliezer ben Hurkenus.

Waarom benoemde Rabban Jochanan ben Zakkai de prijzenswaardige eigenschappen van deze vijf leerlingen? Een ieder van de leerlingen bezat namelijk een eigenschap waarin hij de anderen overtrof. Als leraar wilde Rabban Jochanan ben Zakkai zijn leerlingen niet in één richting sturen. Hij waardeerde de uniekheid van zijn leerlingen en streefde ernaar om iedere leerling de gelegenheid te geven zijn eigen potentiaal te ontwikkelen.

Dit idee kan verder uitgebreid worden. Ieder mens heeft een bijzonder eigenschap waarin hij anderen overtreft. Een universele gelijkheid is geen wenselijke doelstelling. Ieder mens moet er naar streven om zijn eigen uniek talent te ontwikkelen. Als ouder en als leraar moet je het potentiaal van je kind, van je leerling kennen om hem aan te moedigen om zijn potentiaal op zijn best mogelijke wijze te bereiken.

Misjna 10

'Hij [Rabban Jochanan ben Zakkai] zei tegen hen: Ga en zie wat de goede weg is waaraan de mens zich moet vasthouden.

  1. Rabbi Eliezer zegt: 'een goed oog';
  2. Rabbi Joshu'a zegt: 'een goede vriend';
  3. Rabbi Jossi zegt: 'een goede buurman';
  4. Rabbi Sjimon zegt: 'die de toekomst ziet'- degene die de consequenties van zijn daden ziet;
  5. Rabbi Elazar zegt: 'een goed hart'.

Hij zei tegen hen: Ik geef de voorkeur aan de woorden van Elazar ben Arach want in zijn woorden liggen die van jullie besloten.'

Toen Rabban Jochanan ben Zakkai zijn leerlingen de opdracht gaf om te gaan en te zien wat de goede weg moet zijn, begrepen zij allemaal dat zij in de Tora voor een antwoord moesten zoeken. Zij dachten allemaal aan de zin in Genesis 1:4: 'En HaSjem zag het licht en het was goed en HaSjem maakte onderscheid tussen licht en duisternis.' In dit vers komt namelijk voor de eerste maal het woord 'goed' [tov] voor. Aangezien het woord voor goed hier samen staat geschreven met het werkwoord voor zien concludeerde Rabbi Eliezer dat een 'goed oog' noodzakelijk is voor het absolute goede.

Toen het licht geschapen werd, werd het licht een metgezel van de duisternis die al aanwezig was en over de diepte heerste. Deze twee dienden samen.[Rasji] Daarom zei Rabbi Joshu'a dat het echte goede een 'goede vriend' is. Een goede vriend verenigt zich en deelt met anderen.

Nadat licht en duisternis samen dienden, zettte HaSjem hen apart en maakte hen tot buren. De één diende 's nachts en de ander diende overdag. Daarom kwam Rabbi Jossi tot de conclusie dat de goede weg waaraan een mens zich moet vasthouden een 'goede buurman' is.

Nadat HaSjem het licht had geschapen, besloot HaSjem dat niet iedereen waardig is om van het licht te genieten. Daarom heeft HaSjem het oorspronkelijke licht dat Hij op de eerste dag had geschapen, opgeborgen voor de rechtvaardigen die van het oorspronkelijke licht zullen genieten wanneer de Mesjiach komt [Talmoedtractaat Chagiga 12a]. Hieruit concludeerde Rabbi Sjimon dat het echte goede het 'zien van de toekomst' is.

Rabbi Elazar observeerde dat vanaf het eerste woord van de Tora (Beresjit) tot aan het woord voor goed (tov) 32 woorden telt. Het getal 32 is ook de getalswaarde van het woord hart (lev, lamed 30 en beth 2). Aangezien deze 32 woorden gevolgd worden door het woord 'goed' kwam Rabbi Elazar tot de conclusie dat het echte goede een 'goed hart' is.

Wat de anderen hebben gezegd zit in de woorden van Rabbi Elazar besloten. De anderen gebruikten een enkel woord of een enkele gedachte die in deze eerste verzen van Genesis stonden, Rabbi Elazar echter maakte gebruik van al deze verzen samen om tot zijn conclusie te komen en sloot hiermee alle andere getrokken conclusies in.

Jael

Literatuur: Ma'ajan Chai, gesprekken van de Lubawitscher Rabbi over de Spreuken van de Vaderen. Questions and Answers on chapter 2 of Pirkei Avot, chabad.org
Rabban Jochanan ben Zakkai was een geleerde uit de periode van de Misjna en een leerling van Hillel en Sjammai. Hij werd in het jaar 50 C.E. tot hoofd van het Sanhedrin aangesteld. Later tijdens de Romeinse overheersing vluchtte hij van Jeruzalem naar Javne en maakte Javne tot een Tora centrum van Israël. Hij voerde vele wetten door om de verwoesting van de Heilige Tempel te herdenken en om het voortbestaan van het joodse volk te verzekeren.

Wat wordt er hier precies bedoeld met de uitdrukking derech erets?

Deze twee woorden hebben samen de getalswaarde vijfhonderd en vijftien. Het woord voor gebed in het Hebreeuws, tefilah [zonder joed], heeft dezelfde getalswaarde. De Misjna benadrukt hier dat Tora en tefilah hand in hand moeten gaan. De inspanningen die men dagelijks in deze twee zaken steekt zullen er zeker voor zorgen dat het begaan van een zonde vergeten wordt.

De namen van de aartsvader Jitschaq (Isaac) en de aartsmoeder Rivkah (Rebecca) hebben eveneens samen de getalswaarde van vijfhonderd en vijftien als het woord tefilah, gebed. Een reden hiervoor kan zijn dat zij het enige echtpaar in de Tora zijn die samen een gebed tot HaSjem richtten. (Rasji op Genesis 25:21)

Een andere mogelijkheid is dat de Misjna ons hier leert dat derech erets – arbeid, werk, bezigheden, levensonderhoud- overeenkomstig de wetten van de Tora dienen te zijn.

Uit 'Questions and Answers on Chapter 2 of Pirkei Avot', Moshe Bogomilsky, Chabad.org.

Jael

Aantekeningen

Home Malben

printer

Chassid is letterlijk een "vroom iemand", maar doelt op volgelingen van de Chassidische beweging, gesticht door Rabbi Yisroel Baal Shem Tov in het begin van de 18e eeuw

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Misjna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.