BSD

Zijn weggevertjes een ethische manier van zaken doen?

Vraag:

weggevertje

Als agent van een groot ontwikkelingsbedrijf voor vastgoed, worden mij vaak weggevertjes en giften aangeboden door concurrerende aannemers in een poging om mij over te halen om hun bod te accepteren boven die van hun concurrenten. Onlangs, heeft een vriend van mij erop gewezen dat de giften echt voor mijn baas waren en niet voor mij, want ik ben maar een agent. Is dit waar volgens de regels en de ethiek van de Tora? En wat te denken van het einde van de aannemer? Is het eerlijk ondernemen om weggevertjes te geven om klanten aan te trekken om te winkelen in jouw winkel boven die van je concurrenten?

Antwoord:

Dit is een heel goede vraag, en het is inspirerend te weten dat er mensen zijn die zo ethisch bewust en gevoelig zijn als jij. Laten we beginnen met je tweede vraag: Is het ethisch verantwoord om weggevertjes te geven als premies? Het volgende debat wordt opgenomen in de Misjna, de eerste compilatie van de mondelinge wet onderwezen door de grote wijzen van Israël:

Rabbi Jehuda zegt: Een winkelier mag geen geroosterde zaden en noten uitdelen onder de kinderen, omdat hij ze daardoor went om naar zijn winkel te komen; maar de wijzen lieten het toe. (Bava Metzia 4:12)

De Misjna verwijst blijkbaar naar kinderen die door hun ouders erop uit werden gestuurd om de boodschappen te doen. De concurrerende winkeliers boden de kinderen gratis lekkernijen aan, om hen te bewegen in hun winkels de boodschappen te doen. De Talmoed legt uit waarom de wijzen het niet eens zijn met Rabbi Jehuda en acht deze marketing tactieken aanvaardbaar: Omdat hij [deze winkelier] tegen hem [een andere winkelier] kan zeggen, "Ik deel noten uit en jij pruimen." (Bava Metzia 60a)

Met andere woorden, jullie aanbieders zijn allemaal vrij om je eigen aanbiedingen te doen. Maar om terug te keren naar je eerste vraag, wie krijgt de premies en mag die houden?

De Talmoed gaat in op het geval van een verkoper die een extra eenheid geeft van het product dat wordt verkocht, zonder vermelding voor wie de bonus is. Gaat de bonus naar de agent van de koper, of naar de opdrachtgever koper? De Talmoed onderscheidt twee soorten van overeenkomsten:

Rav Papa verklaarde: De wet is dat [de bonus] voor een object dat een vaste waarde heeft moeten worden verdeeld [tussen de agent en de opdrachtgever koper], maar [als de bonus] voor een object was dat geen vaste waarde heeft, dan gaat alles naar de eigenaar van het geld. (Ketubot 98b)

Dus, als het object geen vaste prijs heeft, dan is de bonus een manier van de verkoper om de koper een betere prijs te geven. Denk aan iemand die een huis verkoopt, en een wasmachine en een droger er "gratis" bij geeft. Heeft het object een vaste prijs, dan is de de bonus duidelijk een geschenk (denk bijvoorbeeld aan een "gratis geschenk bij uw bestelling". Maar waarom moet de agent en de koper de bonus delen als het duidelijk een geschenk is?

Sommige commentatoren leggen uit dat we niet weten aan wie de verkoper het geschenk wil geven: de koper, van wie hij het geld krijgt; of de agent, die de beslissing neemt om van hem te kopen. Daarom lossen we dit probleem op door het geld tussen hen te delen. 1) Volgens deze interpretatie, krijgt de agent de hele bonus als de verkoper deze uitdrukkelijk voor hem bestemt. 2)

Echter, anderen leggen uit dat de agent de bonus met de opdrachtgever koper moet delen omdat door het geld van de koper de agent deze bonus heeft ontvangen. 3) Dienovereenkomstig, zelfs als de verkoper aangeeft dat de bonus voor de agent is, moet de agent toch de bonus met de opdrachtgever koper delen.

Dus, wat is het nu? Mag je de bonus houden of moet je die delen met je baas? Rabbi Schneur Zalman van Liadi maakt het volgende onderscheid:

Iemand die geld geeft aan zijn vriend om voor hem iets te kopen voor een vastgestelde prijs, en de verkoper geeft iets extras aan zijn vriend dan is dat een geschenk, en hij [de vriend] hoeft het niet volledig aan degene te geven wiens geld het was, omdat het niet bekend is voor wie de verkoper het bestemd had, de vriend of zijn zender [de koper]. Dus hoeft hij alleen maar de helft aan de koper te geven.

Sommigen zijn van mening dat zelfs als de verkoper uitdrukkelijk verklaarde dat hij het geeft aan de tussenpersoon, dat deze nog steeds verplicht is om de helft aan de koper te geven, want het is zijn geld [de koper] dat dit voordeel verdiend. Iemand die de Tora in acht neemt moet dit advies in overweging nemen. En hetzelfde geldt voor elk voordeel dat een tussenpersoon verdient door zijn werk. (Sjoelchan Aroech Harav, wetten voor de handel, cadeaus, makelaars en curatoren 11). Daar heb je het. De wet is dat de tussenpersoon de gift kan houden, maar degene die de Tora vreest wordt aangemoedigd om de gift met zijn baas (opdrachtgever) te delen.

Maar er is nog een probleem te bespreken. Wat als de prijzen van je bieder te hoog zijn of de waarde van zijn product is te laag, en de geschenken zijn een manier om je om te kopen?

Volgens de Joodse wet, als de agent willens en wetens een aanbod dat niet in het belang van de koper is, accepteert, en daarvoor in ruil een persoonlijk cadeau ontvangt van de leverancier, dan is dit een vormt van diefstal. De volledige aanstelling en volmacht van de agent wordt vernietigd, en hij is verplicht om zijn opdrachtgever schadeloos te stellen. 4)

Het probleem is dat wanneer een agent wordt geconfronteerd met te grote persoonlijke premies dit vaak ertoe leidt dat agenten aanbiedingen accepteren die zeker niet in het belang zijn van degene die hem gezonden heeft. Hoewel volgens de Joodse wet de verkoop in wezen nietig zou zijn, en de agent verplicht zou worden om herstelbetalingen te doen voor alle schade of verlies als gevolg van zijn besluit, de schade niet altijd herstelbaar is. Daarom verbieden vandaag de dag veel bedrijven hun werknemers om giften en premies over de hele linie te accepteren.

Dus in jouw geval, als je bedrijf dit toestaat, mag je de premies accepteren, maar ik zou zeggen dat het het beste is om de premies te delen met je baas. Het is een win-win situatie: je baas zal zeker je oplettendheid waarderen. En, natuurlijk, aandacht besteden aan de integriteit van je relaties, en zorg ervoor dat de premies in goed vertrouwen worden gegeven.

Ik hoop dat dit antwoord je duidelijkheid en richting geeft aan je toekomstige transacties.

Voetnoten

1) Rashi naar Ketubot 98b, s.v. sheyesh lo kitzvah.
2) Het lijkt erop dat hetzelfde geldt zelfs als het niet over een vaste prijs gaat. Zie echter Netivot Hamishpat 183:13.
3) Zie Rif ad loc.
4) Zie responsa Divrei Chaim, Chosjen Misjpat 2:46.

Door Baruch S. Davidson

Bron: Freebies Ethical Business Practice

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.