BSD

Iemand de andere wang toekeren

Is dat een Joodse waarde?

wang

Beste rabbi,

Ik ben onder de indruk dat ‘keer de andere wang toe’ naar je vijanden geen Joodse benadering is. Echter, recentelijk, hield een vriend mij het vers uit Klaagliederen (3:30) voor: “Laat hij zijn wang bieden aan wie hem slaat, laat hem verzadigd raken van hoon (NBV).”

Daarom ben ik in de war:

  1. Is het wel of niet een Joodse waarde?
  2. Als dat klopt, hoe rijmt het dan met de Talmoedische opdracht: “Als iemand komt om je te doden, dood hem dan eerst?”

Antwoord

Keer de wang niet toe!

Het mag duidelijk zijn, “de andere wang toekeren” naar een gewelddadige aanvaller is niet de Joodse weg. Koning Salomon, de wijste onder alle mensen, verkondigt: “er is een tijd om te doden en een tijd om te helen … een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten; een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede (vrij naar NBV).” 1)

Er is geen twijfel dat er tijden zijn dat het noodzakelijk is tegenstanders te bestrijden. Feitelijk, door de Bijbelse verklaring van de geschiedenis heen, wordt het Joodse volk bevolen de tegenstanders aan te vallen, soms zelfs preventief 2). Als je het correct interpreteert, instrueren onze wijzen: “als iemand komt om je te doden, moet je overeind komen en hem eerst doden.” 3) Zie The Jew's Double Standard.

De context telt

Zoals zo vaak, heeft de originele frase binnen de context van de omgevende passage een geheel andere betekenis, dan het opzichzelfstaand heeft. Feitelijk staat er in deze passage niets over een vijand, of over aangevallen worden. En als het woord ‘knokker’ er niet stond zouden we niet eens weten dat er een andere persoon in het geding was, omdat de rest van de passage duidelijk de bezoeking wordt toegeschreven aan G-d’s hand.

Laten we de profetie in zijn context onderzoeken. De Profetie refereert aan een cruciaal moment in de geschiedenis als de Heilige Tempel in puin ligt en de Joodse natie in ballingschap verkeert. De moraal staat al geruime tijd op een laag pitje en terugvechten is, logistiek, onmogelijk. Daarom beleerd Jeremia over het belang van zelfverdediging. Dat zou nutteloos zijn. In plaats daarvan geeft hij hoop, troost en het vooruitzicht het Joodse volk in ballingschap te ondersteunen. 4)

Na gedurende een aanzienlijke tijd geklaagd te hebben over lijden en wanhoop, verwijst Jeremia naar de hoop, zeggende:

‘Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast: “Genadig is de EEUWIGE; wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.” (…) Ik besef: “mijn enig bezit is de EEUWIGE, al mijn hoop is op hem gevestigd.” ‘ 5)

Hij weidt dan verder uit over die hoop, geloof in G-d’s genade uitende:

‘Goed is het als een mens zijn juk draagt in zijn jeugd. Laat hij neerzitten, eenzaam en geduldig, als het hem wordt opgelegd. Laat hij zich neerwerpen en stof likken, misschien is er hoop. Laat hem zijn wang bieden aan wie hem slaat, laat hij verzadigd raken van hoon. Want de EEUWIGE verwerpt niet voor eeuwig. Als Hij leed berokkent, ontfermt Hij zich ook, zo groot is zijn genade; slechts met tegenzin brengt Hij leed en rampspoed over de mensen.’ 6)

Tegen het einde van het hoofdstuk, mocht iemand denken dat hij de daders vrijsprak van wat zij misdeden, roept Jeremia G-d aan hen te straffen en te vernietigen:

‘Mijn vijanden jaagden fel op mij, als een vogel, al hadden zij geen reden. (…) Uit de diepte van de put roep ik uw naam, de EEUWIGE. (…) Altijd als ik roep, bent U nabij; U zegt mij: “Wees niet bang.” (…) de EEUWIGE, U zult hen laten boeten voor al wat ze misdeden, U zult hun geest verblinden – laat uw vloek hen treffen! Laat uw toorn hen achtervolgen, vaag hen weg van onder uw hemel.’ 7)

Het wordt duidelijk dat de opmerking over “keer de wang toe” niet gebezigd is in relatie tot confrontatie met een vijand. In tegendeel, de opmerking is gemaakt binnen de context van hoop en troost.

Een ware les uit dit vers

Verwijzend naar Rabbi Moshe Alshich (1503 – 1593), betekent het vers: ‘Goed is het als een mens zijn juk draagt in zijn jeugd.’, dat als een persoon gekweld is met tragedies in de fysieke wereld, die persoon zich zal herinneren dat G-d vol genade is en goed. De bedoeling van iemands lijden kan mogelijk zijn dat zij of hij een grotere beloning ontvangt in een toekomstige tijd, in deze wereld of de volgende. 8)

Rabbi Moshe ben Nachman, Nachmanides legt uit dat beperkt lijden in deze wereld ons kan redden van stevige veroordeling in de Komende Wereld. 9)

En Rabbi Schneur Zalman of Liadi vergelijkt de fysieke – spirituele wereld met de zon en haar schaduw. Elke keer als de zon beweegt, veranderen de schaduwen op aarde. Voor ons, duizenden mijlen er vandaan, mag de verandering zo klein en marginaal zijn dat we het nauwelijks merken. Maar iets groots gebeurt er in het melkwegstelsel – de zon is in een baan gebracht. Op de zelfde manier zijn de omgangen in onze wereld een reflectie op een resultaat van Boven. 10)

Dus de instructie “Laat hij zijn wang bieden aan wie hem slaat, laat hem verzadigd raken van hoon (NBV).” Is een gids voor gedrag in het aanzicht van de tegenstander. We worden geacht onze kwellingen te ondergaan in de wetenschap en het geloof dat al wat G-d doet tenslotte voor het bestwil is, zelfs als het doel ons niet duidelijk is.

Verwijzend naar Rabbi Isaac Luria, de Arizal, wanneer wij ons dit gedrag eigen maken met betrekking tot ons lijden, zullen we het verdienen niet te lijden door de handen van onze vijanden. 11)

Voetnoten

1) Wijsheid van Ben Sirach 3:1,8
2) Bijvoorbeeld, in het verhaal over de feestdag van Poerim doodden de Joden preventief degenen die gepland hadden hun te doden (de Rol van Esther, hfdst. 9)
3) Talmoed Brachot 58b, 62b, Sanhedrin 72a, gebaseerd op Exodus 22:1.
4) Er bestaat verschil van mening tussen de wijzen of het boek “Klaagliederen” geschreven is voor of na de vernietiging van de Heilige Tempel (zie Midrash Aicha Rabah 1:1). Onder verwijzing naar de mening dat het geschreven is voor de feitelijke vernietiging (de welke de heersende mening lijkt te zijn, dicteerde Jeremia eerst zijn student, Baruch ben Neirah, een verschrikkelijke profetie die de Joodse natie zou overkomen. Deze profetie omvat de huidige hoofdstukken 1,2 en 4 van het boek “Klaagliederen” en werden geschreven voorafgaand aan de feitelijke gebeurtenis, in de hoop dat het de Joden zou aansporen spijt te betuigen. Hoe dan ook het werd de koning voorgelezen en die sneed de rol met de profetie in stukken en wierp die in het vuur. Later, vertelde G-d Jeremia deze profetieën opnieuw op te schrijven hoofdstuk 3 (onder discussie staand) en 5 toevoegend, zoals het herteld is in het boek Jeremia, hoofdstuk 36. Verwijzend naar de mening dat het boek “Klaagliederen” na de vernietiging is geschreven bepaalt dat het boek “Klaagliederen” zoals we dat nu kennen niet dezelfde rol is die in het vuur was gegooid. Om meer te weten te komen, zie: When was the Book of Lamentation Written? Maar los van wanneer het feitelijk is geschreven, het boek in het algemeen en hoofdstuk 3 in het bijzonder houdt zich bezig met de tijd na de vernietiging van de Heilige Tempel en de verbanning van de Joodse natie.
5) Klaagliederen 3:21–22, 24
6) ibid 3:27– 33
7) ibid 3:52, 55, 57, 64–66
8) Rabbi Moshe Alshich in “Devarim Nechumim on Lamentations” ibid.
9) In de inleiding van zijn commentaar op het boek “Job”
10) Tanya, Iggeret Hateshuvah ch. 12.
11) Likutei Torah van de Arizal op Eichah 3:30; zie ook de Rebbe, Rabbi Menachem Mendel Schneerson, Torat Menachem 5710 pag. 184.

YEHUDA SHURPIN (vertaald door Baruch)

Bron: Is Turning the Other Cheek a Jewish Value?

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Emuna is het standvastig geloof in een enige, soevereine, alwetende, welwillende, geestelijke, bovennatuurlijke en almachtige Schepper van het universum, die wij God noemen. Emuna bestaat uit drie niveaus: Niveau één is het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid; Niveau twee is het geloof dat Hashem alles doet wat het beste voor ons is; Niveau drie is het geloof dat Hashem alles doet met een specifiek doel. Deze thesen zijn nader uitgewerkt in het boek "The Garden of Emuna".

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.