BSD

Wat is tijd?

Een toelichting op de opmerkingen van de Lubavitcher Rebbe over dit onderwerp

tijd

Notitie van de schrijver: In een paar cryptische regels uit een brief geschreven in 1947, 1) bespreekt de Lubavitcher Rebbe de essentiële kwaliteit van de Tijd. Al gaande is Einstein's relativiteitstheorie in kritische termen behandeld. Helaas, als gevolg van de cryptische stijl van de brief en de kennis aannames, is de brief verkeerd begrepen of meer dan eens verkeerd geïnterpreteerd. Wat hieronder volgt is een poging om duidelijk te maken, in eenvoudige en beknopte termen, wat deze schrijver gelooft, wat de bedoeling is van deze brief na herziening van het geraadpleegde materiaal. Ook zijn beschrijvingen en uitwerkingen van bijbehorend commentaar van de Rebbe in andere werken opgenomen.
(Voor een geannoteerde vertaling van de brief waarop dit essay is gebaseerd, klik hier.)

1) Tijd als beweging

In het algemeen, wanneer de tijd wordt besproken in de filosofie of wetenschap - waaronder de werken van klassieke joodse filosofen - wordt het opgevat als een beweging, of een verandering. De beweging van de planeten, het tikken van een klok zolang deze dingen gebeuren, is er tijd. Als zij ophouden, houdt ook de tijd op. Met andere woorden, tijd is niet meer dan het optreden van fysieke gebeurtenissen.

In dit paradigma, zodra we de schepping van hemel en aarde accepteren vanuit het niets, is het een simpele conclusie dat de tijd toen ook begon - sedertdien is tijd niet meer dan de gebeurtenissen van de kosmos. Het feit dat we de afwezigheid van tijd niet kunnen doorgronden is irrelevant. Immers, ook de afwezigheid van hemel en aarde kunnen we niet doorgronden - met andere woorden, het bestaan van ruimte en materie. Op deze manier stelt Maimonides en de meeste van de klassieke joodse filosofen vast, dit in tegenstelling tot de mening van Aristoteles, dat de tijd een creatie met een begin is.

2) Tijd als parameter bestaan

Er is echter een dieper begrip van tijd, slechts vaag door enkele klassieke Joodse filosofen genoemd: de essentie van tijd en algemeen bekend als "onmeetbare tijd".

Alle wetenschappen houden zich bezig met het meten van dingen. 2) Inderdaad, het is een wonderlijke aspect van ons universum dat, door het meten van de verschijnselen, we in staat zijn om met enige nauwkeurigheid hun resultaten te berekenen.

Maar er is een aantal beperkingen aan dit vermogen van ons. Natuurlijk zijn er de persoonlijke beperkingen: de nauwkeurigheid van de meetinstrumenten, de gekozen vorm van de meting, en zelfs de bewustheid van degene die meet. Meting zegt ons niet echt direct iets over de verschijnselen die we meten, maar over de meetinstrumenten en onze eigen relatie met hen.

Maar, heel ingrijpend, zelfs al hebben we alle metingen van een bepaald object, dan hebben we nog steeds niet dat object zelf begrepen. Met andere woorden, we kunnen informatie over het object meten en verwerken, maar onze kennis en het werkelijke object blijven onderscheiden entiteiten. 3) Onze metingen geven ons een werkmodel om beperkte voorspellingen te doen, maar het enige echte model is het ding zelf.

De enige ware kennis, is dan de kennis van de Schepper, die het object van binnenuit kent, omdat het object volledig één met Hem is. Dit is de kennis die is opgenomen in het Tora. 4)

Net zoals een object niet in zijn essentie gekend wordt door zijn metingen, zo is het ook met de tijd. Kennis van de veranderingen, bewegingen, gebeurtenissen - dat zijn allemaal metingen van de tijd. We kunnen nog verder gaan: ze zijn metingen van hoe de dingen zich gedragen binnen de tijd. Tijd zelf - Essentiele tijd - is de parameter waarin deze gebeurtenissen plaatsvinden.

In dit paradigma, is tijd niet afhankelijk van het bestaan van ruimte en materie, maar het omgekeerde: elk gebeurtenis veronderstelt dat er een continuüm van tijd is waarin deze gebeurtenis plaatsvindt. In feite, kunnen we dit ook doortrekken naar de oorspronkelijke gebeurtenis, het initiële ontstaan van ruimte en materie: zeggen dat daarvoor er niets bestond, en dan dat het er was, impliceert het bestaan van tijd. Dus veronderstelt de schepping tijd, en niet andersom. 5)

3) Is de tijd eeuwig?

De vraag kan dan opkomen: Is tijd de essentie van God? Met andere woorden: is tijd een absoluut gegeven, zoals God zelf, waarin een universum zich voordoet? Of is tijd gewoon een andere creatie, net als ruimte en materie?

Hierover bestaat er enige discussie tussen de klassieke joodse filosofen. In zijn Sefer ha-Ikkarim, interpreteert Rabbi Josef Albo, Maimonides in zijn Moreh Nevuchim als impliciet dat dit "essentiële continuüm van de tijd" eeuwig en zonder begin kan zijn. De opvatting van Kabbalah en Chassidisme is dat zelfs dit belangrijke aspect van de tijd is ontstaan uit de leegte op het begin punt van de schepping. 6)

De implicaties van deze visie zijn diepgaand. In het algemeen, toen de joodse middeleeuwse filosofen logisch wilden aantonen dat het universum begon, verwijzen zij naar zijn essentiële tijdelijke aard. Alles is in verval, alle systemen werken aan hun eigen ondergang - daarom moeten alle dingen een begin hebben, of anders zouden zij hun ondergang in het oneindige verleden hebben ontmoet. Dit is vergelijkbaar met ons begrip entropie en de huidige modellen van een tijdelijk en eindig universum.

Maar in dit paradigma, is er één vraag die overblijft: Hoe zit het met die dingen die niet met de tijd wegkwijnen? Heeft de Stelling van Pythagoras haar waarheidsgetrouwheid sinds Pythagoras verloren? Zijn de wetten van Newton na verloop van tijd verzwakt? Is het cumulatieve principe dat 1 + 1 = 2 geleidelijk in verval geraakt door het gebruik? Als het antwoord nee is, dan rijst de vraag: zijn deze dingen eeuwig? Zijn zij de noodzakelijke "grond van de werkelijkheid", zoals God zelf?

Zodra we erkennen dat tijd zelf - de essentie van tijd - een creatie is, wordt het duidelijk dat al deze dingen ook zijn ontstaan. Wiskunde, logica - zelfs tijd en orde - zouden er nooit zijn. Zelfs eens geschapen, kan dat in totaal verschillende vormen zijn geweest. Wat dat betreft kon één plus één drie of dertien geweest zijn. In de onnavolgbare woorden van George Burns (voor God spelen), "Wiskunde! Weer een ander van één van Mijn fouten!"

4) Tijd als Orde

Maar wat is dit "Essentiële Continuüm van de tijd"?

Zoals we hierboven hebben vermeld, Tora, is noch een empirische wetenschap noch een intuïtieve filosofie, maar eerder een ontvangen traditie van goddelijke wijsheid, en is in staat om de essenties van de dingen te bespreken. Het gebied van Tora dat bekend staat als de Kabbala geeft inzicht in de essentie van ons fysieke universum door te bespreken hoe het bestaat in een veel abstractere vorm in een hiërarchie van hogere werelden. Elk hoger niveau van wereld heeft een verhoogde affiniteit met het beginpunt van de schepping, en dus bestaan de dingen daar in een meer essentiële vorm.

Maar ook tijd begint niet zoals wij die kennen in de fysieke wereld, maar als een abstractie in de hogere werelden. In wezen is het "Orde" (of "Opeenvolging" of "Hiërarchie" - in het Hebreeuws, seder) - het concept dat één ding komt als gevolg van een ander. Dit is de vorm van de tijd waarnaar Rabbi Jehoeda ben Rabbi Simon verwijst wanneer hij beweert dat "de tijdelijke orde (seder zemanim) bestond voor de schepping." 7) De vele werelden waarover Rabbi Abbahu spreekt zijn "geschapen en vernietigd" voordat de onze 8) bestond in deze vorm van tijd - een volledig abstracte vorm, die zelfs geen nanoseconde inbreuk maakt op de fysieke tijd.

Het is de moeite waard te benadrukken dat, hoewel we zeggen dat deze vorm van tijd voorafging aan de schepping van de fysieke wereld, zijn precedent niet bestaat in termen van fysieke tijd die op één of andere manier is te meten - net zoals we geen enkele vorm van meting hebben van één van de hogere werelden of de verschijnselen in hen. Bovendien is deze vorm van tijd ook een schepping, net zoals alles binnen de hogere cosmos. Het gaat vooraf aan de schepping van de fysieke wereld, maar is niet oorspronkelijk in absolute zin. Dat wil zeggen, het concept van precedent en antecedent is een schepping.

Tijd wordt in het chassidisme ook beschreven als de flux van ratzo-v'shov een voortdurende positieve/negatieve trilling van creatieve energie die alle verschijnselen van de kosmos drijft. Net zoals harten kloppen, longen in- en uitademen, energie in golven pulseert, deeltjes weifelen tussen een negatieve en positieve toestand, zo wordt ook de kern van de kosmos voortdurend heen en weer geslingerd tussen een staat van zijn en niet-zijn. Maar ook deze trilling gaat "vooraf" aan de tijd zoals wij die kennen. Het essentiële continuüm van tijd in onze wereld is de uiteindelijke manifestatie van deze hogere vorm.

Waarom heeft de schepping ratzo v'shov nodig? De standaard uitleg in het chassidisme gaat als volgt: Voor alles wat bestaat zijn twee tegengestelde processen noodzakelijk. Aan de ene kant moet het object worden ondersteund door de wil van de Schepper. Aan de andere kant moet het zichzelf voelen als een vrijstaande en afzonderlijke entiteit. Ratzo v'shov is het artefact van deze dynamiek van het conflict. Op deze manier is het de lijm, of tussenpersoon tussen de creatieve kracht en het geschapen wezen. In de woorden van rabbijn Menachem Mendel van Lubavitch (de "Tzemach Tzedek", 1789-1866), is tijd de intermediair tussen de kosmische ziel en het universum. Tijd is het proces van zijn, in tegenstelling tot de inhoud van zijn.

Nog dieper gaande, moet tijd niet worden opgevat als de orde der dingen, of als de stroom van creatieve energie die een wereld genereert, maar als het basisconcept dat dit mogelijk maakt. Met andere woorden: de gang van zaken en het ritme van het bestaan zijn mogelijk omdat er zo'n concept van tijd is. Ze gebeuren binnen de tijd, maar ze behoren niet tot zijn essentie. Wat is deze essentie? Zoals bij elke essentie kan het alleen worden beschreven door de gebeurtenissen die daarbinnen plaatsvinden, maar kan niet direct worden gekend.

Dit leidt tot een boeiend en belangrijk punt: Als we zeggen dat de tijd begint, bedoelen we niet dat het wordt voorafgegaan door afwezigheid. De afwezigheid van tijd impliceert ook een concept van tijd (en misschien is dit wat wordt bedoeld met "onmeetbare tijd"). Integendeel, we bedoelen dat zowel tijd en de mogelijkheid van (tenminste conceptueel) zijn afwezigheid is ontstaan in de zes dagen van de Schepping. Om dit weer te geven in theologische termen: We zeggen niet dat er voor God geen tijd is. Integendeel, we zeggen dat voor God, tijd en geen tijd parallelle ficties zijn, beide door Hem geschapen (net als het bestaan en het niet-bestaan). Het zijn twee zijden van een enkele uitdrukking.

Wat belangrijk is, is dat dit ruimte laat voor de mogelijkheid van een convergentie van de twee: Als de tijd een noodzakelijk concept was en niet een schepping, dan zouden tijd en niet-tijd onmogelijk met elkaar in strijd zijn -je hebt slechts de één of de ander. Nu we zien dat ze niet meer dan twee modaliteiten van een enkele Schepper zijn, voor zover dat de Schepper betreft, is er geen reden waarom ze niet kunnen samenvallen. 9)

De Rebbe toont aan dat binnen het domein van de halacha, (Torah wet) een dergelijke convergentie bestaat. 10) Sjabbat, bijvoorbeeld, is een dag (tijd) van rust (stopzetting van de tijd). In wezen is de volledige 25 uur van de Sjabbat een enkel, ondeelbare punt. 11) Een punt wordt opgevat als de afwezigheid van een proces, of tijd. Dit kan ons helpen om de Talmoedische presentatie van het zevende millennium te doen begrijpen als een "dag die volledig Sjabbat is (letterlijk, stopzetting)," terwijl zij ook zegt dat "de wereld heeft zes millennia en één desolate." Dat millennium kan worden gezien als een "tijd buiten de tijd."

De tijd van Jom Kippoer is ook een enkel punt: iemand die verplicht wordt tot de uitoefening van een mitswot in het midden van Yom Kippur heeft geen bijbelse verplichting om te vasten. Verder wordt volgens verschillende autoriteiten, de gehele periode van 49 dagen van de Omer telling als één punt gezien. 12)

Dit zijn allemaal voorbeelden van de tijd en het ontbreken van de tijd, mogelijk binnen het kader van een goddelijke Auteur van wie ze beiden afkomstig zijn. Voorbeelden van enkele van de bovennatuurlijke (en supra-rationele) gebeurtenissen in de Tora vermeld, kunnen in dit opzicht ook relevant zijn. 13)

5) Tijd en Relativiteit

Zoals hierboven vermeld, is de wetenschap beperkt door zijn inherente afhankelijkheid van metingen. De Rebbe wijst erop dat deze beperking echter invloed heeft op de juistheid van de theoretische conclusies, hetgeen resulteert in fouten en verwarring. Dit is wat de Rebbe schrijft in de hierboven geciteerde brief over "degenen die werken op het gebied van de relativiteit." Ze werken alleen met het eerste aspect van tijd - het meten van tijd - "en bijgevolg fouten, wat resulteert in zeer vreemde conclusies." Wat belangrijk is over deze uitspraak is dat hij beweert dat onze fenomenologische studie van de natuur wordt aangevuld door onze "voorkennis". Sterker nog, dat voorkennis van belang in bij het oplossen van de gegevens.

Heel waarschijnlijk is zo'n "vreemde conclusie" waarnaar de Rebbe heeft verwezen de bekende "tweeling paradox." (Zie onder aantekeningen hiernaast). In dit gedachten experiment, eindigt één van de tweelingen ouder dan de andere omdat de één stilstaat en de andere beweegt met een snelheid die de snelheid van het licht benadert. De vraag die gewoonlijk wordt gesteld is: omdat alle beweging relatief is - en daarom is er geen manier om te bepalen welke van de twee beweegt en wie stilstaat - welke van de twee ouder zal zijn dan wie? Gewone logica zou verklaren dat de één niet ouder kan zijn dan de ander. 14)

Volgens wat de Rebbe in deze brief schrijft, is de paradox gemakkelijk af te wijzen. Gebeurtenissen kunnen (relatief) versneld zijn door beweging, en dit zou ons meten van de tijd beinvloeden, dat wil zeggen, subjectieve tijd. Maar niet de tijd zelf. Binnen het essentiële continuüm van tijd zelf, zouden beide tweelingen dezelfde leeftijd hebben.

In feite is het concept van de tijd, als een universele constante, fundamenteel voor het moderne gebied van wetenschap dat bekend staat als kosmologie. Dit gebied is gebaseerd op de veronderstelling dat zowel de ruimte en de tijd niet veranderen, ongeacht het gezichtspunt van de waarnemer. Dat dit strijdig lijkt met de speciale relativiteitstheorie van Einstein is een bekend punt van geschil.

In een latere brief 15), verduidelijkt de Rebbe verder de kennisgrenzen door middel van metingen, dit keer door kritiek uit te brengen op een aantal van de meest fundamentele uitgangspunten van de relativiteitstheorie, met inbegrip van de absolute waarde van de snelheid van het licht. Om de waarnemingen "Michelson en anderen," op te lossen suggereert de Rebbe dat de Lorenz-Fitzgerald contractie hypothese voldoende is om deze gegevens uit te leggen met een minimum aan hypothesen. 16)

Een soortgelijke aanpak kan worden toegepast op de huidige verwarring over de tijd van de zes dagen van de schepping: Zeker, zou de gemeten tijd anders zijn bij het begin van de schepping. Naast het ontbreken van een menselijke waarnemer om deze metingen te doen, totdat het gehele fysieke universum aanwezig is, zou het heelal niet werken op een wijze gelijk aan vandaag. Echter, de duur van die dagen zijn gelijk aan onze dagen in termen van Absolute Tijd, die begint bij het begin van de Schepping.

Samenvatting

Deze discussie over relatieve tijd en de absolute tijd biedt een uitstekende plaats voor de bespreking van een veel groter probleem: de noodzaak voor een interface tussen fysica en metafysica.

De Rebbe heeft aangetoond dat de wetenschap is geconfronteerd met een impasse in het ontwikkelen van een kosmologie wanneer alleen een beroep wordt gedaan op het materiële empirie. Er is behoefte aan "voorkennis" - hoofdzakelijk, voor de ziel van de kosmos om voor zichzelf te spreken en zijn ware identiteit aan de mens te onthullen. Dit is precies ons begrip van de Tora, en in het bijzonder, de esoterische leer.

Aan de andere kant, de openbaring heeft ook behoefte aan strenge wetenschap om in tastbare kennis te voorzien binnen het domein van de gemeenschappelijke menselijke ervaring. Zonder deze tastbaarheid, blijven de alledaagse fysieke wereld en de wereld van de geest vreemden voor elkaar. Om de tijd te bereiken wanneer "alle vlees zal zien" en de fysieke wereld zelf zijn Maker zal onthullen, moet er een convergentie zijn tussen de ontvangen en empirische vormen van kennis.

Voetnoten

1) Aldus Rabbijn Abraham Hecht; gepubliceerd in Igrot Kodesh, vol. 2, letter 283. Dit fragment verschijnt ook in Likkutei Sichot, vol. 10, p. 176, waar het wordt gedateerd op 1946.
2) Zie de brief van de Lubavitcher Rebbe over de relativiteitstheorie (Likkutei Sichot, deel 30, blz. 269), geschreven aan de auteur van een boek over relativiteit, waarin hij zegt:
Alle wetenschappelijke experimenten, die zijn uitgevoerd, waaronder die met betrekking tot de relativiteit - hebben als basis het meten, meetinstrumenten en iemand die meet en de daaraan ontleende conclusies. Daarom, alle conclusies die we vaststellen hebben of betrekking op de meting van de ruimte, of ook massa en licht - maar alles houdt zich bezig met het gedrag van de meetapparatuur en de eigenschappen van de mens en zijn capaciteiten.
3) De Rebbe over de Tanya, hoofdstuk 5, gedrukt in R. Yehoshua Korf, Likkutei Biurim, p. 57. 4) Ibid.
5) Likkutei Sichot, vol. 20, p. 333, fn. 79.
6 Zie ook Likkutei Sichot, vol. 17, pp. 59-60, en de verwijzingen aldaar.
7) Bereishit Rabba 3: 8.
8) Ibid. 3: 9.
9) Dit is een gemeenschappelijk thema in veel van de Lubavitcher Rebbe's verhandelingen.
10) Likkutei Sichot, vol. 17, blz. 59 ff.
11) Likkutei Sichot, vol. 8, p. 50.
12) Zie referenties in de bovengenoemde twee bronnen.
13) Zie Likkutei Sichot, vol. 11, pp. 319-320, waar de Rebbe een vergelijkbaar concept in de ruimte bespreekt en contrasteert dit zijn analogie in tijd.
14) Verschillende aspecten van de natuur uit de brieven van 1973 spreken over dit onderwerp, aangewakkerd door Professor Herbert Dingle van de Universiteit van Londen. Een oplossing berust op het feit dat de stationaire tweeling zijn traagheids-systeem heeft verlaten. Anderen vinden dit onvoldoende in het kader van de speciale relativiteitstheorie. Zie ook Mendel Sachs, "ANTISCIENCE binnen de wetenschap," B'or Ha'Torah 2 (1982): 53, voor het eerst gepubliceerd in De Humanist, januari-februari 1978.
15) Gedateerd 1956, en gedrukt in Likkutei Sichot, vol. 30, pp. 269-271
16) Voor een boeiende verhandeling die deze hypothese heroverweegt, zie hier. (NB Deze link is corrupt - de vertaler) Voor een onafhankelijk, kritisch perspectief van zowel de speciale en de algemene relativiteitstheorie vanuit een hedendaags perspectief, zie het artikel van Tom van Flandern in Physics Letters A, 21 december 1998. Zie ook Petr Beckmann, Einstein Plus Two, Golem Press.

Door Tzvi Freeman

Bron: What Is Time?

Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Entropie In 1865 schrijft de Duitse fysicus Clausius over zaken als warmte, energie, arbeid en entropie. Hij stelt vast dat alleen bij processen die omkeerbaar, reversibel, zijn er iets hetzelfde blijft. Dat iets noemt hij entropie. Entropie is een Grieks woord en betekent transformatie.

De tweelingparadox is een gedachte-experiment in de speciale relativiteitstheorie. Een astronaut maakt een ruimtereis waarin hij lang met zeer hoge snelheden reist. Wanneer hij terugkomt op aarde, blijkt hij jonger te zijn dan zijn tweelingbroer, die op aarde is gebleven. Dit resultaat, de tijddilatatie van bewegende lichamen, wordt voorspeld door de speciale relativiteitstheorie.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.