Spanje

  1. 306-312
  2.  
  3.  
  4.  
  5.  
  6.  
  7.  
  8.  
  9.  
  10.  
  11.  
  12.  
  13.  
  14.  
  15.  
  16. 589
  17.  
  18. 612
  19.  
  20.  
  21.  
  22.  
  23.  
  24.  
  25. 633-638
  26. 638
  27.  
  28.  
  29. 653
  30.  
  31.  
  32.  
  33.  
  34. 711
  35.  
  36.  
  37. 1066
  38. 1085
  39.  
  40.  
  41. 1091
  42.  
  43. 1109
  44.  
  45.  
  46.  
  47. 1176
  48.  
  49.  
  50.  
  51. 1239
  52.  
  53.  
  54. 1250
  55.  
  56.  
  57.  
  58.  
  59.  
  60.  
  61. 1328
  62. 1355
  63. 1391
  64.  
  65.  
  66.  
  67. 1405
  68. 1412
  69.  
  70. 1412
  71.  
  72.  
  73.  
  74.  
  75.  
  76.  
  77.  
  78.  
  79.  
  80.  
  81.  
  82.  
  83.  
  84.  
  85.  
  86.  
  87.  
  88. 1478
  89.  
  90.  
  91.  
  92.  
  93.  
  94. 1481
  95.  
  96.  
  97.  
  98. 1483
  99.  
  100. 1490
  101.  
  102. 1492
  103.  
  104.  
  105.  
  106. 1547
  107.  
  108.  
  109.  
  110.  
  111.  
  112.  
  113. 1657
  114.  
  115.  
  116. 1938
  1. Opzienbarende synode. Gehouden van 306 tot 312 (in het Spaanse Eliberri, bij/in Granada). Begin van het Europese antisemitisme. Tijdens de synode in Elvira wordt het christenen verboden met Joden te trouwen, te leven en te eten. Het zijn de eerste voortekenen van wat later "de Europese ziekte" zal gaan heten. Christenen (liever gezegd: christelijke leiders) lijken er behoefte aan te hebben, zich af te zetten tegen de moeder godsdienst, het joodse geloof. De Jodenhaat (of antisemitisme) kan voor een deel verklaard worden door christelijke "toorn" (= boosheid) op Joden omdat zij Jezus Christus als Verlosser (of Messias) afwijzen. Ook wordt de beeldencultus tegengegaan door afbeeldingen van God of van heiligen te verbieden. Tevens wordt in Elvira besloten dat epilepsie patiënten niet worden toegelaten tot de Heilige Communie. De epilepsie patiënten zouden de duivel in zich dragen. Tenslotte wordt in Elvira nog een tweede besluit genomen dat tot formidabele problemen zal leiden. Vastgelegd wordt dat "alle geestelijken die bestemd zijn voor de dienst van het altaar" in celibaat moeten leven en geen kinderen mogen voortbrengen.
  2. De Kerkenraad van Toledo besluiten dat alle kinderen van Joods-christelijke gezinnen gedoopt dienen te worden.
  3. De Spaanse koning Sisebut besluit dat alle Christenen die schulden hadden bij Joden schuld vrij zijn. Joden die hun ontroerend goed willen behouden, dienen zich eerst te laten dopen. Dit ultimatum werd uitgebreid met een eventuele verbanning. Enkele jaren later werden de achtergeblevenen van hun bezittingen beroofd, tot slaven verklaard en aan christelijke meesters geschonken. Alle Joodse kinderen vanaf 7 jaar werden van hun ouders weggenomen en aan christenen ter opvoeding gegeven.
  4. Joden vervolging door West – Gothen in Spanje.
  5. Ondertussen heeft de Raad van Toledo besloten dat alleen Katholieken in Spanje mogen wonen. Hierdoor werden Joden gedwongen Katholiek te worden, maar in het geheim bleven velen Jood.
  6. De Marranen bedrijven in het geheim hun Jodendom (marrano = zwijn). De Kerkenraad van Toledo spreekt hier koning Recceswinth over aan, terwijl deze hen op het hart drukt dat deze Joden echte bekeerde Christenen zijn. Ondertussen heeft hij nogmaals de verboden van de besnijdenis, van de viering van de Shabbat en de Joodse feestdagen bevestigd.
  7. Opmars, met behulp van de Marranen, van de Moslims in Spanje. De Visigotische adel werden verdreven en vele verbannen Joden keerden terug. De Joodse cultuur bloeide weer op.
  8. Moslims doden in Granada 5000 Joden. Aanleiding: de welvaart van de Joden.
  9. Koning Alfondso VI verdrijft de Moren en herstelt het Christelijk bewind in Spanje. Hij haalt de woede van paus Gregorius VII op zijn hals wanneer hij goed is voor de Joden door hen te benoemen bij de belastingen en in diplomatieke diensten.
  10. De druk van de paus is te zwaar voor Koning Alfondso en hij trekt de privileges t.a.v. de Joden in. Zelfs een deel van hun burgerrechten wordt hen ontnomen.
  11. De oude anti-Joodse maatregelen worden na de dood van koning Alfondso VI in Toledo weer van kracht. Hierdoor gaat er een nieuwe pogrom van start. Slechts door hun kennis van het Arabisch en de wetenschap, mogen zij wel in de overheidsfuncties blijven functioneren.
  12. De Wet van Teruel wordt voor het eerst openlijk in Europa geformuleerd: "de Joden zijn de lijfeigenen van de koning en het onvervreemdbare eigendom van de koninklijke schatkamer." Een "voordeel" is dat de eigendommen van de Jood en de Jood zelf beschermt kunnen worden wanneer dat de heerser uit zou komen.
  13. Paus Gregorius IX verwacht dat de koning en bisschoppen van Spanje alle Hebreeuwse boeken in beslag nemen, omdat de Joden halsstarrig blijven geloven in hun verraderlijke theorieën die ze uit die boeken leren.
  14. In het jaar 1250 dook in Spanje de eerste bloed beschuldiging op. gericht tegen de Joden in Zaragoza. De Spanjaarden waren het voorbeeld gaan volgen van de Franse koningen en geestelijken, zeer tot genoegen van paus Innocentius III, die had geschreven dat de Joden schuldig waren aan de kruisiging van Jezus en op grond daarvan veroordeeld tot eeuwigdurende dienstbaarheid. Net als Kaïn zouden zij zwervers en vluchtelingen zijn. Noot: Ontleend aan website Joden vervolging in Europa.
  15. In Estella wordt een volledige Joodse gemeenschap vermoord.
  16. In Toledo worden tijdens een pogrom 12.000 Joden afgeslacht.
  17. Anti – Joodse rellen in Spanje. Gevolg: duizenden Joden vermoord en synagogen plat gebrand. In Sevilla worden 5000 Joodse families uitgeroeid. Door de Spaanse Joden vervolging worden 20.000 Joden op de brandstapel omgebracht. In meer dan 70 Joodse gemeenten kwam het tot onbeschrijfelijke gruweldaden.
  18. De synagoge van Toledo wordt onteigend.
  19. In Spanje gaat men door met anti-Joodse acties. In dit jaar gaat men het woongebied van de Jood beperken en middels een wet de Joden isoleren.
  20. In 1412 verordineerde de regering van Castilië dat de Joden in aparte wijken moesten worden opgesloten. Ze moesten hun haar en baard laten groeien, zodat ze goed te onderscheiden waren van de Christenen. Er waren in die tijd ongeveer 30.000 joodse families in Castilië, nog afgezien van de tot het Christendom bekeerde Joden, die vaak heimelijk Jood waren gebleven en algemeen conversos werden genoemd. De Inquisitie kwam vanuit Zuid-Frankrijk naar Spanje om die crypto-joden uit te roeien. Tussen 1481 en 1488 werden meer dan zevenhonderd conversos verbrand. In de herfst van 1483 werd Tomás de Torquemada benoemd tot hoofd van de Inquisitie en het land raakte in de greep van de terreur. Torquemada trok van stad tot stad en in de volgende twaalf jaar ontdekte hij meer dan dertien duizend mannen en vrouwen die in het geheim hun joodse geloof praktiseerden. Op 31 maart 1492 werd in Granada een edict ter verdrijving van de Joden getekend en op 1 mei moesten alle Joden die het Christendom niet aanvaarden, het land verlaten. Ongeveer honderdzeventigduizend Joden vertrokken en tienduizenden lieten zich onder dwang dopen. De laatste Jood verliet Spanje officieel op 31 juli 1492. Paus Innocentius had gewonnen. Alle Joden waren definitief zwervers geworden. Noot: Ontleend aan website Joden vervolging in Europa.
  21. De Spaanse Inquisitie wordt ingesteld. Tienduizenden onschuldige mensen worden gemarteld en gedood. Voor een groot deel zijn dat Joden, Marranen (bekeerde Joden tot het Christendom die stiekem toch het Jodendom blijven beoefenen) en christenen met een Joodse komaf. Joden worden vervolgd en in 1492 voor de keus gesteld: bekeren tot het katholicisme of Spanje verlaten, uiteraard met achterlating van al hun bezittingen.
  22. De eerste autodafe (vonnis betreffende het geloof = de brandstapel) wordt in Sevilla voor het eerst georganiseerd. In 1781 wordt de laatste autodafe, tevens in Sevilla, uitgevoerd. Zes mensen worden in 1481 in Sevilla verbrand, omdat zij in het geheim het Jodendom aanhingen.
  23. Door de monniken van de Dominicaner inquisiteur Tomas De Torquemada worden tegen de Marranen wrede maatregelen getroffen.
  24. Duizenden Hebreeuwse manuscripten worden verbrand in opdracht van de Spaanse Inquisitie.
  25. 160.000 van de 200.000 Spaanse Joden worden uit Spanje verbannen. 25.000 komen in Nederland aan. Het grootste deel van de achterblijvers (om en nabij 50.000) laat zich in Spanje dopen, maar stiekem worden zij Marraan. Christophorus Columbus zet zich in voor de Spaanse Joden.
  26. In dit jaar kondigde een man van nederige afkomst genaamd Siliceo een decreet af betreffende de zuiverheid van bloed. In de toekomst zouden alleen diegene benoemd kunnen worden in een kerkelijke functie wier bloed niet was besmet met dat van Joden. In 1556 werd het decreet goedgekeurd door koning Filips II, die ter gelegenheid opmerkte dat alle ketterij in Duitsland, Frankrijk en Spanje is gezaaid door de afstammelingen van de Joden. Noot: Ontleend aan website Joden vervolging in Europa.
  27. Spanje schendt het Verdrag van Münster door Nederlandse Joden niet toe te laten in Spanje en Portugal om daar handel te drijven. De Hollandse Staten Generaal garanderen de Joodse belangen.
  28. Franco herroept de gelijkberechtiging van de Spaanse Joden.