Reformatoren

Luther

Kerkhervormer Luther inspireerde Hitler

Luther Het felle antisemitisme van de zestiende-eeuwse kerkhervormer Maarten Luther was mede bepalend voor het klimaat waarin de nazi's 6 miljoen Joden vermoordden, aldus René Süss in zijn recente studie "Luthers theologisch testament". Luthers Jodenhaat vormde geen uitglijder, maar behoorde tot de kern van zijn reactionaire geloofsleer. Toch beschouwen velen hem ook nu nog als een van de grootste Duitse en christelijke helden aller tijden.

Luther is bekend geworden door zijn strijd tegen de rooms-katholieke kerk tijdens de Reformatie. Vooral de handel in aflaten, waarmee rijken hun zonden konden afkopen en een plaats in de hemel konden bemachtigen, wekte zijn ergernis. Hij zette zich ook af tegen de heiligenverering, de relikwieëncultus, het celibaat en de pauselijke hiërarchie. Zo is hij in de dominante geschiedschrijving over het christendom te boek komen te staan als een voorvechter van emancipatie en individuele zelfbeschikking en een bestrijder van roomse corruptie en uitbuiting van de armen. Omdat hij de bijbel in het Duits vertaalde en aan de wieg stond van het Duitse nationalisme, wordt hij ook nog steeds geprezen als boegbeeld van de Duitse eenheid.

Gezagsgetrouw

Uit onderzoek van Süss en andere Luther-critici blijkt hoe onterecht dit positieve imago van de reformator is. Luther nam belangrijke elementen uit de oerconservatieve rooms-katholieke leer over en versterkte die zelfs. Wie onderaan de sociale hiërarchie stond of van de dominante maatschappelijke normen afweek, kon rekenen op zijn tomeloze haat.
Zijn geschriften vormen tezamen één grote scheldpartij tegen Joden, vrouwen, ongelovigen, boeren en gehandicapten, en verder tegen iedereen die zich niet wenste te onderwerpen aan de tirannie van de adel en de vorsten. Onderdanen zouden zich nooit tegen het staatsgezag mogen verzetten, want die macht zou "van God gegeven" zijn. "Het is beter als tirannen 100 onrechtvaardigheden tegen het volk begaan, dan wanneer het volk een enkele onrechtvaardigheid tegen de tirannen begaat", aldus Luther. "Hoe slecht het bestuur ook moge zijn, toch zou God het dulden van zijn bestaan verkiezen, liever dan het gepeupel toe te staan te muiten, met hoeveel recht zij ook mogen handelen. Een vorst hoort vorst te blijven, welk een despoot hij ook moge zijn. Hij onthoofdt noodzakelijkerwijs toch maar weinigen, daar hij onderdanen moet bezitten om heerser te kunnen zijn."
Luther ruilde zo de ene autoritaire geloofsleer, het rooms-katholicisme, in voor de andere, het lutheranisme. Die vorm van protestantisme werd door zijn gezagsgetrouwheid vooral populair onder middenstanders en ambtenaren. Het lutheranisme kreeg vooral in Duitsland veel aanhang. Nederland ging meer voor het calvinisme, de leer van de reformator Johannes Calvijn.
Toen arme en verpauperde boeren in 1524 onder leiding van Luthers collega-theoloog Thomas Münzer in opstand kwamen tegen de overheid die hen genadeloos uitzoog, koos Luther onvoorwaardelijk de kant van de machthebbers.
In zijn vlugschrift "Tegen het roofzuchtige en moordlustige boerenvolk" riep hij hen op om korte metten te maken met mensen in verzet. "Daarom moet, in het openbaar of achter gesloten deuren, elke opstandeling worden doodgeslagen, gewurgd of doodgestoken, waarbij men moge bedenken dat er niets vergiftigenders, schadelijkers en duivelser is dan een oproerling, opdat hij als een dolle hond om het leven wordt gebracht."
Ook "heksen" en gehandicapten moesten van hem vervolgd en vermoord worden, omdat ze "duivels" zouden zijn. Vrouwen waren in zijn ogen alleen maar broed- en baarmachines die in dienst van God kinderen moesten krijgen en daarvoor zo nodig in het kraambed behoorden te sterven.

Smaadschrift

Het meest maniakaal ging Luther tekeer tegen Joden. Zelfs in een tijd waarin religieus antisemitisme doodnormaal was en Joden als tweederangs mensen werden behandeld, viel zijn volkomen doorgedraaide en uitzinnige Jodenhaat velen toch nog op.
"Hij is een meester in het verdraaien, kwaadspreken, lasteren en overdrijven", stelde bijvoorbeeld zijn - eveneens antisemitische - tijdgenoot Erasmus.
In "Over de Joden en hun leugens", één van de afschuwelijkste antisemitische smaadschriften aller tijden, noemt Luther de Joden onder meer:

  • Gods- en profetenmoordenaars
  • Bloedhonden
  • Duivelskinderen
  • Leugenaars
  • Adderengebroed
  • Volksverleiders
  • Woekeraars
  • Wurgers
  • Rondlummelende schooiers
  • Weerzinwekkend uitvaagsel
Joden zouden verblind zijn
  • vervloekt
  • boosaardig
  • wraakzuchtig
  • gierig
  • begerig
  • lasterlijk
  • afgunstig
  • hoogmoedig
  • bezeten
  • halsstarrig
  • onverbeterlijk
Ze zouden "ons" overheersen, "ons" water vergiftigen, en "onze" kinderen stelen, hen doorboren en hun bloed opvangen om dat te verwerken in matses, joodse broden. Ze zouden "ons ongeluk" zijn.
Met grof geschut brengt Luther vrijwel het hele arsenaal aan antisemitische mythes en stereotyperingen in stelling. Alleen het raciale antisemitisme ontbreekt bij hem vanzelfsprekend, want dat werd pas ontwikkeld in de negentiende eeuw.

Luther was een van de eersten die zei dat men zich van de Joden moest ontdoen door hen allemaal te doden. Bij hem begint de ideologie van de "Endlösung" van de "Judenfrage", het gruwelijke streven naar een wereld zonder Joden. Eeuwenlang hadden de christelijke machthebbers en ideologen betoogd dat het Jodendom als religie overbodig was geworden en weg moest. Door de geboorte van Jezus, de veronderstelde zoon van God, zou de belofte van de komst van de messias zijn vervuld. Nu de Joden Jezus niet als de messias wensten te aanvaarden en hem zelfs zouden hebben gekruisigd, zouden ze door God zijn verworpen en verdoemd. God zou de Joden hebben gestraft door hen voor eeuwig in ballingschap te sturen. Hij zou niet langer de Joden als het uitverkoren volk beschouwen, maar de christenen.

Tot zover. Dit stuk is overgenomen uit het artikel over Luther afkomstig uit een artikel in De Fabel van de illegaal 82/83, voorjaar 2007 Auteur: Harry Westerink. Voor het hele artikel zie De Fabel van de illegaal 82/83

Een ontdekking

Bij vertaalwerk uit het Hebreeuws gebruik ik o.a. een geautoriseerde tekst van de “Evangelische Deutsche Original – Bibel von 1741” met de originele Hebreeuwse tekst en de originele Duitse vertaling van Maarten Luther. De oorspronkelijke Bijbel bevindt zich in de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Via microfilm werd in 1986 deze Bijbel herdrukt door Eva Berndt Verlags in Berlijn.

De vertaling van Luther is vaak onnauwkeurig, maar dat is niet wat ik hier aan de orde wil brengen. Luther plaatste kopjes boven de hoofdstukken en zo ook boven de Psalmen, om kennelijk een samenvatting te geven.

Mijn verbazing, en dat is nog zacht uitgedrukt, heeft betrekking op het kopje boven psalm 59:

“Juden sind verflucht, und was verrucht, nur Schaden sucht.”

Het is voor mij een volkomen raadsel waarom deze ontboezeming boven deze Psalm is geplaatst. Waarom überhaupt deze ontboezeming? De inhoud is ronduit walgelijk en tekent het karakter van deze “kerkhervormer”. Voor hen die het Duits niet machtig zijn, vrij vertaald staat er: “Joden zijn vervloekt, en wat godvergeten is, daar krijg je alleen maar schade van.”

Calvijn en de Joden

Geen Jodenhaat

Calvijn Volgens de christelijk gereformeerde hoogleraar H. J. Selderhuis is het oordeel van Calvijn over de Joden niet positief te noemen. Calvijn schreef: “Ik heb vaak en met vele Joden gesproken, maar ik heb bij hen nog nooit één druppel vroomheid, één korreltje waarheid of geestkracht kunnen bespeuren. Ja, ik heb bij een Jood zelfs nog nooit iets van gezond verstand kunnen ontdekken”. Hoe kwetsend zulke woorden ook klinken, het blijft nog ingetogen, want Calvijn kon ook een hele serie scheldwoorden gebruiken wanneer hij over Joden schreef, woorden als ’improbi canes’ of ’rabidi canes’, in "gewoon" Nederlands: gemene honden of dolle honden. Nu was het destijds bij geleerden gebruikelijk om de toevlucht te nemen tot grof taalgebruik. Opmerkelijk is echter dat Calvijn in onderscheid met veel van zijn tijdgenoten niet heeft opgeroepen tot Jodenhaat.

Precies een kwart eeuw geleden verscheen het schokkende boek van professor Heiko A. Oberman over de wortels van het antisemitisme. Niet alleen bij de hervormer Luther, maar ook bij humanisten Reuchlin, Pfefferkorn en Erasmus komen we schokkende uitspraken tegen, waardoor mensen zijn opgehitst tegen de Joden. Volgens de toenmalige hoogleraar kerkgeschiedenis in Tübingen is het "gevaarlijk Auschwitz en de Holocaust als een lokale of tijdelijke ontsporing van de Europese beschaving te zien: Renaissance, Reformatie en de Verlichting spreken daarvoor een te duidelijke anti-Joodse taal.” Zijn ooit uit zulke schokkende resultaten van wetenschappelijk onderzoek de noodzakelijke consequenties getrokken?

Wel anti judaïsme

Met een zekere voldoening komt prof. dr. A.J. Visser na een intensieve studie van de geschriften van Calvijn tot de conclusie, dat er gelukkig bij deze reformator in tegenstelling tot bij Luther geen aanzetten zijn te vinden tot de Joden vervolging, die later op zo gruwelijke wijze door Hitler is ontketend. Terecht heeft prof. dr. Hans Jansen daar een groot vraagteken achter gezet in zijn standaardwerk over de theologische en kerkelijke wortels van het antisemitisme. Volgens hem is de belangrijkste wortel van het racistische antisemitisme in de negentiende en twintigste eeuw het theologisch anti judaïsme dat we juist op zeer uitgesproken wijze tegenkomen bij de hervormer van Genève.

Hoe valt het toch te verklaren dat een scherpzinnig theoloog en knap exegeet als Calvijn tot de slotsom komt dat de rol van Israël om heil voor de mensheid te brengen helemaal is uitgespeeld? Bij veel middeleeuwse theologen is er nog hoop voor een massale bekering van de Joden. Ook bij de puriteinen, piëtisten en vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie klinkt die verwachting duidelijk door. Bij Calvijn is er echter sprake van een definitieve verwerping. Beseffen we welke rampzalige gevolgen zo'n negatief oordeel heeft gehad?

Tot zover het artikel over Calvijn van de hand van Ds. G. Hette Abma. Zie voor het hele artikel deze link.

Een vondst elders

In het boek "Yiddish Civilisation, The rise and The Fall of a Forgotten Nation door Paul Kriwaezek, Phoenix Londen 2006, blz. 175 en 176" vond ik de volgende, voor ons onderwerp, relevante zaken over Calvijn. Hij zou gezegd hebben: “Wanneer we de Joden vergelijken met andere volkeren, dan is hun goddeloosheid, ondankbaarheid en opstandigheid groter dan de misdaden van alle andere volkeren.”

Nog een citaat uit genoemd boek: “Ik heb vaak en met veel Joden gesproken, maar ik heb bij hen nog nooit één druppel vroomheid, één korreltje waarheid of geestkracht kunnen bespeuren. Ja, ik heb bij een Jood zelfs nog nooit iets van gezond verstand kunnen ontdekken”.


Calvijn was ook de man die in Genève 58 ketters veroordeelde tot de brandstapel en 76 verbande. In een enkel jaar verbrandde hij 43 vrouwen omdat ze zogenaamd een heks waren. Gedurende het uitbreken van een plaag executeerde hij 34 mensen omdat zij de pest hadden veroorzaakt. In 1553 zond hij de eminente geleerde Micael Servetus naar de brandstapel. Deze maakte zich schuldig aan de afwijzing en lering van de zogenaamde drie-eenheid en de kinderdoop. Overigens was Micael Servetus een uitmuntend geleerde en een Jood. Zie Michael Servetus onder "Early life and education".

Laten we eens zien wat God over Zijn volk zegt:

  • Deuteronomium 32:10: "Hij vond het in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde het met zorg en met liefde, koesterde het als zijn oogappel".
  • Jeremia 31:20: "Is Efraim niet mijn geliefde zoon, is hij niet mijn oogappel? Telkens als Ik over hem spreek rijst zijn beeld in mij op, dan raak Ik diep bewogen. Ik moet mij over hem ontfermen, spreekt Hashem."
  • Zacharia 2:12: "Want Hashem van de hemelse machten, die mij zijn grootheid heeft geopenbaard en die mij gezonden heeft, zegt over de volken door wie jullie geplunderd zijn: "Wie aan mijn volk komt, komt aan mijn oogappel!"

Aantekeningen

Home Malben

printer