Het Pausdom

Kleding van Joden in de Middeleeuwen

  1. 91
  2. 185
  3. 200-260
  4. 321
  5. 325
  6.  
  7.  
  8.  
  9.  
  10.  
  11.  
  12.  
  13. 333
  14.  
  15. 338
  16.  
  17. 364
  18.  
  19. 391-406
  20.  
  21. 410
  22.  
  23.  
  24.  
  25.  
  26.  
  27.  
  28.  
  29.  
  30.  
  31.  
  32.  
  33.  
  34.  
  35. 415
  36.  
  37.  
  38.  
  39. 418
  40.  
  41.  
  42.  
  43.  
  44.  
  45. 419
  46.  
  47. 538
  48.  
  49.  
  50. 553
  51.  
  52. 600
  53.  
  54.  
  55.  
  56.  
  57.  
  58.  
  59.  
  60.  
  61.  
  62.  
  63.  
  64.  
  65.  
  66. 1179
  67.  
  68.  
  69.  
  70.  
  71.  
  72.  
  73.  
  74.  
  75.  
  76.  
  77. 1227
  78.  
  79.  
  80.  
  81.  
  82.  
  83. 1348
  84.  
  85.  
  86.  
  87. 1415
  88.  
  89.  
  90. 1428
  91.  
  92. 1429
  93.  
  94. 1433
  95.  
  96.  
  97.  
  98. 1455
  99.  
  100. 1489
  101.  
  102.  
  103.  
  104. 1553
  105.  
  106.  
  107.  
  108.  
  109. 1569
  110.  
  111.  
  112. 1581
  113.  
  114. 1770
  115.  
  116.  
  117.  
  118. 1775
  119.  
  120. 1904
  121.  
  122.  
  123.  
  124. 1937
  1. Paus Clemens geeft de Joden de schuld van de Christenvervolging.
  2. Kerkvader Origenes verbiedt Joodse bronnen in theologische studies.
  3. Het Christendom komt tot bloei.
  4. De zondag de officiële “Bijbelse” rustdag.
  5. Tijdens het Concilie van Nicea worden Joodse bisschoppen (Joden die overgegaan zijn naar het christendom) voor het eerst niet uitgenodigd. Pesach werd afgeschaft en Pasen werd op een ander tijdstip ingesteld: eerste zondag van de lente. De overweging is: "het zou buiten elke maatstaf ongepast zijn als wij op het heiligste aller feesten de gewoonten van de Joden zouden volgen. Laten we niets gemeen hebben met dat afschuwelijke volk." Theoretische scheiding tussen kerk en synagoge. De "christelijke kerk" bepaalt haar houding jegens de Joden; tot behoud van het christendom dienen Joden in afzondering te leven.
  6. Vervolging van christen-Joden die met hun Joodse banden moeten breken. Anders volgt executie.
  7. De zonnekalender wordt door het inmiddels tot staatsgodsdienst verheven christendom ingesteld.
  8. Door het Concilie van Laodicea werd de doodstraf met betrekking tot de viering van de sabbat ingevoerd.
  9. De Bijbel wordt door Jerome (Sophronius Eusebius Hiëronymus) in het Latijn vertaald.
  10. De val van Rome. Hiëronymus schreef: "Wie had kunnen denken dat Rome, dat zoveel overwinningen behaalde over het gehele universum en het fundament vormde, ineen zou storten? Dat alle kusten van het Oosten, van Egypte en van Afrika, overstroomd zouden worden door de vele slaven, mannen en vrouwen, die behoren bij de stad welke vroeger de meesteres der wereld was? Dat Bethlehem, de heilige stad, iedere dag gasten zou ontvangen van beide geslachten, teruggevoerd tot de bedelstaf, zij die vroeger edel en overstelpt waren met luxe? Daar wij hen niet allen kunnen redden, zuchten wij met hen, wij mengen onze tranen met de hunne. In beslag genomen door de last van dit heilige werk, want ik kan hen die toestromen niet zien zuchten, heb ik mijn commentaar op Ezechiël en welhaast iedere vorm van studie terzijde gelegd. Ik verlang ernaar de woorden van de Schrift in daden om te zetten en heilig te handelen in plaats van heilige woorden te spreken." (Hiëronymus, Ezechiël prol. in libra. III).
  11. Kerkvader Aurelius Augustinus van Hippo verklaart: "het ware tegenbeeld van de Jood is Judas Iskariot, die zijn heer verkoopt voor zilver. De Joden zullen de Schrift nimmer kunnen begrijpen en zullen voor eeuwig de schuld dragen voor de dood van Jezus."
  12. Hiëronymus zegt over de synagoge: "Als je het een bordeel noemt, een hok van ontucht, een schuilplaats van de duivel, een fort van satan, afgrond met iedere voorstelbare catastrofe, of wat men maar wil, dan zegt men nog minder dan hetgeen het verdient." Een andere keer stelde hij dat de Joden niets van de Bijbel begrepen en dat zij streng vervolgd moesten worden totdat zij het "ware geloof" zouden aanvaarden.
  13. Tientallen synagogen worden, o.l.v. de christelijke monnik Barsauma van Nibis en als onderdeel van een geweldcampagne tegen de Joden in Palestina, verwoest.
  14. Joden mogen geen christelijke werknemers meer hebben. Zij worden vervolgd in het bedrijven van landbouw en het toetreden tot gilden wordt later verboden. Hierdoor konden de Joden alleen nog handeldrijven.
  15. Paus Gregorius I (de Grote) tracht door zijn zendbrief christenen te beschermen tegen Joodse invloeden.
  16. Paus Gregorius I uit zijn antisemitisme door de volgende Bijbeltekst: Petrus 2:22: "In hen is het spreekwoord bewaarheid: Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoon gewassen zeug naar de modderpoel." Hij legde deze tekst zo uit dat het uitbraken het afleggen van de Joodse praktijk voorstelt. Joden zouden hetzelfde gedrag vertonen als honden en dat wekte bij deze eerste middeleeuwse paus walging op. Deze "geniale" paus legt uit dat de Jood die van het christelijk geloof afvalt, is als een zwijn, die zich wast om zich daarna weer in de modder te wentelen. Daarom moesten de christenen beschermd worden tegen het besmettingsgevaar van de Joodse religie. Liefde van een christen voor het Joodse volk is overspel en dat dient ten strengste gestraft te worden en wel met de doodstraf. Dit alles is te vinden in de beroemde Vaticaanse bibliotheek! Deze paus hinderde iedere vorm van Joodse activiteit en wie zich bekeerde, werd politiek en economisch voordeel beloofd. Wat heel raar is, is dat deze paus meende dat Joden beschermd dienden te worden tegen geweld.
  17. Het 3e Lateraanse Concilie (paus Alexander III) zegt, dat de Joden geen christelijk personeel mogen hebben en dat de getuigenis van een christen tegen een Jood altijd geldig is. Daarnaast wordt de christenen verboden rente van elkaar te vragen n.a.v. Deuteronomium 23:19, 20. Omdat de Joden een monopoliepositie hadden op kredietverstrekking, zette dit kwaad bloed bij de christenen. De rente is in deze periode hoog door de economische en politieke onzekerheid waarin de Joden zich bevinden! Paus Innocentius III die van 1198 tot 1216 op de troon zat, was zeer ingenomen met de positie van de Joden en spoorde de rooms-katholieke koningen aan de Joden zo te behandelen, dat zij, gebogen onder het juk van de slavernij, het niet zullen wagen zich te verheffen tegen het eerbiedwaardig christelijk geloof.
  18. Op het concilie van Narbonne in 1227 werd afgekondigd dat teneinde Joden te onderscheiden van anderen, " Wij verordonneren en bevelen dat zij op hun kleding een ovaal insigne moeten dragen." In het Spaanse Castilië kwamen de Joden in opstand tegen het gebod en toen zij dreigden massaal naar islamitische landen te emigreren, besloten de paus en de koning het gebod uit te stellen naar een later en geschikter tijdstip.
  19. De Joden krijgen de schuld van de Zwarte Dood, de builenpest. De Joden zouden de waterbronnen hebben vergiftigd. Paus Clemens VI verklaart de Joden onschuldig, maar er volgen pogroms in bijna alle plaatsen waar Joden wonen. Talloze Joden worden vermoord.
  20. Paus Benedictus XIII (Theophylactus van Tusculum) geeft opdracht Talmoedische boeken in beslag te nemen. De Joden mogen geen zaken meer bezitten die in strijd zijn met het christendom.
  21. Paus Martinus V (Oddone Colonna) verbiedt Italiaanse schepen Joden naar Palestina te vervoeren.
  22. Dezelfde Paus geeft dit jaar een bul uit om juist de Joden te beschermen. Helaas wordt deze bul genegeerd.
  23. Kort nadat de ban is ingesteld, komt er een krachtige oproep van Jitschak Tsarfati. Hij roept de Joden, via het toen tolerante Turkije, op om naar Palestina te reizen. Later in deze eeuw moedigen de Ottomaanse Sultans Joodse immigratie naar hun gebieden aan.
  24. Het eerste boek wordt gedrukt door Johannes van Gutenberg (Johann Gensfleisch zur Laden). NB. De Bijbel in het Latijn.
  25. Bisschop Petrus Brutus van Kotor (Joegoslavië) schreef 2 boeken: "Brief tegen de Joden" en "Victoria contra Judæos (overwinning tegen de Joden)". Waarschijnlijk is deze ergste vorm van antisemitisme in die tijd aangewakkerd door de verdwijning van Simon in Trente (zie 1475 Italië).
  26. In dit jaar veroordeelde de paus de Talmoed als een godslasterlijk boek en een maand later werd in Rome een enorme berg Joodse boeken verbrand. In 1555 beval een andere paus dat de Joden in getto's moesten gaan wonen. Ze mochten geen bezit meer mogen hebben en moesten gele hoeden dragen. Tegen 1612 woonden alle Joden in ommuurde getto's, bewaakt door christenen.
  27. Behalve in Ancona en Rome, verbant paus Pius V de Joden ook uit alle dorpen en steden van de pauselijke staten. Dit doet de paus op 26 januari middels de bul Hebraeorum.
  28. Joodse artsen mogen geen christelijke patiënten behandelen. Paus Gregorius XIII heeft dit verbod bekrachtigd.
  29. Clement XIV bevestigt de rituele moorden (matzes-sprookje) op zowel Sint Simonino (1475) en Sint Anderl (Andreas van Rinn; die ook door de Joden ritueel vermoord zouden zijn). Dit doet Clement als advocaat van de Heilige Stoel en voordat hij paus werd.
  30. Paus Pius VI geeft de verordening "Edict over Joden" uit. Joden mogen onder andere geen grafstenen op hun graven.
  31. De paus weigert steun aan de Zionistische beweging en vertelt dit persoonlijk aan Herzl. "De Joden hebben onze Heer niet erkend, daarom kunnen wij het Joodse volk niet erkennen. De grond van Jeruzalem is geheiligd door het leven van Jezus Christus."
  32. Paus Pius XI geeft de encycliek "Brandende Zorg" uit, waarin hij bekendmaakt zich zorgen te maken over rassenhaat. Hij noemt en bekritiseert niet direct het antisemitisme.