Chanoeka

Onsteken van de Chanoeke kaars De maand kislew is de negende maand vanaf nisan en deze maand heeft als hoogtepunt het Chanoeka feest. Chanoeka betekent inwijding. Het is een feest van licht en van wonderen. Juist in deze donkere winterdagen komt dit feest ons licht geven. Chanoeka begint op 25 kislew tot 3 tevet.

Het is een feest waarop gewoon gewerkt mag worden, al is het wel vakantie voor de schoolgaande kinderen Op dit feest wordt er elke avond met zonsondergang of met het verschijnen van de eerste sterren kaarsen aangestoken in de speciale chanoeka-kandelaar: chanoekijah in het Hebreeuws. Deze kandelaar heeft acht armen en een negende arm die iets hoger staat die voor de sjammasj bestemd is. De sjamasj, dienaar, is de naam voor de kaars waarmee de chanoeka-kaarsen worden aangestoken.

Op de eerste dag van het feest wordt er één kaars aangestoken, op de tweede dag worden er twee kaarsen aangestoken, op de derde dag drie, elke dag een kaars meer zodat op de achtste en laatste dag alle acht armen van de kandelaar een brandende kaars hebben.

Velen hebben de goede gewoonte om in plaats van kaarsen een houder met lont en olijfolie aan te steken als herinnering aan het wonder van het chanoekafeest. Tijdens de Griekse overheersing in de tweede Tempelperiode hadden de Grieken zware oordelen uitgevaardigd met als doel het joodse geloof te vernietigen. De joden mochten onder andere geen Tora meer leren en tevens mochten er geen mitswot uitgevoerd worden. De Grieken namen het bezit van de joden in beslag en zij bevuilden de dochters van Israël². De Grieken gingen zelfs de heilige Tempel binnen en verontreinigden haar. Toen stonden de hogepriester Matitjahoe en zijn zonen Juda, Eliëzer, Simeon, Jochanan en Jonatan de Chasmoneëers uit het stadje Modi'in op en begonnen tegen de Grieken te vechten. Hun leus was Wie is er zo machtig als HaSjem, in het Hebreeuws als afkorting MaKaBI. Zij riepen iedere jood toe: "Wie voor HaSjem kiest, sluit zich bij ons aan om de Grieken te bestrijden.

Het was uiteindelijk maar een klein groepje joden tegenover een machtig leger, maar HaSjem was met dit kleine groepje en zo hebben zij de Grieken kunnen overwinnen. Als dankzegging hiervoor wordt dit in de toevoeging van het dagelijks gebed en in de zegen na de maaltijd tijdens de acht dagen van Chanoeka gememoreerd: En U, HaSjem hebt met veel erbarmen de helden aan de zwakken overgeleverd, velen in de handen van weinigen, onreinen in de handen van de reinen, de goddelozen in de handen van de rechtvaardigen en de valsaards in de handen van degenen die zich met de Tora bezighouden.

Na de overwinning begaven de Chasmoneëers zich naar de Tempel om haar weer te reinigen. Zij wilden de menorah, een zevenarmige kandelaar die dagelijks brandt, weer aansteken. Echter zij konden geen geschikte olijfolie vinden op één kruikje na dat de zegel van de hogepriester droeg. In dit kruikje was slechts olie voor één dag, en het bereiden van nieuwe geschikte olijfolie duurt acht dagen. Nu gebeurde hier een wonder: de olie in het blikje dat slechts voor één dag voldoende was bleef acht dagenlang branden! Precies genoeg voor de aanmaak van de nieuwe olijfolie. Vandaar dat velen olijfolie gebruiken voor het aansteken van de chanoeka-lichten. Voordat de lonten worden aangestoken worden er verschillende zegeningen uitgesproken waaronder een lofprijzing op HaSjem voor de wonderen die Hij toen voor het joodse volk heeft gedaan en ook voor de wonderen die Hij vandaag aan de dag doet.

Waarom waren de Grieken zo verbeten op het verbieden van de Joodse godsdienst. Bij andere overwonnen volkeren mochten deze hun godsdienst behouden. Wat was het verschil?

De Griekse goden en zo ook de afgoden van andere volken waren alleen nodig om de wensen van mensen te vervullen. Regen, vruchtbaarheid enzovoort.
De God van de Joden wenst echter gediend te worden en daarom was dit voor de Grieken onverdraaglijk. We zien hier een duidelijke parallel met de afgoden van de Grieken en andere volkeren en het christelijke geloof. In het laatste geval is God er ook voor de mensen. Daarom hebben christenen en ook anderen er zoveel moeite mee dat God al die rampen en andere onaangenaamheden doet, dan wel laat gebeuren. God is immers liefde en een God die liefde is doet zoiets toch niet.

Aantekeningen

Home Malben

printer