Het Bloedsprookje

Bloed Sprookje

Volgens het Bloedsprookje hebben Joden, om matses te bereiden, bloed nodig van christelijke jongetjes die de puberteit nog niet bereikt hebben. Om aan dat bloed te komen moet een rituele moord worden gepleegd.

Over hoe de rituele moord wordt uitgevoerd bestaan verschillende interpretaties. Sommige versies zijn zeer gewelddadig en gaan er vanuit, dat de kinderen net als Jezus aan het kruis sterven. Andere gaan minder ver. De joodse Tora zou de opdracht geven.

De mythe leeft in Europa van de dertiende tot de twintigste eeuw. Men gaat ervan uit dat de beschuldigingen zijn terug te voeren op het volk van de Phoeniciërs, dat inderdaad kinderen offerde. Dit volk was betrokken bij de opbouw van de joodse steden en daarom denkt men tegenwoordig dat de mythe via die weg in de wereld is gekomen.

In het begin is het de Joden, volgens de mythe, er om te doen dat het kind op een rituele manier gedood wordt. Later komt daar de bestemming van het bloed bij. De mythe wakkert antisemitisme aan en leidt tot anti-joodse opstanden. Door de mythe krijgen Joden elke keer als ergens een dood christelijk kind wordt gevonden de schuld.

De eerste op het Bloedsprookje gebaseerde beschuldiging, die het begin vormt van een lange reeks, vindt plaats in 1144. Zij heeft verregaande gevolgen voor de Joden. Het begint met het gerucht dat Joden een christenkind gevangen hebben genomen. Ze zouden het kind gedood hebben door het meerdere malen in zijn hoofd te steken, wat de doornenkroon van Jezus moest symboliseren. Ze zouden hem na zijn dood in bloed ondergedompeld hebben en het bloed gebruikt hebben voor matses in de tijd van Pesach. De jongen die gedood was, was de twaalfjarige William uit Engeland. Het verhaal is afkomstig van Theobald, een voormalige Jood, die monnik was geworden. Hij beweert, dat joodse leiders jaarlijks in Frankrijk samenkomen om te beslissen in welke stad een christenkind gedood moest worden. Voor christenen wordt William een heilige en er worden zelfs pelgrimages ondernomen naar zijn graf. De mythe duikt op in verschillende plaatsen in Europa, Rusland en het Midden-Oosten.

Al in de dertiende eeuw laat Paus Innocentius IV de mythe onderzoeken. De conclusie luidt dat christenen de mythe hebben bedacht om Joden vervolging goed te praten. Toch gaan de aantijgingen, processen en de executies gewoon door. In 1934 veroordeelt de katholieke kerk de beschuldigingen en het bestaan van de mythe. Ook de verering van Simon van Trent, een jongen die in 1475 in Italië vermoord is, wordt beëindigd. Hitler gebruikt de mythe als argument voor de Holocaust. Toch leeft de mythe ook nu nog voort. Zo bestaan er verscheidene groepen die actief zijn op internet en menen ‘bewijzen’ te hebben dat de Joden christen kinderen ritueel vermoorden.

Tegenwoordig wordt de mythe vooral in Arabische landen in stand gehouden. In dit geval gaat het niet om christen kinderen maar om moslim kinderen. Sommige Arabische auteurs hebben in hun werk het bestaan van het Bloedsprookje gepromoot. De Syrische minister van defensie Mustafa Tiass schrijft in 1983 het werk "The Matzah of Zion", waarin hij zich concentreert op de moord op vader Toma in Damascus in 1840. In 2001 maakt een Egyptische producer een film die gebaseerd is op het boek van Tiass.

De Joden stellen er tegenover dat moord volgens de joodse leer verboden is. Het is een verbod uit de Tora. Bovendien is het verboden bloed te consumeren, zelfs als het gaat om bloed van dieren. De mythe staat dus haaks op het joodse geloof.

Dit sprookje houdt in dat Joden elk jaar met het Paasfeest niet-Joden (met name kinderen) zouden doden. Dit om hun bloed te gebruiken voor het bakken van matses [het ceremoniële ongerezen brood voor het Joodse Paasfeest]. Dit fabeltje heeft in het verleden tot vele pogroms geleid waarbij talloze Joden zijn vermoord.

Zie voor de bron van dit artikel hiernaast onder aantekeningen.

Vandaag is dit sprookje nog springlevend.

Gastspreker Salah Soltan uit Bahrein van de bij voorbaat al omstreden Islam Conferentie op 29 mei 2010 in het Movenpick hotel in Amsterdam blijkt een verkondiger van het middeleeuwse Bloedsprookje over de Joden. Hieronder de letterlijke door Salah Soltan uitgesproken tekst:

"Ik wil dat onze broeders en de hele wereld weten wat er deze dagen gebeurt met de Pesach (het joodse Paasfeest). Lees het boek van dr. Naguib al-Kilani, "Blood for the Matzos of Zion". Elk jaar rond deze tijd ontvoeren de Zionisten diverse niet-moslims, christenen en anderen. Trouwens, dit gebeurde in een Joodse buurt in Damascus. Ze doodden de Franse arts, Toma, die de Joden en anderen gratis behandelde met het doel om het christendom te verspreiden. Hoewel hij hun vriend was en zij het meest van hem profiteerden, grepen ze hem tijdens de Pesach en slachtten hem af, samen met een verpleegster. Daarna kneedden ze de matses met het bloed van dr. Toma en zijn verpleegster.

Ze doen dit elk jaar. De wereld moet deze feiten weten over de Zionistische Entiteit en zijn verschrikkelijk en verderfelijk geloof. De wereld moet dit weten."

Voor de bron van "Vandaag is dit sprookje nog springlevend" zie onder aantekeningen.

Kolvillàg

Onderstaand stuk is afkomstig uit het boek "Zwijgen over Kolvillàg". Het betreft een overzicht van de zogenaamde rituele moorden die door de Joden zouden zijn gepleegd.

"Mijn vader dook in het martelaarsboek. Namen, data, cijfers. Ontstaan, beweegredenen, gevolgen.

  1. Gloucester, 1168.
  2. Fulda, 1235.
  3. Lincoln, 1255.
  4. Pforzheim, 1267.
De domheid kende geen grenzen, ze steeg uit boven de eeuwen. De verhalen volgden elkaar op en leken op elkaar. Er verdwijnt een christenkind en het betekent de slachting van de Joden.
  1. Trente, 1475.
  2. Tyrnau, 1494.
  3. Bazin, 1529.
Als het Paasfeest nadert, sidderen de Joden. In Praag vormt de Maharal een Golem uit klei en vertrouwt hem de taak toe, de vijandige provocaties te verijdelen. Dan gebeurt het dat een fanatieke christen een lijk verbergt bij een of andere jood om deze vervolgens van rituele moord te beschuldigen; de Golem ontdekt het lijk en stelt de moordenaar aan de kaak. Vraag: waarom maakt de beroemde Maharal eerder gebruik van een Golem dan van een menselijk wezen? Antwoord: de vijanden van Israël waren zo diep gezonken, legden een dusdanige weerzinwekkende mentaliteit aan de dag, dat het voor een menselijk wezen onwaardig zou zijn geweest, hen te bestrijden.
  1. Frankfurt, 1712.
  2. Posen, 1736.
  3. Tasnad, 1791.
  4. Boekarest, 1801.
  5. Vitebsk, 1823.
Een lange, bloedige lijst.
  1. Damas, 1840.
  2. Saratov, 1857.
De wereld ontwikkelt zich, de maatschappij wordt mondig, verwerpt het obscurantisme, maar op dit punt blijft de mythe bestaan. Volkeren, bevrijd en wel, begeven zich naar het licht en zweren uitsluitend bij de rede, maar het gekonkel over rituele moord verspreidt zich onafgebroken, van land tot land, van stad tot stad.
  1. Galatz, 1859.
  2. Kutaisi, 1877.
  3. Tisza-Eszlar, 1882.
Getuigenissen, verklaringen, onderzoekingen. Men toont de beuzelachtigheid van de beschuldigingen aan, men citeert bronnen, men beroept zich op de Bijbel, de Talmoed, de Gaonim. De legende verhit de gemoederen en verblindt de rede, vergiftigt het hart.
Het is om het hoofd tegen de muur te slaan. Het is om te wanhopen aan de menselijke soort.
Weet je wat er is gebeurd in Blois? zei mijn vader tegen mij. In 1171 zijn de Joden ervan beschuldigd, de dag voor Pasen een christenkind te hebben gedood. Graaf Theobald veroordeelt hen tot de brandstapel, allen, op Pulcelina na, een mooie en ontwikkelde vrouw voor wie hij een grote hartstocht vertoont. Maar Pulcelina weigert gratie, omdat zij liever het lot met de haren wil delen. De gehele gemeenschap sterft, zingend van hun geloof in God.
Hij streepte de passage aan, sloeg het boek dicht en voegde eraan toe: Pulcelina, de mooie Pulcelina, die begrijp ik. Liever zingend sterven dan zich onderwerpen aan de domheid.
Dan, tot zichzelf, terwijl zijn blik zich verloor in het onbestemde: De naam van Kolvillàg zal aan de lijst moeten worden toegevoegd."

Aantekeningen

Home Malben

printer

Bij de foto: "Het collectief geheugen van de mensheid is een fabel. We hebben er nog altijd niks van begrepen en helemaal niks geleerd. Hetzelfde doemscenario met de bekende afloop wordt eindeloos herhaald. Opnieuw verduisteren oude boosaardige trollen en kobolden uit donkere tijden de geesten net alsof het gisteren was. Dit komt nooit meer goed.
De Joden werden eeuwenlang door Christenen en Moslims alle richtingen uit geschopt, geslagen en vermoord. Noem het antisemitisme, Jodenhaat of judeofobie, het fenomeen en de resultaten zijn precies hetzelfde: een ontmenselijkt en tot slachtoffer gemaakt volk wiens lot afhing van de welwillendheid van welke heerser dan ook dan wel welke periode in de geschiedenis dan ook." Bron: Zie hier.

Bron: Vandaag nog springlevend.

"Kolvillàg" is ontleend aan het boek "Zwijgen over Kolvillàg" geschreven door Elie Wiesel. Uitgegeven bij BZZToH 1990, blz 185,186.