2. De goddelijkheid van Jezus

Laten we ons nu eens richten op de boodschap die het Nieuwe Testament ons probeert te geven, gewapend met de kennis dat, zoals eerder is aangegeven, er één God bestaat, en die ene God één is.

Verrassend genoeg, in het Nieuwe Testament is er ook één God die één is. Lees voor dit feit de volgende verzen:

Romeinen 3:30: "Indien er namelijk één God is, …"

1 Korinthiërs 8:4: "…, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan één."

Idem vers 6: "… voor ons nochtans is er maar één God, …"

Efeziers 4:6; "één God en vader van allen, …"

1 Timoteüs 2:5; "Want er is één God …"

Deze teksten zeggen duidelijk dat er maar één God is. Nu wat teksten die zeggen dat die ene God één is:

Marcus 12:29-34; Hier zegt Jezus zelf toen hem gevraagd werd: Wat is het eerste gebod?: "Hoor Israël, de Heer onze God, de Heer is één." Hij citeert hier Deuteronomium 6:4.

En in vers 32 krijgt hij als antwoord: "… dat Hij één is en dat er geen ander is dan Hij.", waarop Jezus antwoord: "Gij zijt niet verre van het koninkrijk Gods."

Dus ook voor Jezus is God duidelijk één.

En kijk wat Jakobus zegt in Jakobus 2:19; "Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wel, …"..... Ook in het Nieuwe Testament is er één God die één is.

Het feit dat God één is is één van de belangrijkste fundamenten van het jodendom. Maar aangezien de christelijke leer is dat er één God is die drie is, zijn de meeste Bijbelvertalingen aangepast aan het het christelijk geloof, en is het feit dat God één is meestal zo verdraaid dat die vertalingen niet zeggen dat God één is, maar dat er maar één God is. Maar op één plaats is zelfs de Staten Vertaling vergeten om het feit dat God één is weg te vertalen: "En de middelaar is niet middelaar van één, maar God is één." Gal 3:20 Staten Vertaling.

Dus het moge nu duidelijk zijn dat er zowel in het OT als in het NT maar één God is, en dat die ene God één is.

Neem er a.u.b. goede nota van dat er hier nergens gesproken is over, of verwezen wordt naar een drie-éénheid.

Het concept van de drie-éénheid is nergens te vinden in het Oude of het Nieuwe Testament.

En wat zegt het Nieuwe Testament over Jezus? Het zegt dat hij een god is. Kijk bijvoorbeeld naar wat Tomas zegt tegen Jezus; "Mijn Heer en mijn god!" Johannes 20:28.

Het evangelie van Johannes verandert Jezus in de scheppende God. Bekijk de eerste verzen van Johannes 1; "In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Dit was in den beginne bij God." Hier, in vers 1 en 2, staat duidelijk dat "het woord" God is. Bekijk nu vers 3;

"Alle dingen zijn door het woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is." Hier zegt het dat alles gemaakt is door het woord, dus het woord is de scheppende God.

Wie is het woord? Lees vers 14; "Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des vaders, …" Het tot vlees geworden woord is, volgens het christendom, Jezus. Dus volgens het Nieuwe Testament is Jezus de scheppende God. Ook in Kolloszensen 1:16 staat duidelijk dat Jezus de scheppende God is. Lees hiervoor Kolossenzen 1:12-18 om een goed overzicht te krijgen.

In Johannes 10:30 zegt Jezus: "Ik en de vader zijn één."

Hier hebben we dus een geval van een mens die zegt dat hij God is. Maar volgens de heilige Hebreeuwse teksten is dit onmogelijk, omdat er gesteld is in Numeri 23:19, in 1 Samuel 15:29, en in Hosea 11:9 dat God geen mens is. De joodse voorstelling van God is dat hij een spiritueel wezen is, en geen vlees en bloed. Zie Genesis 1:2; "… , en de Geest Gods zweefde over de wateren."

Voor een jood is het een gruwel dat de enige echte God een mens zou zijn. God is een ondefinieerbaar, spiritueel, onzichtbaar wezen. "…, want geen mens zal Mij zien en leven." Exodus 33:20.

Door te zeggen dat God een mens is, of dat Hij twee is, of drie is, of drie in één definieer je God, die ondefinieerbaar is.

Het idee dat Jezus God was gaat ook in tegen de éénheid van God. Hoe kan God één zijn als Hij op de aarde rondwandelt als een man en Hij op hetzelfde moment in de hemel is?

Zelfs ondanks dat Jezus zegt dat hij en de vader één zijn, is dat duidelijk niet het geval. Kijk naar Matteüs 23:9; "En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want een is uw vader, Hij, die in de hemelen is." Hier sluit Jezus zichzelf uit dat hij de vader in de hemel zou zijn.

Lukas 22:41-42; "…, en bad deze woorden: … doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede!" Dit geeft ook aan dat de Vader en Jezus niet dezelfde persoon zijn, anders zou hij tot zichzelf bidden. Als zij dezelfde persoon waren, dan zou Jezus' wil automatisch de wil van de Vader zijn, maar hij zegt: "Niet mijn wil maar uw wil geschiede." Zij zijn dus duidelijk twee verschillende persoonlijkheden.

Zelfs in de hemel is Jezus ondergeschikt aan de Vader volgens 1 Korintiërs 15:28, Matteüs 20:23, Filippenzen 2:9, dus het is onmogelijk dat zij dezelfde persoon zijn. We kunnen hier veel voorbeelden aan toevoegen. De geïnteresseerde lezer kan bijvoorbeeld de volgende verzen lezen: Matteüs 24:36, Johannes 5:19-23, 12:27, 18:11, Kolossenzen 1:15.

Toen Jezus aan het kruis hing riep hij uit: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?" Matteüs 27:46.

Verliet God zichzelf?

We hebben nu dus een God "de vader" in de hemel, en een God "de zoon" op aarde.

Aangezien we hebben vastgesteld dat er slechts één God is, en dat die ene God één is, is er nu één God te veel.

De enige ware God zegt: "Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. … Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE uw God, ben een naijverig (dit betekent jaloers) God, …" Exodus 20:3+5.

Jezus onderschrijft dit volkomen. Hij zegt in Matteüs 4:10: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen." Zie ook Lukas 4:8.

Maar hoe kunnen we dan de uitspraken van Jezus verklaren wanneer hij zegt: "opdat allen de zoon eren gelijk zij de vader eren. Wie de zoon niet eert, eert ook de vader niet, die hem gezonden heeft." Johannes 5:23.

"Indien iemand mij wil dienen hij volge mij, ... Indien iemand mij dienen wil, de Vader zal hem eren." Johannes 12:26

Hoe is dit mogelijk? Dit is afgodendienst!

Deze feiten gingen niet ongemerkt voorbij aan de vroege christelijke kerk. In de eerste eeuwen van de christelijke kerk was er niet zoiets als een drie-eenheid. De kerk beschouwde Jezus als een "halfgod", overeenkomstig de leerstelling van Origenes, die leefde van 185 tot 254. Maar in 318 raakte de geestelijke Arius in conflict met zijn bisschop, vanwege zijn standvastige verklaringen over Jezus. Aangezien hij een bijbelgeleerde was, kon hij niet accepteren dat Jezus een god was, want de bijbel leert dat er maar één God is. Daarom leerde hij dat Jezus geen god was, maar een schepsel. Maar zijn bisschop, Alexander, betwistte dat omdat het Nieuwe Testament Jezus duidelijk verandert in een god. Dit geschil werd bijgelegd in de synode van 325 in Nicea; Eerst werden Jezus en "God de vader" een twee-éénheid, en later werd de heilige geest toegevoegd om een drie-éénheid te vormen. (Geschiedenis der Kerk, door Dr. H. Berkhof, zesde editie 1955, pag. 68-70)

Zodoende was de uitvinding van de drie-éénheid een geforceerde oplossing voor het probleem van het hebben van twee goden, waar de bijbel leert dat er maar één is. En dit is wat de christelijke kerken geloven en leren tot op de dag van vandaag, dat er drie goden zijn, die op de een of andere manier (niemand weet precies hoe) één zijn; de drie-éénheid.

Maar nergens in de bijbel kan er iets worden gevonden dat zegt dat er zoiets als een drie-éénheid is.

En wat betreft 1 Johannes 5:7? "Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het woord en de heilige geest; en deze drie zijn één."

Wel, dit lijkt een goede tekst om de drie-éénheid te bewijzen, afgezien dan van het feit dat dit een vervalsing van uw bijbel is. In de originele griekse scripturen bestaat deze tekst niet. Deze tekst is later toegevoegd aan het Nieuwe Testament in een wanhopige poging een drie-eenheid te bewijzen die niet bewezen kan worden. Het Nieuwe Testament is in stukjes en beetjes tot ons gekomen, een evangelie van hier, een brief van Paulus van daar… De eersten die hier uit een betrouwbare tekst samenstelden van het griekse Nieuwe Testament, waren Westcott en Hort in 1881.

In die Griekse grondtekst van 1 Johannes 5:7 staat: "Want drie zijn er die getuigen."

.......Dat is alles.

Gevolg door vers 8: "De geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één"

Het hele stuk over de Vader, het woord en de heilige geest, en dat deze één zijn, is niet aanwezig in de originele Griekse tekst. De Griekse grondtekst van het Nieuwe Testament van dr. Eberhard Nestle wordt tegenwoordig beschouwd als de meest betrouwbare Griekse tekst die er bestaat, en in die tekst zijn de verzen 7 en 8 van 1 Johannes 5 exact gelijk aan die in de tekst van Westcott en Hort. (U hoeft me hiervoor niet op mijn woord te geloven, vraag het gewoon aan uw pastoor of dominee, en hij zal deze feiten bevestigen, uitgezonderd natuurlijk wanneer hij tegen u liegt)

Dit hele stuk tekst dat niet thuis hoort in uw christelijke bijbel staat in de Nieuwe Vertaling tussen vierkante haken. In de inleiding tot de Nieuwe Vertaling staat geschreven: "Tussen vierkante haakjes [....] staan woorden of tekst gedeelten waarvan word aangenomen dat ze niet tot de oorspronkelijke tekst behoord hebben. Ze komen alleen in het nieuwe testament voor." (sic)

Er bestaat niet iets zoals een drie-eenheid, niet in het Oude Testament en niet in het Nieuwe Testament.

Er bestaat echter wel een overvloed aan bewijzen voor de ene God die één is. Bekijk deze teksten:

"… dat de HERE (J-H-W-H), de enige God is, er is geen ander behalve Hij." Deuteronomium 4:35.

"Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen god, behalve Mij. Ik dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees, en niemand is er die redt uit mijn macht." Deuteronomium 32:39.

"HERE, niemand is u gelijk, en geen god is er behalve Gij naar al wat wij met onze oren gehoord hebben." I Kronieken 17:20.

"Gij toch zijt alleen de HERE, …" Nehemia 9:6.

"Want Gij zijt groot en doet wonderen, Gij, o God , alleen." Psalm 86:10.

"Ik ben de HERE en er is geen ander; buiten Mij is er geen god. Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kendet, opdat men het wete waar de zon op gaat en waar zij ondergaat, dat er buiten Mij niemand is; Ik ben de HERE en er is geen ander." Jesaja 45:5-6.

"Hoor Israël, de HERE (Hashem) is onze God, de HERE is één!" Deuteronomium 6:4.

Deze lijst kan uitgebreid worden met vele andere verzen maar de betekenis is reeds duidelijk: Er is maar één God die één is, en er is niemand anders. Geen zoon, geen heilige geest, niets.

God heeft geen vader, geen zoon, en geen broer.

Er is maar één God, en die ene God is één.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.