Waarom weigert het joodse volk het Nieuwe Testament te erkennen?

door rabbijn Jitschak Goldstein & Eliyahu Silver

Bron: Waarom weigert het joodse volk het Nieuwe Testament te erkennen?

Alle bijbelteksten zijn afkomstig uit de "Nieuwe Vertaling", De NBG '51, uitgegeven door het Nederlands Bijbel Genootschap, tenzij anders vermeld.

De joodse lezer wordt geadviseerd de naam van Jezus niet uit te spreken: "De naam van andere goden zult gij niet noemen, hij zal uit uw mond niet gehoord worden." Exodus 23:13.

Inleiding

Al bijna 2000 jaar heeft het joodse volk het Nieuwe Testament niet erkend, ondanks dat al degenen die hun bijdrage leverden aan het Nieuwe Testament joden waren. Alle schrijvers van het Nieuwe Testament waren joods, maar desondanks blijft het joodse volk dat verwerpen wat bijna 2.000.000.000 mensen aannemen als het woord van God. Wat is het wat de joden zien in het Nieuwe Testament wat blijkbaar niet gezien wordt door al de christenen?

De joden bekijken het Nieuwe Testament vanuit het gezichtspunt van het Oude Testament. Ongeveer 3300 jaar geleden gaf God de Thora aan het joodse volk. Miljoenen mensen volgden deze gebeurtenis toen God sprak vanaf de berg Sinaï tot het joodse volk. Daar gaf God aan het joodse volk de heilige Thora, die uit de eerste vijf boeken van de bijbel bestaat; Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Deze bevatten niet alleen de Tien Geboden, maar in totaal 613 geboden die God het joodse volk oplegde. De Thora is het meest heilige gedeelte van de Hebreeuwse bijbel. Later kwamen er profeten waarvan hun werken zijn toegevoegd om de Hebreeuwse bijbel te vormen.

De Thora leert dat er één God is, Hashem, die een jaloers God is, die geen andere goden naast Hem toestaat. Het allereerste waar God mee begint tijdens het geven van de 10 geboden op de berg Sinaï, is het verbod om andere goden te hebben naast hem, zie Exodus 20:2-5; "Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een na-ijverig God" (het Hebreeuwse woord kana, vertaald met na-ijverig, betekent in gewoon Nederlands jaloers)

de Godsnaam, Hashem, komt bijna 7000 keer voor in het Oude Testament. Vrijwel alle vertalingen weigeren om Gods naam correct weer te geven, en geven in plaats daarvan iets als "de HEERE", (Staten Vertaling) of "de HERE", of "de Ene" (Naardense Vertaling). De Nieuwe Vertaling vertaalt dit als "De HERE".

Deze God, Hashem, is de enige God voor de joden, zoals geschreven is in de Hebreeuwse bijbel; "Weet daarom heden en neem het ter harte, dat de HERE (in de grondtekst "J-H-W-H") de enige God is in de hemel daar boven en op de aarde hier beneden, er is geen ander." Deuteronomium 4:39.

"Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen god, behalve Mij." Deuteronomium 32:39.

"dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen god geformeerd en na Mij zal er geen zijn." Jesaja 43:10.

"Zo zegt de HERE, de Koning en Verlosser van Israël, de HERE der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen god." Jesaja 44:6.

"Ik ben de HERE en er is geen ander." Jesaja 45:18.

Deze joodse God is één, zoals geschreven is; "Hoor Israël: de HERE is onze God; de HERE is één!" Deuteronomium 6:4.

Het feit dat God één is is zo belangrijk dat God beveelt om het in het hart te dragen. Het moet ijverig aan de kinderen worden onderwezen, de joden moeten er over praten wanneer ze in hun huizen zitten en wanneer ze onderweg zijn, wanneer ze gaan liggen en wanneer ze opstaan. Ze moeten het als een teken op hun hand binden, en het moet een voorhoofdsband tussen hun ogen zijn, en ze moeten het schrijven op de deurposten van hun huizen en aan hun poorten. Zie Deuteronomium 6:4-9 Tot op de dag van vandaag doen de joden dit. Iedere morgen binden zij op hun arm en op hun voorhoofd hun gebedsriemen die bestaan uit zwarte riemen met zwarte leren doosjes, die perkamenten bevatten waarop deze tekst geschreven staat die zegt dat God één is. Op de deurposten van de huizen van religieuze joden zitten kleine kokertjes of doosjes die ook perkamenten bevatten waarop geschreven staat dat God één is.

Dus voor het joodse volk is er maar één God, en die ene God is één.

Eén betekent één. Dat is geen twee, geen drie, geen drie in één, geen twee in één, maar ÉÉN.

En dan staat er een jood op en claimt dat hij de messias is, de koning en bevrijder die aangekondigd is door de profeten. Maar hij deed niet wat er van hem verwacht werd, de joden bevrijden van hun onderdrukkers, de Romeinen, en een tijdperk inluiden van rust en vrede voor het joodse volk en de gehele mensheid. In plaats daarvan werd hij gedood, en alles wat er van hem is overgebleven is een verzameling geschriften, genaamd het Nieuwe Testament.

Voor het joodse volk is het Oude Testament het gevestigde woord van God. Daarom moet alles wat in het Nieuwe Testament geschreven is, in overeenstemming zijn met het Oude Testament, en niet andersom. Het Oude Testament kan zonder enig probleem op zichzelf staan, zonder het Nieuwe Testament. Het joodse volk heeft dit al laten zien voor meer dan 3000 jaar, maar het Nieuwe Testament kan niet op zichzelf staan zonder het Oude Testament, omdat het claimt de vervulling te zijn van het Oude Testament. Lees voor dit feit de volgende verzen: Matteüs 5:17; "Meent niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden, ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen." Lucas 4:16-21; "En hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld … En hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld." Daarom moeten we, wanneer het Nieuwe Testament ingaat tegen het Oude Testament, het verwerpen als zijnde vals. Laten we nu eens een nauwkeurige en objectieve blik werpen op het Nieuwe Testament.

Aantekeningen

Home Malben

printer

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.