BSD

Resultaat onderzoek Markus 1

Markus 1

Markus 1:1 “Begin van het evangelie van Jezus Christus.”

Aldus de NBG vertaling. In de overige vertalingen wordt toegevoegd “De zoon van God.” In het Grieks staat dit zinnetje tussen haakjes omdat het niet voorkomt in alle handschriften. Het gaat dan ook niet aan net te doen alsof dit wel het geval is. Hier is weer een voorbeeld hoe sommige theologen en vertalers er alles aan doen om Jezus de goddelijke status te verschaffen. Hier kan al direct de vraag gesteld worden hoe dat nu met de goddelijke openbaring zit als de handschriften het er al niet over eens zijn.

Markus 1:2 "Gelijk geschreven staat bij de profeet Jesaja:.......".

Wat er volgt staat deels in Maleachi 3:1 en deels in Jesaja 40:3. In de Griekse grondtekst wordt alleen Jesaja genoemd en niet de verwijzing naar Maleachi. Wanneer dit boek goddelijk geïnspireerd moet zijn, waarom dan zo'n knullige fout door de schrijver Marcus. Om deze fout te omzeilen meldt de Herziene Statenvertaling dan “zoals geschreven staat bij de profeten”. Deze vertalers hebben er kennelijk geen moeite mee om, wat zij Gods woord noemen, eigenmachtig te veranderen.
Overigens maakt de Herziene Statenvertaling het wel heel bont door boven Maleachi hoofdstuk 3 te schrijven:
“Profetie over de zending van Johannes de Doper en de komst van Christus.” De NBG vertaling ziet in dit stuk de mededeling van God dat Hij ten gerichte zal komen. Let wel deze opschriften staan niet in de grondtekst van de Hebreeuwse Bijbel maar worden bedacht door de vertalers/theologen. Zij suggereren aan de lezer dingen die ze niet zouden moeten suggereren.
Maleachi 3:1 zegt: “Zie, Ik zend Mijn engel, die voor Mij de weg bereiden zal.” Wanneer Maleachi 3 in zijn geheel wordt gelezen dan kan men niet goed volhouden dat het hier gaat over de komst van Johannes de Doper en de komst van Jezus. Hier is sprake van de aankondiging van een gericht door God en een oproep zich te bekeren. God zegt van zichzelf in Maleachi 3:6 dat Hij niet veranderd is. Elia is Gods boodschapper van het verbond die de zondaren in het land zal elimineren ter voorbereiding op de messiaanse tijd. Al de genoemde dingen in dit deel van Maleachi 3 hebben niet plaatsgevonden ten tijde van Jezus.
Lees eens Jesaja 40 voor u zelf en probeer dan te ontdekken of wat hier geschreven staat ook echt gebeurd is in de dagen van Jezus. Bijvoorbeeld vers vier.

Markus 1:3 "Een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God. Jesaja 40:3 Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God."

Het gaat hier dus om de weg vrij te maken voor God en niet voor Jezus. Tenzij men meent dat deze identiek zijn. Zij die dit menen moeten het volgende lezen: Exodus 4:
22 Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.
23 Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen. Maar u hebt geweigerd hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene, doden.

Vers 17 uit Matteüs 3, “En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde zoon, in wie Ik mijn welbehagen heb!”, kan derhalve nooit correct zijn mede omdat we net in Maleachi 3:6 hebben gezien dat God van zichzelf zegt dat Hij niet verandert. Verder zegt Deuteronomium 6:4: “Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is één!”
Verder kan een mens nimmer God zijn omdat hij begrensd is en een vorm heeft. God is onbegrensd en heeft geen vorm. De leer van de kerk dat Jezus zowel God als mens is, is onbegrijpelijk gelet op bovenstaande. Hiervoor werd nogal eens het beeld gebruikt van wijn vermengd met water. Jezus is dus mens en God tegelijk. Maar een dergelijk mengsel is noch water noch wijn en dus noch mens noch God.

Markus 1:6 “En Johannes was gekleed in kameelhaar en had een leren gordel om zijn middel, en hij at sprinkhanen en wilde honing.”

2 Koningen 1:8 “Zij zeiden tegen hem: Het was een man met een haren mantel en een leren gordel om zijn middel gebonden. Toen zei hij: Dat is Elia, de Tisbiet.”

Hier is de vraag wat er bewezen moet worden. We nemen aan dat Johannes Elia moet zijn. De enige overeenkomst is de mantel en de leren gordel maar dat is dan ook alles. Ook de context van 2 Koningen 1 laat zien dat dit niets te maken heeft met wat Marcus poogt te vertellen.

Markus 1:8 “Ik heb u wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.”

Jesaja 44:3 “Want Ik zal water gieten op het dorstige en stromen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw nageslacht gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen.” Let wel, God zal dit doen en niet Jezus. Voor zover we weten heeft Jezus nooit iemand gedoopt.

Joël 2:28 “Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien.“ Daarna” duidt op wat voorafging. Lees daarom het voorafgaande van Joel 2. Is dit gebeurt in de dagen van Jezus?

Markus 1:11 “En er kwam een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!”

Psalm 2:7 “Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt." Zie de toelichting bij Markus 1:3.
Psalm 2:7 e.v. Zegt ”Ik zal u de heidenvolken als uw eigendom geven, de einden der aarde als uw bezit. U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter, u zult hen in stukken slaan als aarde werk.” Heeft Jezus aan dit alles voldaan?
Jesaja 42:1 “Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft;”
Wie mijn knecht is, en dit loopt door een groot deel van Jesaja heen, is niemand anders dan Israël. Zie hiervoor het prachtige artikel over Jesaja 53. Zie het menu.

Markus 1:15 "en Hij zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie.”

Jesaja 56:1 “Zo zegt de HEERE: Neem het recht in acht en doe gerechtigheid, want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden." Lees eens verder in dit hoofdstuk van Jesaja of liever nog lees het eens in de totale context van Jesaja en u zult zien dat het niets, maar dan ook niets met dit vers uit Markus te maken heeft.
Daniël 2:44 “44 In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die andere koninkrijken verbrijzelen en teniet doen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.”
Deze profetie is nog steeds niet vervuld. Laat staan bijna 2000 jaar geleden. Het koninkrijk van klei en ijzer, lijkt mij het koninkrijk te zijn waarin wij leven. Wij wachten nu op het eeuwige Koninkrijk. Dat het spoedig mag komen in onze dagen.
Verder kan de vraag gesteld worden of de uitspraak van Jezus over het nabij gekomen koninkrijk enig hout snijdt. Waar is dat koninkrijk te bespeuren. De afgelopen 2000 jaar was een periode van geweld, oorlogen, vervolging van de Joden door de kerk enzovoort. En waarom hebben de navolgers van deze Jezus zo hun best gedaan de Joden met geweld, verbranding, gaskamers, roof enzovoort te vernietigen. Waarom was de kerk zo verbijsterd over de oprichting van de staat Israël. Wel omdat bleek dat hun theorie dat de Joden hadden afgedaan en dat zij nu Israël was geworden ineens niet meer opging. Als het dan op bekeren aankomt dan zouden we zeggen bekeer u kerk, verootmoedig u, zie uw dwaling in en geloof de Joodse Bijbel. Zie voor dit alles ook het onderwerp op deze site "Een verzwegen zonde van de kerk".

Markus 1:17 “En Jezus zei tegen hen: Kom achter Mij, en Ik zal maken dat u vissers van mensen wordt.“

Jeremia 16:16 “Zie, Ik ga boden tot vele vissers zenden, spreekt de HEERE, dat zij hen moeten opvissen. En daarna zend Ik boden tot vele jagers, dat die hen moeten opjagen van elke berg en van elke heuvel, en uit de kloven van de rotsen.“
Ook hier geldt weer lees dit hoofdstuk in de context en dan met name uit de verzen 14 en 15 zal dan blijken dat dit geen bewijsplaats oplevert voor hetgeen in Markus 1:17 wordt gesteld.
Ezechiël 47:10 “Verder zal het gebeuren dat er vissers langs zullen staan vanaf Engedi tot En-Eglaïm. Er zullen droogplaatsen voor sleepnetten zijn. Hun vis zal van elke soort zijn, zeer talrijk, zoals de vis in de Grote Zee.”
Ook hier geldt weer lees dit hoofdstuk in de context en dan vraagt u zich af wat theologen toch zien wat u niet ziet in Markus 1:17.

Markus 1:38 “En Hij zei tegen hen: Laten wij naar de naburige plaatsen gaan, opdat Ik ook daar predik, want daarvoor ben Ik uitgegaan.”

Jesaja 61:1 “De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen. Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;“
Dit stukje komt wat de tekst betreft aardig overeen met de tekst in Markus. Echter wanneer u doorleest in Jesaja 61 komt u heel andere dingen tegen die bepaald niet door Jezus zijn ingevuld. Men wil nog wel eens roepen dat hij dat dan bij zijn tweede komst zal doen, maar herinner u er is geen tweede komst van de Messias in de Joodse Bijbel. En bedenk God verandert niet. Maleachi 3:6.

Markus 1:44 “en zei tegen hem: Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga heen, laat uzelf aan de priester zien, en breng als offer voor uw reiniging wat Mozes voorgeschreven heeft, tot een getuigenis voor hen.”

Leviticus 13:2 “Wanneer er op de huid van het lichaam van een mens een zwelling of zweer of witte vlek verschijnt, die op de huid van zijn lichaam tot de ziekte van de melaatsheid kan leiden, dan moet hij naar de priester Aäron of naar een van zijn zonen, de priesters, gebracht worden.”
Leviticus 14:1 “De HEERE sprak tot Mozes: 2 Dit is de wet voor de melaatse op de dag van zijn reiniging. Hij moet naar de priester gebracht worden, 3 en de priester moet buiten het kamp gaan. Heeft de priester vervolgens gezien dat – zie! – de ziekte van de melaatsheid bij de melaatse genezen is.”
Het is verblijdend dat Jezus zich hier wenst te houden aan de Tora. We zullen straks zien dat dit niet altijd zo is. Zie de aantekeningen bij Markus 2:23

Aantekeningen

Home Malben

printer