De Zeven Wetten van Noach - De Bijzondere weg

Breslev Israël is blij hun lezers een wekelijkse artikelen serie te kunnen presenteren als een inleiding op de Zeven Universele Geboden. De nadruk zal liggen in het verklaren van deze geboden en wel op een duidelijke manier, zodat niet-Joden die voor het eerst kennismaken met het Jodendom en de Tora, op een gemakkelijke manier kennis kunnen maken met de complexiteit en het op zich nemen van een nieuwe (en toch zeer oude ) levenswijze, door onze Schepper aan alle naties van de wereld gegeven. In het Jodendom is het niet nodig dat een niet - Jood overgaat naar het Jodendom om verbinding te kunnen maken met zijn of haar Schepper, om de wereld de best mogelijke plaats te doen zijn en een moreel, verrijkend, rustig en vreugdevol bestaan te leiden. In feite is er een speciale weg voor niet Joden.

De Noachitische wetten, ook wel de Zeven Universal Geboden of de Zeven Mitzvot Bnei Noach - de Zeven Geboden van de Kinderen van Noach - zijn afgeleid van Genesis 9. Genesis is het eerste van de vijf boeken van Mozes - de Tora. De Tora bestaat niet alleen uit de vijf boeken van Mozes. In de meest uitgebreide definitie bestaat de Tora uit de vijf boeken van Mozes, de Bijbel, zoals de Psalmen en Spreuken en de mondelinge Tora: de Talmoed, bestaande uit de Gemorra en de Misjna, de Midrashim en diverse responsa - nader uitgewerkte analyse van Bijbelse wetten - en de Zohar.

De Zeven Universele Wetten zijn:

  1. Neem niet deel aan afgoderij.
  2. Gebruik de naam van God niet ijdel.
  3. Moord niet.
  4. Steel niet.
  5. Pleeg geen ongeoorloofd seksueel gedrag.
  6. Richt rechtbanken op.
  7. Eet geen vlees van een levend dier.
De eerste zes van deze wetten bestaan ​​en zijn bekend sinds Adam en Eva, maar de zevende wet werd na de zondvloed aan Noach en zijn gezin gegeven, die gekozen waren om de aarde opnieuw te bevolken net als Adam en Eva. Het zijn basis wetten die gelden voor alle mensen op aarde, immers stammen we allemaal af van Noach aan wie deze wetten waren gegeven. Totdat de Joden de Tora op de Sinaï ontvingen volgden ook zij deze wetten. Als we als niet-Joden deze wetten volgen, is er een plaats voor ons in de komende wereld. Het is echter cruciaal om te begrijpen en te aanvaarden dat de nadruk in het Jodendom niet op de volgende wereld ligt, maar op de juiste wijze van leven in deze wereld. Door te leven naar de Zeven Universele Geboden verbinden we ons met de Schepper hier en nu. Hierdoor verrijken we ons leven alsmede de levens van mensen om ons heen en de wereld waarin wij wonen. Zo worden we ook partners van de Joden in het herstellen van de wereld, maar dan op een manier die speciaal voor de niet Joden is aangewezen.

De Tora eist dat Joden de 613 mitzvoth of geboden naleven. Vanuit een Tora perspectief, is de taak van een Jood een andere dan die van een niet Jood. Om het heel eenvoudig te zeggen, voor onze taak als niet-Joden is het voldoenden alleen de zeven geboden na te leven. Binnen het orthodoxe Jodendom bestaan verschillende meningen over de mate waarin de niet Jood verder moet gaan dan de Zeven Universele Geboden. Dit kan erg verwarrend zijn voor niet Joden die zich verbinden aan het naleven van de Zeven Universele Geboden. Sommige rabbijnen stellen nadrukkelijk dat niet Joden helemaal niet meer moeten doen dan een beperkte interpretatie van de zeven wetten. Aan de andere kant zijn er rabbijnen die beweren dat de Bnei Noach naar andere wetten uit de Tora kunnen leven, zij het op bepaalde manieren en onder bepaalde omstandigheden. Het is het beste voor een Ben of Bat Noach, een zoon of dochter van Noach, om zijn of haar eigen rabbijn te kiezen en om onder zijn leiding voorzichtig te werk te gaan. Het eenvoudig geloven in de waarheid van de Tora maakt van jou en mij geen Jood. Voor een niet Jood die Jood wil worden, moet hij of zij overgaan naar het Jodendom.

Sommige Bnei Noach kunnen, in nauwe samenwerking met rabbijnen, ervoor kiezen om een streng religieus leven te leiden:
  1. Het leren van een groot deel van de Tora op een manier die bij niet-Joden past.
  2. Veel tijd aan gebed besteden.
  3. De sabbat naleven op een manier die past voor niet Joden.
  4. Het vieren van een aantal Joodse feestdagen, ook nu weer op een manier die past voor een Bnei Noach.
Deze mensen kunnen ervoor kiezen om een relatie aan te gaan met de Joodse gemeenschap, deelnemen aan de ontwikkeling van ontluikende Bnei Noach gemeenschappen en instellingen, Hebreeuws leren, enzovoort. In tegenstelling tot veel religies is er voor de niet Joden geen verplichting om een godsdienstoefening bij te wonen en zij hebben geen religieuze ceremonies. Het "strengere" pad kan enorm verrijkend zijn, maar is niet zonder uitgesproken uitdagingen. Veel rabbijnen hebben zich in hun opleiding nog nooit voor een groot deel gericht op de Zeven Universele Geboden, waardoor het moeilijk voor hen is om ons gewetensvol te begeleiden. Het vinden van een gemeenschap kan erg moeilijk zijn gezien onze kleine aantallen. En hoe we ons op passende wijze kunnen aansluiten bij Joodse gemeenschappen is nog niet echt vast te stellen. Om het heel duidelijk te zeggen, een Ben of Bat Noach kan veel problemen veroorzaken voor een meer dan bezette orthodoxe rabbijn en dat zeg ik met alle respect.

Andere Bnei Noach kunnen ervoor kiezen om een meer eenvoudig religieus leven te leiden. Zij maken gebruik van de Zeven Universele Geboden als een kader om een rechtvaardig leven te leven. Zij maken gebruik van eenvoudig gebed in hun eigen woorden om zich met God te verbinden, om geaard te blijven, om zich te verheugen over de immense schoonheid van de wereld, die God voor ons geschapen heeft. Dit is ook een prachtig en volledig geldig bestaan ​​voor de niet Jood. Er bestaat geen verplichting voor ons om het complexe religieuze leven van een orthodoxe jood te leven, om onze Schepper te behagen. Op dit punt in de tijd is dit een veel eenvoudiger benadering om de zeven wetten te leven, aangezien de aantallen van Bnei Noach zeer klein zijn en over de hele wereld verspreid zijn en gezien de complexiteit, vanuit een orthodox perspectief, van een gemeenschap waarin Joden en Bnei Noach samen wonen.

Bron: The Special Path. Geschreven door Alice Jonsson en vertaald uit het Engels door de webmaster.

Deel 2 van 8 --->

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Gemorra is de zorgvuldige bewerking, in de 2e tot 5e eeuw van de gewone jaartelling, van de Mishna, die dient als het fundament van de Joods wet.

Midrash meervoud is midrashim en is een Hebreeuws woord dat op de methode van exegese van Bijbelse teksten duidt. Midrash kan ook verwijzen naar een compilatie van lessen, in de vorm van commentaar over de Tora.

Mishna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.

Zohar is een interpretatie voor ingewijden van de Tora door Rabbi Shimon Bar Yochai en zijn volgelingen. 2e eeuw van de gewone jaartelling.