Universele Ethiek

De Zeven Wetten van Noach zijn morele principes voor alle mensen

Velen vragen zich af waarom we geen andere mensen willen bekeren, we hebben toch zo'n prachtig product: het geloof in één God en een systeem met geboden. Iedereen die op zoek is naar spiritualiteit, zou daar goede dingen in kunnen vinden. Geloven we misschien niet sterk genoeg aan de kwaliteit van het Jodendom - wat de hemel verhoede! -, of is het arrogantie die ons doet denken dat de anderen maar zonder het Jodendom moeten leven?

Lang voordat het Joodse volk de Tora en de geboden aanvaardde, was er geloof in de wereld en een duidelijke manier om dat uit te drukken en om spirituele grootheid te bereiken, om jezelf te perfectioneren en te verwezenlijken. Echter tien generaties na de schepping van de wereld had de mensheid in morele termen een absoluut dieptepunt bereikt: "De aarde nu was verdorven voor God en de aarde was vol met geweld" (Genesis 6:11).

Het Besluit

De meeste mensen waren boos toen de Almachtige de verschrikkelijke beslissing nam om het menselijk ras uit te roeien: "Het einde van alle vlees is voor mij gekomen, want de aarde is door hen gevuld met geweld en Ik zal hen met de aarde verdelgen" (Genesis 6 :13). Het gedrag van mensen was in strijd met de wil en bedoelingen van de Schepper. Daarom besloot hij van alle schepselen het leven te nemen om dan weer helemaal opnieuw te beginnen.

Te midden van alle corrupte mensen was er maar één, die er blijkbaar met zijn gezin in was geslaagd om een moreel en deugdzaam leven te leiden, en als gevolg daarvan rechtvaardig kon worden genoemd: Dat was Noach. Aan welke regels hield hij zich? Hoe was hij erin geslaagd om een ​​dergelijk niveau te bereiken, dat hij genade vond bij de Eeuwige, hem redde en door hem opnieuw het leven aan de mensheid gaf? Naar welke regels zouden alle mensen hun leven moeten leiden volgens de wil van God?

Gebieden

Aan het begin van de schepping ontvingen Adam en Eva een opdracht van God. "En Hashem gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten." (Genesis 2: 16-17). Dit is de heldere goddelijke interpretatie van de relatie van de mens tot de aarde en van de mens tot God.

Uit deze twee Bijbelverzen, worden door de Talmoed (Sanhedrin 56a/b) de zogenaamde zeven Noachitische geboden voor de gehele mensheid, de nakomelingen van Noach, gedefinieerd.1)

1. En gebood - wajezaw". Het gebod voor invoering van rechtbanken verplicht de Bnei Noach tot oprichting van deze rechtbanken als een uiting van respect voor de recht en orde onder de mensen.

2. Hashem. Het verbod op godslastering: Vanwege aanzien en respect voor de Eeuwige is het de nakomelingen van Noach verboden om de Hemel te vervloeken. De naam van Hashem zal de mensen heilig zijn.

3. Elokim. Deze naam volgt het verbod van afgoderij. Een Ben Noach is verplicht in één God te geloven. Elk geloof in een voorwerp, een mens of een ander wezen valt niet te rijmen met het geloof in de Schepper.

4. De mensen - Ha'adam. Het verbod om te moorden. Het respect en de waardering die wij onze medemensen schenken, evenals de kennis dat andere mensen niet minder waard zijn dan wij, toont ons dat een mens niet superieur is aan anderen en dat niemand het recht heeft om iemand te doden.

5. Ontucht. Met betrekking tot het verbod van ontucht benadrukt Rabbijn Samson Raphael Hirsch (1808-1888), dat dit aan elke generatie moet worden doorgegeven. Slechts daar waar mensen een goed gezinsleven leiden wordt het gebod van de Schepper van generatie op generatie doorgegeven. Ontucht verwondt en verminkt de eenheid van een gezonde familie en is een zonde.

6. Van alle bomen in de tuin. Het verbod te stelen. Het prive-eigendom van een mens is geen publiek bezit. Iedereen moet weten dat hij alleen mag gebruiken wat hem toebehoort.

7. Het verbod van wreedheid tegen dieren. Eet geen vlees van een levend dier! Na de zondvloed werd het de mensen toegestaan ​​om vee en pluimvee te lachten om vlees te eten. Echter is het verboden om van een nog levend dier vlees te nemen en te eten.

Mitzvoth

De wetten van Noach kent een tweedeling, die vervolgens de basis vormt voor de 613 mitzvoth van het Joodse volk. Een groep geboden regelt de relatie van mensen onder elkaar, de andere de relatie van de mens tot God.

In de generatie van Noach heeft niemand deze regels en verboden nageleefd. In de generatie van de zondvloed had het bederf van de samenleving alle grenzen overschreden. In de generaties van Enos en de generatie van de verdeling in volkeren naar verschillende talen, verslechterde de verhouding tussen de mensen en de Schepper. Maar Noach was een rechtvaardig man. Het gelukte hem zich niet aan te passen aan het gedrag van zijn omgeving. Hij bleef trouw aan de Schepper en hield vast aan de regels die hem geboden waren.

Laten we terug gaan naar onze oorspronkelijke vraag en proberen te begrijpen waarom het Jodendom het niet noodzakelijk vindt anderen tot het Jodendom over te doen gaan. Het antwoord vinden we in de Noachitische geboden.

De levensweg

Het Jodendom beschouwt zichzelf niet als ideaal en uniek. Het houdt een plaats gereed voor niet Joodse mensen en dicht hen een zeer belangrijke rol toe. Het is geen nadeel als niet Jood geboren te worden. Een Ben Noach moet net als een Jood zich afvragen of hij zijn doel heeft bereikt, rechtvaardig te zijn door het houden van de Noachitische geboden, net zoals een Jood zich moet afvragen of hij zijn geboden gehoorzaamt. Ook een niet Jood heeft verplichtingen jegens zijn Schepper. God heeft hem een manier van leven voorgeschreven waaraan hij zich moet houden.

De overgang naar het Jodendom is een weg die maar weinigen bewandelen. Wie over wil gaan naar het Jodendom, is zich de grote uitdaging bewust die op hem afkomt, namelijk om een deel van het volk van Israël te zijn. De wetten van Noach is de weg voor alle mensen. Naleving van deze regels doet de mensen geen familie van het Joodse volk zijn. Maar zij staat iedereen toe zich bij het volk van Israël aan te sluiten bij het verbeteren van de wereld en om de erkenning van de ene God te verspreiden.

Inhoud

De parasja van Noach vertelt over het besluit van de Eeuwige om de aarde door water te vernietigen. Het water zal al het leven vernietigen en alleen Noach bewaren. Hij zal een ark bouwen, waarin hij zich kan terugtrekken met zijn gezin samen met van elk dier een paar. Dus ontstaat na de zondvloed nieuw leven. De Eeuwige plaatst een regenboog in de wolken als symbool voor zijn eerste verbond met de mensen. Zij beginnen de stad Babel te bouwen en een toren die tot aan de hemel reikt. Maar de Eeuwige verijdelde hun plan (Genesis 6:9-11:32).

Bron: Universale Ethik. Geschreven door Rabbi Avichai Apel en uit het Duits vertaald door de webmaster.

Noot van de vertaler.

1) De schrijver volgt hierna de woorden uit de verzen Genesis 2:16 en 17a op basis waarvan de Talmoed de zeven Noachitische geboden heeft geformuleerd.

Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Elokim De naam "Elokim" is verwijzing naar God en impliceert Zijn volledige meesterschap en controle over alle dingen. Het is de naam van God, die het meest overeenkomt met "de Almachtige".

Gemorra is de zorgvuldige bewerking, in de 2e tot 5e eeuw van de gewone jaartelling, van de Mishna, die dient als het fundament van de Joods wet.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Mishna is de mondelinge Thora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Mitzvoth Zijn geboden uit de Tora, goede daden. Er zijn 248 positieve geboden en 365 negatieve geboden.

Parasja Is de wekelijkse Tora lezing.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.