Onze Rabbi, de Rabbi van ons allemaal

Kippensoep In een afgelegen dorp ergens in Nederland woonde een joodse man die kok van beroep was. Deze joodse man was de enige jood in het dorp. Er waren inmiddels al dertig jaren verlopen sinds de Nazi's [dat hun naam uitgewist mag worden] al zijn familieleden en alle joden van het dorp hadden vermoord. Deze joodse man had wonderbaarlijk de oorlog overleefd.

Dertig jaar lang woonde hij tussen de niet-joden. Hij werkte dagelijks als kok in het restaurant van het dorp en deed zijn best om enkele mitzvoth, die hij zich nog uit zijn ouderlijk huis herinnerde, na te leven. De joodse man onderhield de sjabbat, de spijswetten met betrekking tot eten en drinken en hij legde dagelijks zijn gebedsriemen aan. Er was echter één ding dat aan zijn geluk ontbrak en dat was dat hij alleen was. Hij wilde niet met een vrouw trouwen die niet joods was. Ook kon hij geen contacten leggen met zijn buren en bij hen eten omdat hun voedsel niet kosjer was. Hij paste er namelijk heel erg op om geen voedsel te nuttigen dat niet kosjer was.

Hoe benijdde hij hen dat zij elke zondag naar de kerk gingen voor gebed en hij, daarentegen altijd maar alleen moest bidden op sjabbat en feestdagen. Het scheen hem toe dat het over de hele wereld moeilijk was om een grote groep joden bij elkaar te krijgen om in een minjan te kunnen bidden. Hij dacht namelijk dat het de Nazi's gelukt was om de meerderheid van de joodse bevolking uit te roeien. Dat was eveneens de reden dat hij het niet eens probeerde om een minjan in de grote stad te zoeken.

Op een dag was de joodse man zo gebroken dat hij zich in grote bitterheid tot HaSjem wendde: "O Heer der wereld", huilde hij, "ik kan niet meer alleen verder. Ik houd het niet langer vol. Wanneer ik in de komende twee weken geen joodse mensen in het dorp tegen kom, dan ga ik naar de dominee toe om mijn geloof te veranderen."

Zo sprak de eenvoudige en onschuldige kok met een verbitterde ziel en meende elk woord dat uit zijn mond kwam.

Twee weken gingen voorbij. De kok stond met tranen in de ogen in de keuken van het restaurant iets te bakken. Vandaag is het de laatste dag van het ultimatum dat hij HaSjem had gesteld.....vanmiddag zal hij naar de dominee moeten gaan om zijn geloof te veranderen. Met een zwaarmoedig hart en zonder keus zou hij dat pad gaan.

"Ze zoeken je!" kwam opeens de baas van het restaurant binnen. De kok wendde zijn hoofd met betraande ogen om en keek wie er naar binnenkwam. Hij geloofde zijn eigen ogen niet. Voor hem stond een jood in de volle zin van het woord: een baard, een hoed en een tzitzit.

"Bent u een jood", vroeg de hij de verbaasde kok.

"Jjjaa", stotterde de kok van opwinding.

"De Lubawitscher Rabbi heeft je drie matzot voor de seideravond gestuurd", zei de man en overhandigde de joodse kok een tas. "Twee dagen geleden", zo vertelde de man verder, "gaf de Rabbi mij de opdracht om matzot mee te nemen en naar dit dorp te reizen en deze aan de jood, die ik in dit dorp zou tegenkomen, moest overhandigen. Sinds gistermiddag ben ik al in dit dorp en ik vraag iedereen of hij een jood is. Iedereen lachte mij uit en zeiden dat er in het dorp helemaal geen joden wonen. Maar ik ben stug doorgegaan met zoeken totdat iemand mij vertelde dat hij joods eten in het restaurant van het dorp had gegeten en zo ben ik hier naar je toegekomen.

"Jouw Rabbi heeft mijn leven gered", zei de kok opgewonden en vertelde de man wat hij van plan was, later op die middag, te doen.

"Ik heb slechts één enkel ding in je woorden te corrigeren", zei de man: "Onze Rabbi is de Rabbi van ons allemaal."

Dit verhaal is geen fantasie en hoort ook niet in de geschiedenis thuis. Het verhaal gebeurde op de vooravond van Pesach in het jaar 1976.

Uit 101 eerste verhalen voor de chassidische jeugd, deel 6, verhaal 81.

Vertaald uit het Hebreeuws door Jaël

De Rabbi: Rabbi Menachem Mendel Schneerson is de zevende Rabbi van het Chabad chassidisme, 1902-1994

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Matze, meervoud matzot, is een plat brood dat niet is gerezen. Het lijkt op een grote cracker. Met Pesach viert men in het Jodendom de bevrijding uit de slavernij in Egypte. Volgens de Tora moesten de Joden vlak voor hun vertrek in opdracht van God snel brood bakken zonder daar zuurdesem aan toe te voegen (Exodus 12:8). Voordat Pesach begint wordt het gehele huis gereinigd, zodat er geen resten van gerezen brood (chametz of chometz) meer aanwezig zijn.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Minjan Een minjan is een groep van (minstens) tien joodse mannen van 13 jaar of ouder, die een quorum vormen voor een volledige Joodse gebedsdienst.

Tzitzit is de naam voor de speciaal geknoopte rituele franjes die door religieuze Joden wordt gedragen. De Tzitzit wordt bevestigd aan de vier hoeken van de tallit (= een gebedskleed).

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.