Mazzal Tov!

De Treinen van Solomon, deel 4

Bron: Breslev.co.il De lente probeerde op een mooie ochtend in maart 1921 de natuur te doen ontwaken. Reb Solomon Dzubas was naar zijn geboortestad Chestochova in Polen gereisd om de import van verven en zepen uit de fabriek van zijn oom te regelen. Reb Jacob Dzubas, zijn enige familie was een chassied, en een belangrijk lid van de Joodse gemeenschap van de stad. Reb Solomon was een week geleden van plan naar zijn huis in Berlijn terug te keren, maar een storing in het Poolse spoorwegnet had die terugreis uitgesteld.

Zittend in het smaakvolle en chique kantoor van zijn oom vernam Solomon van de vertragingen. "Oh, de Polen zijn er niet in geslaagd om ook maar enigszins in de buurt te komen van de norm van het spoorwegsysteem in Duitsland. De spoorlijnen zijn een puinhoop, de locomotieven hebben niet de kracht en stabiliteit van de Duitse locs, en de stations zijn slecht onderhouden. Ik hoop echter dat ik spoedig naar huis kan, want mijn vrouw ligt op alle dagen."

Oom Jacob gaf zijn gast een plagende por in zijn ribben en zei: "Oh maak je niet zo ongerust Soli. Hier ben je gast in mijn huis, dus slaap je comfortabel en geniet van goed koosjer voedsel. En wat je vrouw betreft je weet, dat ze in goede handen is in het huis van haar vader. Reb Mordechai en de Rebetzin samen met hun heel competente bedienden zullen beter voor haar zorgen dan jij zou kunnen. Vertrouw op God. Morgen is het Sjabbat, en ik zal de Chazan om een speciale zegen voor haar vragen bij de opening van de Heilige Ark. Het zal zeker goed met haar gaan."

Een paar dagen later in Berlijn in een luxe huis op de tweede verdieping in een slaapkamer met dubbele gordijnen op de schuine glazen ramen. De muren halverwege voorzien van kersenhouten panelen en daarboven bedekt met het beste behang dat er te vinden was met een zacht bloemrijk ontwerp. Op de gepolijste houten vloer lagen oosterse tapijten. Naast het smaakvol ingerichte hemelbed, stond Dr. Englehart met zijn beroemde monocle. Hij had zijn zijden hoge hoed afgezet en zijn slipjas uitgetrokken. Hij had verder zijn hemdsmouwen gedeeltelijk opgerold en trok een serieus gezicht. Hij beval de wachtende dienstmeid, "Hindeh, breng het kokende water en wat alcohol. Heb jij vlugzout bij de hand voor het geval ze flauw valt?"

De liefhebbende en angstige dienstmeid antwoordde: "Onmiddellijk Herr doctor!", terwijl ze opgewonden de mooie gebogen trap afrende.

Ze liep zo snel als ze kon naar de keuken en riep opgewonden met haar Friese boeren accent, "Geert geef me het water voor boven. Mevrouw Becka staat op het punt te bevallen! Gertrud waar is de alcohol, snel. Het vlugzout zit sinds gisteravond al in de de zak van mijn schort. Wat weet een man nu over bevallen."

De hele keuken was in een opgewonden stemming. Hun geliefde Sheinah Becka, dochter van de heer des huizes Reb Mordechai Marcus Suesskind, was bezig te bevallen.

Toen Hindeh naar boven rende via de eikenhouten trap met de alcohol en de sterke drank in haar handen, verzamelde zich al het personeel onder aan de trap in afwachting van het grote evenement. De stevig gebouwde Geert, ook een Fries, rende de trap op met in zijn grote handen een enorme kan met kokend water en zette die op een service wagentje, dat bij de slaapkamerdeur geparkeerd stond.

Rebetzin Leah zei bij haarzelf: "Ik begrijp nog steeds niet hoe die grote os van een man, nog steeds zo voorzichtig en vriendelijke te werk kan gaan." Hindeh bleef natuurlijk, met een kloppend hart en zware ademhaling, dicht bij de deur staan, "Oh grote God help onze dierbare Becka het leven te schenken aan een gezonde baby."

Onder kritisch toeziend oog van Dr. Englehart zei de vroedvrouw, "Becka lieve Becka u heeft het leven geschonken aan het mooiste meisje van Joods Berlijn. Wat een schatje, Mazal Tov!"

Hindeh rende zo snel als haar voeten haar dragen konden de trap af; ze struikelde bijna toen ze beneden kwam. Ze was zo opgewonden. Geert kwam dicht achter haar aan en met zijn grote Hollandse boerenjongensglimlach vertelde hij de rest van de bedienden, "Het is een meisje, een mooi klein meisje voor onze lieve Becka en eerbare geliefde Salomo".

De bedienden waren net zo gelukkig als de grootouders, Reb Mordechai Marcus Suesskind en Rebetzin Leah Elise.

Na de bevalling gingen Reb Suesskind en Dr. Englehart ervoor zitten om een lekker glas wijn te drinken. Toen de knecht Karl de fles opende en de wijn inschonk, was Dr. Englehart verrast en vroeg aan de Reb, "Hoe kan een man van de Tora en Halacha een niet Jood een fles wijn laten openen?"'

Reb Suesskind glimlachte naar hem en antwoordde: "Mijn beste, het zou juist zijn wat je zegt, ware het niet dat ik in mijn huis erop toe zie dat een gebod, dat jammer genoeg door de overgrote meerderheid van ons volk genegeerd is, wordt nageleefd."

"En wat kan dat wel zijn?"

"Mijn beste dokter ben je vergeten dat de Heilige Tora ons opdraagt om "een licht voor de volken" te zijn? Al mijn dienaren en dienaressen zijn geïnstrueerd en leven naar de zeven Noachitische geboden. Dit is een absolute voorwaarde om bij mij te werken. Karl, Geert en hun respectievelijke echtgenotes waren zo onder de indruk dat ze ervoor kozen om over te gaan naar het Jodendom en zijn volwaardige Joden. Daarom kunnen zij, zonder halachische problemen, een fles wijn openen en inschenken. De anderen, hoewel zij echte Bnei Noach zijn, raken de wijnen niet aan."

Dr. Englehart stond op en zei: "Reb Mordechai Marcus Suesskind, je hebt mij iets uit de Tora geleerd dat ik nooit heb geweten. U laat hiermee een verborgen deel van uw grootheid zien. Ik bied nederig mijn excuses aan voor het feit u te hebben verdacht van een verachting van de Halacha, en heb groot respect voor uw eruditie en diepgang."

"Dank je, hoewel ik klein ben in vergelijking met mijn oudere generaties. Nu blijf je bij ons dineren?"

Twee dagen later een opgewonden telefoontje van Dieter de portier, "Hij is hier, de taxi is net van het station aangekomen.

De bedienden stonden, als opgewonden kinderen, klaar in de hal om "Mazal Tov" te roepen. Hun liefde voor hun meester "Soli" en hun mevrouw "Becka" was zo groot, dat ze soms hun normale keurige gedrag vergaten.

Hindeh, die door een zijraam keek riep opgewonden uit: "Hij is uit de taxi gestapt en de chauffeur helpt hem met zijn koffer". Dieter opende de deur om Reb Solomon te ontvangen en het hele team van bedienden stond klaar om uit te lopen om hem te begeleiden en het goede nieuws te vertellen, toen mevrouw Rebetzin Leah Elise de salon binnenging. Snel en rustig, zij het een beetje onhandig door de opwinding, nam iedereen de juiste plaats in.

Rebetzin Leah Elise Suesskind, de jongste dochter van de gerespecteerde Rabbijn Tsvi Hirsch Kuttner en Rebetzin Rebecca, was een attente en goede meesteres voor de bedienden, maar nu straalde zij een zeker matriarchaal gezag uit. Ze hoefde niets te zeggen. Louter haar aanwezigheid bracht al rust en orde.

Het was in ieder geval niet uit vrees. Het was uit liefde en respect voor de matriarch van het huis.

Reb Solomon liep het verharde pad op door de prachtige tuin naar de wachtenden en ging, door de al geopende eikenhouten deur, het huis binnen. Van de ingang tot aan de deur naar de grote salon stonden de mannelijke bedienden aan de rechterzijde, de de vrouwelijke bedienden aan de linkerzijde. Aan het einde van de dubbele rij stond Rebetzin Leah Elise. Ondanks hun inspanningen om de correcte bedienden te lijken, grijnsden ze allemaal van oor tot oor. Solomon kon zien dat al het personeel stond te trappelen van ongeduld. Ze zeiden nauwelijks "Welkom thuis Reb Solomon" of barstten los met, "Mazal Tov, Mazal Tov, het is een lief meisje!"

"Prachtig, dank jullie allemaal. Het is goed om weer thuis te zijn. Waar zijn ze?" Hindeh en Geert liepen vooruit de brede trap op. Rebetzin Leah Elise liep naast Solomon en vertelde hem dat de bevalling voorspoedig was verlopen Dat Esther de vroedvrouw haar werk uitstekend had gedaan, en dat de pompeuze professor Dr. Englehart wel wat vreemd deed, maar dat alles goed is. Het weerzien van zijn lieve vrouw en te zien dat zij gezond en wel was alsmede het zien van zijn pas geboren dochtertje, gaf een grote vreugde en opluchting bij Reb Solomon.

Rebetzin Leah Elise verliet de slaapkamer sloot de deuren en stuurde Hindeh en Geert naar beneden terwijl ze zei, "Hindeh breng ze een dienblad met thee en cake. Laat ze dan een tijdje alleen om te praten en te genieten van hun drieen, zonder dat wij hen lastig vallen. Zorg er ondertussen voor dat Reb Solomon's kamer, zijn bad en zijn schone kleren klaar zijn."

De volgende Sabbat in de elegante en prachtige synagoge, riep zijn schoonvader, Reb Suesskind, hem op tot de Toralezing. Na het lezen van het Tora gedeelte zei hij de "Gomel" zegen als een dank aan God voor zijn behouden terugkeer. De Chazan sprak de zegen uit voor de gezondheid van zijn vrouw en van het pasgeboren dochtertje samen met haar naam zoals aangekondigd door Reb Solomon "Devorah Ursala dochter van Rivka".

De hele gemeente riep, "Mazal Tov - Mazal Tov", en Reb Mordechai Suesskind nodigde de hele gemeente na de dienst uit voor een feestelijke kiddoesj brunch.

Anderhalf jaar later klonk weer het "Mazal Tov" bij de geboorte van de tweede dochter Yehudith.

Door hun illustere grootvader, die naast andere verantwoordelijkheden ook belast was met het Joodse school systeem in Berlijn,kregen de meisjes de best mogelijke opleiding.

Wordt vervolgd.

Geschreven door Yaakov Bar Nahman en vertaald uit het Engels door Jadied.
Bron: Mazal Tov

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Chassid is letterlijk een "vroom iemand", maar doelt op volgelingen van de Chassidische beweging, gesticht door Reb Yisroel Baal Shem Tov in het begin van de 18e eeuw

Chazan Is de voorzanger bij een joodse gebedsdienst.

Gomel is de zegen die wordt uitgesproken wanneer iemand veilig en wel is teruggekeerd van een reis. Deze blessing wordt ook uitgesproken voor een vrouw die bevallen is van een kind en in goede welstand verkeerd. Deze zegen wordt gezegd in plaats van het dankoffer dat een vrouw in die situatie in de tempel bracht.

Halacha is het geheel van de Joodse wet.

Heilige Ark Dat is de kast waarin de Tora-rollen worden opgeborgen. De kast staat met de achterzijde richting Jeruzalem, dat is de richting waarin de gelovigen bidden.

Kiddush is de zegen die over de wijn wordt uitgesproken op sabbat alsmede op Joodse feestdagen.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.