Ternauwernood ontsnapt

De treinen van Solomon, deel 6

Bron: Breslev.co.il 1935: Daar was ze, haar zusje, in het nauw gedreven door de brutale SS sergeant. Dvorah besloop hem van achteren, schopte de nazi, pakte haar zusje en rende voor haar leven...

Hoewel Dvorah de hemelsblauwe ogen van haar vader had, kreeg zij de bijnaam "Ushy" vanwege haar zwart krullend haar. Door het hoge getjilp van Yehudith kreeg zij de bijnaam "Peeps".

Ze woonden met hun ouders in het grote landhuis van hun grootvader. Als peuters mochten ze overal in het huis komen. Ze hielpen soms zelfs in de keuken. Echter de studeerkamer van Reb Mordechai mochten zij alleen binnenkomen nadat ze daarvoor toestemming hadden gekregen. In die zeldzame gevallen waren vaak de eerste woorden die Peeps zei, "Oh Ushy kijk eens naar al die boeken!"

Ook al had het huis een volledig team van bedienden toch werden de meisjes niet overdreven verwend. Toen ze groter werden deden ze, naar gelang hun leeftijd, allerlei klusjes, en werd hen geleerd te koken en te naaien.

Maar de klusjes waren niet altijd saai. Hoewel de jonge Dvorah zich goed gedroeg, meestal verlegen en stil was, had zij ook iets ondeugends over zich. Op 16 jarige leeftijd moest zij elke vrijdagmiddag de boekenkast met speciale houtolie polijsten. Toen was grootvader Reb Mordechai op leeftijd, had hij een kaal hoofd en de neiging om in te dutten tijdens zijn studie. Wanneer dit gebeurde wanneer zij de boekenkast aan het poetsen was, tilde zij met pretoogjes zijn kipah (keppeltje) op, poetste zijn kale hoofd en legde de kipah weer terug. Daarna verliet ze snel en rustig de studeerkamer en sloot, al giechelend, de deur. Peeps die buiten stond, barstte bijna van het lachten. "Ushy, als grootvader wakker wordt dan ben je nog niet jarig." "Nu wat zou hij mij doen?"

De jonge Anna, dochter van Hindeh, de belangrijkste dienstmeid, moest hen helpen met het huiswerk over wereldse onderwerpen, en hen begeleiden wanneer zij naar buiten gingen. Ook moest zij erop letten wat ze nodig hadden. Samen groeiden ze op, soms elkaar plagend en met elkaar spelend waarbij ze zowel goede vrienden waren, als een bediende en die gediend werden. De zusters hebben nooit misbruik gemaakt van Hindeh en waren nooit vernederend, en zij misbruikte nooit hun nauwe relatie om haar verantwoordelijkheid te ontlopen jegens hen. Ze wisten ook maar al te goed dat Hindeh, Gheert en hun dochter joods waren en dat dit geheim moest blijven.

Op een vrijdagmiddag, het was bijna Shabbat, riep grootvader Reb Mordechai zijn lieve kleindochter bij zich, terwijl ze bezig was zich om te kleden voor de Shabbat. Dvorah dacht: "'Oh, Oh..."

"Liefste Ushy, vandaag zat er teveel olie op de poetsdoek die de schappen plakkerig maken. Het zal ook moeilijker van mijn hoofd af te wassen zijn dan de vorige keer." Hij knipoogde naar haar toen zij kleurde en de trap op rende. Deze keer was het grootvader, die bij de deur van de studeerkamer stond te giechelen.

Ondanks de vele inspanningen om de Duitse economie te stimuleren, bleef het sukkelen. Dit maakte het voor de radicale nazi-partij gemakkelijk, om steun te krijgen bij het publiek. Na de mislukte "putsch" realiseerde Reb Solomon zich dat "Dit is zeker de gevaarlijke gek, waarvoor ik door Bentsion ben gewaarschuwd. De goede dagen voor de Joden in Duitsland zijn voorbij. Ik voel dat ik de mensen moet waarschuwen voor het komende gevaar. Hoewel Bentsion me vertelde, dat de meesten niet zouden luisteren naar deze waarschuwing, niet van mij en niet van iemand anders." Niemand is zo blind als degenen die weigeren om te zien."

In 1935 moest de helft van de bedienden worden ontslagen vanwege de instortende economie. Hindeh, zijnde de tweede generatie in dienst bij de familie Suesskind, en haar man Gheert werden het langst aangehouden; ze waren bijna als familie. Zijzelf boden aan om tegen een lager loon te werken, alleen maar om bij hun geliefde werkgevers te kunnen blijven.

Op een middag in de herfst zei moeder Rivkah tegen haar 18-jarige Dvorah, "Ushy, ik stuurde Peeps een uur geleden naar de winkel van bakker Levi en ze is nog niet terug. Alsjeblieft ga eens kijken waar ze is en waarom het zo lang duurt om een paar broden te kopen."

"Ja Mamma" en daar ging ze.

Al was het een heldere nazomerse dag, de straten waren minder druk dan vroeger, een paar jaar geleden. Veel niet-Joden waren voor gewapende diensten opgeroepen. Veel Joden waren gewoon verdwenen. Voeg daarbij de ingestorte economie en Berlijn is niet meer de bruisende stad die Dvorah had gekend in haar jongere jaren.

Dvorah was een klein meisje, amper één meter vijftig groot en dun als een lucifer. Ze ging langs de gebruikelijke weg naar de bakkerswinkel, als een typische tiener, half in haar dagdromen en niet al te bezorgd, totdat ... totdat ze de hoek omsloeg naar de straat waar de bakker was en....

Wat ze zag, deed haar adem voor een moment in haar keel stokken. Daar stond haar zusje, Peeps, bevroren van angst, en tegenover haar op nauwelijks een armlengte afstand, stond een lange gespierde blondharige nazi SA sergeant met vierkante kaken. In zijn enorme hand had hij zijn dolk met de schedel en gekruiste beenderen op het einde van het gevest, waarbij hij wees op het gezicht van Peeps. Peeps trilde als een riet en was zo wit als een doek en tranen stroomden over haar gezicht.

Natuurlijk durfde niemand dichterbij te komen. Elke voorbijganger zou teruggaan of oversteken naar de andere kant van de straat en wel zo snel mogelijk.

Zo klein en broos als Dvorah was besefte zij dat ze haar zusje, op één of ander manier, moest redden en snel.

"God leid mij, help mij! ALSTUBLIEFT!"

Ze rende over de straat met kasseien sneller dan ze ooit had gedacht, en gaf een snelle trap tegen de knie van het tweebenige beest. Hij slaakte een dierlijke kreet en zijn dolk met de schedel en gekruiste beenderen viel op de stoep. Dvorah schreeuwde, "Peeps naar huis", pakte haar hand en de twee meisjes snelden als de bliksem naar het dichtstbijzijnde steegje. Ze renden als konijnen door het doolhof van de steegjes van de oude stad, waarin alleen iemand, die opgegroeid is in de wijk, zou weten waar ze op uitkwamen.

De plotselinge en totaal onverwachte heftige pijn van de trap van het wanhopige meisje duurde voor de nazi-sergeant net lang genoeg om de twee meisjes te doen verdwijnen.

Voordat ze hun huis binnengingen stonden ze even stil en zei Dvorah tegen haar zusje, "Je vertelt niets aan Mamma, laat dat aan mij over. Ik wil niet dat zij zich zorgen maakt."

Toen ze naar binnengingen vroeg hun moeder hen, "Nu? Wat was er?"

"Oh niets Mamma één of andere grote domme sukkel uit de wijk pestte Peeps en liet haar niet gaan. Hij vluchtte als een oude gorilla toen ik eraan kwam."

Ondertussen kwam de nazi-sergeant weer bij zijn positieven, en terwijl hij in zijn Saksisch dialect stond te vloeken en zijn gevreesde dolk pakte, waren de meisjes al spoorloos verdwenen. Hij was er zelfs niet eens in geslaagd om het adres van het door hem geterroriseerde meisje te krijgen, ondanks een half uur van ondervraging. Door de schok en de pijn van de verrassende trap had hij niet eens gemerkt in welk steegje ze waren weggerend. Om te gaan zoeken zou voor hem zinloos en vernederend zijn. Het was een incident dat hij zeker niet zou opnemen in zijn dagelijks verslag. Hij zou een plausibele reden moeten hebben voor het hinken vanwege de trap die hij had gehad.

Nadat de partij van Hitler aan de macht kwam rees de inflatie de pan uit. De Duitse mark werd wekelijks gedevalueerd, vervolgens dagelijks, en uiteindelijk twee keer per dag. Het kwam zover dat de overheid stopte met het drukken van nieuwe bankbiljetten. De banken kregen stempels met nullen, om die toe te voegen aan het nummer van de bestaande bankbiljetten.

Het kwam zover dat Becka Dzubas, die als secretaresse werkte in het kantoor van Rabbi Frier, haar salaris tweemaal daags, in een koffer gevuld met contant geld, ontving. Ze werd om twaalf uur 's middags betaald en kreeg vervolgens de middag vrij, om voor haar gezin het nodige te gaan kopen voordat de prijzen later op de dag weer waren opgelopen. Vervolgens aan het eind van haar werkdag werd ze opnieuw betaald om op weg naar huis te gaan winkelen omdat de volgende ochtend de prijzen weer hoger zouden zijn.

De kranten, de radio, de lessen op school, etc. overal kregen de Joden meer en meer de schuld voor de economische problemen. Elke moeilijkheid die de overheid ontmoette in haar doelstelling om Europa onder controle te krijgen was ook de schuld van de Joden.

Joden werden rechteloos en er werden vele manieren gevonden om voor hen het leven verschrikkelijk en ellendig te maken. Steeds meer Joden verdwenen gewoon.

Of ze kamen nooit meer thuis van hun werk of school, of zij verdwenen in de nacht uit hun huizen.

Niemand durfde navraag te doen.

De prachtige artistieke cultuur van Bach, Brahms en Beethoven baatte de Joden niets om te voorkomen dat, de treinen, die zij hadden vervaardigd en het spoorwegsysteem dat ze hadden aangelegd, om de kracht en de trots van Duitsland te herbouwen, gebruikt werden om hen zonder onderscheid uit te roeien.

Wordt vervolgd.

Geschreven door Yaakov Bar Nahman en vertaald uit het Engels door Jadied.
Bron: A Narrow Escape

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer