Geneeskunde in het Judaïsme

Bron: Breslev.co.il Om de geschiedenis en ontwikkeling van de geneeskunde in het traditionele Jodendom te begrijpen, moet men eerst kennisnemen van de bron die dient als leidraad voor de Jood in zijn dagelijkse activiteiten. In de eerste plaats volgt een analyse van wat het perspectief van de Tora* precies is op de rol van de geneeskunde. Daarna zullen "helende" teksten en praktijken in de Joodse geschiedenis worden onderzocht. En tenslotte zal een vergelijking worden gemaakt tussen de specifieke praktische geneesmethoden die in de traditionele Joodse geneeskunde gebruikt zijn en de parallellen die te vinden zijn in zowel de theorie als de klinische praktijk in de andere ononderbroken tradities van genezing, namelijk de Chinese geneeskunde.

Ten eerste

Voor de Jood zijn de beginselen van het leven zowel fysiek, emotioneel, intellectueel als spiritueel afkomstig uit de Tora.* De Tora is ongeveer 3.300 jaar geleden aan meer dan 3.000.000 Joden op de berg Sinaï gegeven. De Tora (vertaald als "instructie") bestaat uit twee delen: de schriftelijke Tora, bekend als de vijf boeken van Mozes zijnde de wetten die het leven van de Jood en de vroege Joodse geschiedenis bepaalden en de mondelinge Tora, die tegelijk door Hashem aan Moshe op de berg Sinaï mondeling werd doorgegeven. Tussen 1500 en 2000 jaar geleden, werd de mondelinge Tora op schrift gesteld door de leiders van die generaties die vonden dat de transcriptie ervan van essentieel belang was om zijn integriteit te behouden. Het product van hun werk heet de Talmoed* en bestaat uit 38 delen of traktaten, die ingaan op specifieke details, op hoofdlijnen en in discussie vorm, wat de praktische toepassing van de wet betreft. Hoewel er een aantal verwijzingen naar de geneeskunde en genezing in de schriftelijke en mondelinge Tora voorkomt, zal onze discussie worden beperkt tot drie specifieke verzen.

Een eerste verwijzing naar de geneeskunde in de schriftelijke Tora, wordt gevonden in Exodus 15:26, waar we horen wie de uiteindelijke dokter is: ".... zal Ik u geen enkele ziekte opleggen, die Ik de Egyptenaren opgelegd heb, want Ik ben Hashem* uw Heelmeester." Dit vers, leert ons de mondelinge Tora, kwalificeert de rol die de arts heeft in het eigenlijke genezingsproces, want ook al kan de arts een eminent en significant middel zijn dat gebruikt wordt om te komen tot genezing, niettemin de genezing wordt bewerkt door Hashem. Natuurlijk is er altijd de verleiding voor de arts om arrogant zichzelf te zien als degene die de krachten van leven en dood in zijn hand heeft. Dit, aldus de mondelinge Tora, is een dwaze vergissing, want zoals de Mishna* in Kiddushin 4:14 zegt: "[Zij die zichzelf zien als] de beste artsen, ga naar de hel!" Hoewel schokkend, de implicatie is hier niet om de arts te ontmoedigen zijn beroep uitstekend te beoefenen, maar om hem aan te moedigen zijn patiënten te behandelen met een geest van nederigheid en oog voor detail. Als een onvolmaakt tussenpersoon die een kunst beoefent, dient de arts zijn eigen feilbaarheid te erkennen en het maakt niet uit hoe deskundig of ervaren de arts ook is, de mogelijkheid van mislukking is altijd aanwezig. Want er zijn momenten, zelfs in de eenvoudigste medische gevallen, waarin dingen niet gaan zoals verwacht en de patiënt overlijdt. Net zo belangrijk is het, wanneer de arts succesvol is, dat hij zijn succes nederig aanvaardt met dankbaarheid.

Echter ondanks de mogelijkheid van mislukking, geeft de Tora duidelijk mandaat aan de arts om de geneeskunde uit te oefenen. Bij de aanpak van een geval van lichamelijk letsel toegebracht aan een ander, stelt de Tora (Exodus 21:19), "... en hij zal zorgen voor genezing." De mondelinge Tora leert ons, dat uit dit vers is af te leiden dat de arts niet alleen toestemming krijgt om de geneeskunde uit te oefenen, maar ook gebruik moet maken van alle middelen waarover hij beschikt om de patiënt te genezen. (Interessant is dat de commentatoren erop wijzen dat dit vers ons ook leert dat de essentiële taak van de arts is om te genezen met alle mogelijke middelen waarover hij beschikt, maar dat het verboden is een patiënt op te geven als de situatie uitzichtloos is!)

Een derde verwijzing naar de geneeskunde in de schriftelijke Tora is een Goddelijke bevel om de gezondheid van je lichaam en geest te behouden. Dit mandaat is afgeleid uit het vers in Deuteronomium 4:15 waarin staat: "En U zult ijverig uw ziel behoeden." 1) Vandaar dat de mondelinge Tora ons leert tot het uiterste zorg te dragen voor onze fysieke en geestelijke gezondheid en hierover te waken en die te beschermen op alle mogelijke manieren. Wij zijn niet geschapen door toeval met het exact aantal organen en ledematen overeenkomstig het aantal van de Goddelijke geboden (613 mitswot).Een feit is dat de Joodse mystieke traditie leert dat elke mitswa* expliciet overeen komt met een deel van het lichaam, en door middel van de polsslag kan worden bepaald wanneer een mitswa niet correct wordt nageleefd en of het overeenkomstige orgaan in onbalans is! (Meer over de polsslag in ten tweede). Uit dit vers leren we ook drie basisprincipes van de traditionele Joodse geneeskunde: ten eerste elke activiteit die het lichaam (met inbegrip van middelen misbruik) schade berokkent, is strikt verboden, ten tweede redelijke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om ziekte te voorkomen en ten derde, het is zowel lichamelijk als geestelijk heilzaam de geboden van de Tora in acht te nemen met de juiste focus en intentie.

Het zijn deze verzen die deel uitmaken van de basis van waaruit het Jodendom door de geschiedenis heen de rol ziet van de genezer: ten eerste, alle genezing komt voort uit God, ten tweede, de arts, als Zijn vertegenwoordiger, moet alles doen wat in zijn vermogen ligt om te proberen de patiënt te genezen en mag hem geen kwaad doen en ten derde, met het oog op het voorkomen van ziekte moet men iemands lichaam en ziel beschermen tegen schade. De overleden Biala Rebbe van Jeruzalem, Rabbi Jehosjoea Yechiel Rabinowicz, was gewoon erop te wijzen, dat wanneer we echt in contact met ons spirituele zelf zijn, we ook fysiek veel meer verbonden zijn met Hashem. De term "mesiras nefesh," (meestal vertaald als zelfopoffering) betekent veel meer dan het opgeven van ons leven. De Rebbe, zt"l vertelt ons wanneer we het plezieren van Hashem tot ons belangrijkste aandachtspunt maken en onze" nefesh "(ziel) aan Hem verbinden, dat dan elke fysieke actie een nieuwe betekenis krijgt en ook "mesiras nefesh is. Laat ons nooit vergeten dat we geen "slachtoffers" behoeven te worden en door integratie, in plaats van ons leven in hokjes te verdelen, we werkelijk onszelf sterker maken.

Ten tweede

We mogen zeker logischer wijs aannemen, dat, omdat de geneeskunde door de Tora is gesanctioneerd, de uitoefening van de geneeskunde ook in Bijbelse tijden gangbaar is geweest. De Joods medische traditie is inderdaad een rijke, en gaat door tot vandaag. Door heel Europa en het Midden-Oosten, waar de Joodse cultuur heeft gebloeid, waren vooraanstaande Joodse artsen te vinden. In feite is het zo dat de mondelinge Tora een schat aan praktisch medisch advies bevat. Onderwerpen zoals de algemene hygiëne, gezonde gewoonten van wassen en baden, lichaamsbeweging en voeding worden uitvoerig besproken. De Talmoed vertelt ons bijvoorbeeld, dat "meer mensen worden gedood door de kookpot dan door gebrek aan voedsel!" Specifieke aandoeningen en hun geneeswijzen worden gepresenteerd variërend van kiespijn, buikpijn tot koorts en hartklachten. Vrijwel ieder orgaan en systeem van het lichaam wordt genoemd. Maar omdat de Tora in wezen een boek is van de religieuze Joodse wet, worden de medische zaken in eerste instantie alleen besproken als ze betrekking hebben op de halacha (Joodse wet). Als zodanig, is er nergens in de mondelinge Tora een systematische behandeling te vinden van de geneeskunde, zoals men die vindt bij de Egyptenaren, Mesopotamiërs, Grieken of Romeinen.

Interessant is dat de Talmoed ons verteld, dat tot de tijd van koning Hizkia (ongeveer 2500 jaar geleden, er een opmerkelijke tekst bestond genaamd Sefer Harefuos (Het Boek van Geneesmiddelen), die, zo wordt ons verteld, Koning Hizkia verborg. Wanneer het werd samengesteld, en door wie, is het voorwerp van discussie, maar niettemin is iedereen het er over eens dat het bestond en intensief werd gebruikt voor minstens 300 jaar tot de tijd van koning Hizkia. (De Ramban, in zijn inleiding op de schriftelijke Tora, vertelt ons bijvoorbeeld, dat het was samengesteld door koning Salomo.) Waarom heeft hij het verborgen? Was het omdat de geneesmiddelen ineffectief waren? Integendeel, ze waren te effectief! Volgens Rashi, was de reden dat Koning Hizkia het noodzakelijk vond "Het Boek van de Geneesmiddelen" te verbergen, dat, "wanneer een persoon ziek werd hij en op zou volgen wat er geschreven was in "Het boek van Geneesmiddelen", genezen zou zijn. Als gevolg daarvan werden de harten van mensen bij ziekte niet nederig vóór de Hemel. Volgens Rashi, door toevlucht te nemen tot "Het Boek van Geneesmiddelen" werd ziekte niets anders dan een mechanisch proces. Toch begreep koning Hizkia dat mensen geen machines zijn, en hoewel de middelen die zij bevatte zouden genezen en de lichamelijke ziekten zouden oplossen, wilde hij dat mensen begrepen, dat een mens zowel uit een lichaam als een ziel bestaat. Hij begreep, in zijn wijsheid, dat wanneer het lichaam ziek is, ook de ziel ziek wordt en vice-versa. Volgens de Rambam, was er nog een ander probleem: "Het Boek van Geneesmiddelen" was een speculatief naslagwerk gebaseerd op Kanaänitische astrologie. Het werd alleen gebruikt als een tekst voor het verwerven van theoretische informatie en het was nooit de bedoeling van de auteur, noch toegestaan door de Tora, om gebruikt te worden voor genezing. Hypothetisch, wanneer patiënten bepaalde "vormen" op bepaalde uren zouden tekenen die correspondeerden met bepaalde sterrenbeelden, dan zouden ze genezen. Echter, hoewel deze kennis was toegestaan om te bestuderen, was het absoluut verboden om haar praktisch toe te passen. Toen mensen gebruik begonnen te maken van deze verboden wijze van genezing, vond Hizkia het nodig om actie te ondernemen. Hoe jammer te bedenken dat toen wanhopige mensen streefden naar alle middelen, zelfs naar het occulte om hun lijden te verlichten. Misschien mogen we dezelfde voorzichtigheid vandaag de dag toepassen wanneer we geconfronteerd worden met "New Age" occultisten die ons "de maan" aanbieden?

Met uitzondering van de Sefer Harfuos, en afgezien van de de artsen die in de Gemara worden genoemd (bijv. De Tanaïm: Rabi Chanina, Rabi Jismaël en Tudos Harofe, en de Amoraim: Mar Shmuel, Rav Chiya, Mar Bar Rav Ashi, Abaye, Ben Achiya, Rav Ami en Minyumi), hielden de eerste bekende Joodse artsen zich bezig met het literaire aspect van de geneeskunde, waarvan voor zover ik weet de besten waren: Asaf Harofeh die leefde in de 7de eeuw en in het Hebreeuws schreef, en de Joodse artsen van Arabië in de 9e, 10e en 11e eeuw.

De beroemdste van alle samenstellers van de Joodse wet, rabbi Mozes Maimonides (de Rambam), diende ook als lijfarts van de Sultan van Egypte in de 12e eeuw. Maimonides, een productief schrijver, schreef tien medische werken met inbegrip van kritische analyses van de geschriften van Galenus en Hippocrates, een uitgebreid medisch boek, "Pirkei Moshe" bestaand uit 25 hoofdstukken die betrekking hebben op verschillende gebieden van de geneeskunde, zoals anatomie, fysiologie, pathologie, symptomatologie, diagnose, etiologie en therapieën, koorts, aderlaten, laxeermiddelen, chirurgie, gynaecologie, hygiëne, lichaamsbeweging, zwemmen, voeding, medicijnen en medische curiosa. Bovendien schreef Maimonides boeken over aambeien, samenwonen, astma, vergiften en hun tegengif, epileptische aanvallen, een Materia Medica, en zijn korte, maar toch gezaghebbende boek over voeding en levensstijl, "Hanhagas Habrius."

Ook een opgeleid arts als Rabbi Moshe Nachmanides (De Ramban) gebruikte zijn commentaar op de Tora om zijn medische filosofie uit te drukken:

"De rechtvaardigen van eerdere generaties raadpleegden geen artsen. Omdat ze beseften dat zonde de oorzaak van ziekte was gingen ze naar een profeet om uit te vinden welke misstap de oorzaak van hun ziekte was. Zo zien we dat koning Hizkia de Profeet Jesaja geraadpleegd heeft toen hij ziek werd. (2 Koningen 20:1-3) Hij heeft geen arts geraadpleegd. Zelfs na de verwoesting van de Tweede Tempel waren er nog mensen die zich op deze manier gedroegen. De Gemara (Horios 14a) stelt dat tijdens de tweeëntwintig jaar dat Rabbah het Joodse Volk leidde, Rav Yosef nooit een arts raadpleegde. In de oude wereld, vertrouwden de rechtvaardigen alleen op Hashem om hen te genezen. Degenen die niet waren als de rechtvaardigen raadpleegden artsen over hun gezondheid en willen natuurlijke middelen voor genezing. Hashem zou hun genezing tot stand brengen door middel van natuurlijke middelen. Hashem leidt elk individu volgens het pad dat deze koos voor zichzelf (Berachos 60a). De Tora geeft een arts toestemming om te genezen. De Tora geeft geen patiënt expliciet toestemming om een arts te raadplegen." (Ramban op Leviticus 26:11)

Als aanvulling op de Rambam en de Ramban, onder de grote middeleeuwse Joodse geleerden waren ook Rabi Avraham ben HaRambam, Rabi Yehuda Halevi, De Ran, Rabi Shmuel Ibn Tibon, Rabi Moshe Ibn Tibon en Rabi Yosef Albo en de Seforno allen praktiserende artsen.

De twee reuzen van de moderne Europese Joodse geschiedenis, de Baal Shem Tov en de Vilna Gaon hadden elk een uitgesproken mening over de praktijk van de geneeskunde. Er wordt verteld dat de Vilna Gaon eens zijn broer Reb Yissachardie Dov, die ziek was, ging bezoeken. Het gebeurde dat twee artsen aanwezig waren. De Gaon wendde zich tot zijn broer en vroeg: "Waarom heb je dokters nodig, Hashem geneest toch de zieken?" Eén van de artsen onderbrak hem. "Heeft Hashem de artsen en medicijnen voor niets gemaakt?" "En waarom heeft Hashem varkens gemaakt," antwoordde de Gaon, "Niet voor consumptie door de Joden! Zo is het ook met artsen: misschien gaan de heidenen naar hen, maar voor de Joden is Hashem de genezer van de zieken en de Schepper van geneesmiddelen".

Aan de andere kant, was de Baal Shem Tov erkend als een spirituele genezer en als arts. In Shivchei HaBesh"t staat dat een prominente arts een gravin bezocht. De gravin prees uitbundig de Baal Shem Tov als een groot man en een bijzonder genezer. De dokter vroeg de gravin om de Baal Shem Tov te consulteren. Toen hij kwam, vroeg de dokter hem of het waar was dat hij een deskundig arts was. "Dat is juist" antwoordde de Baal Shem Tov. "Waar hebt u dat geleerd. Wie was uw docent?" vroeg de dokter. "Hashem leerde mij" antwoordde de Baal Shem Tov. De dokter lachte hartelijk, en vroeg of hij wist hoe hij de pols moest nemen. De Baal Shem Tov antwoordde "Ik zelf heb last van een bepaald probleem. U neemt mij de pols en kijkt of u kunt vaststellen wat het is en ik neem u de pols en we zullen zien wat daaruit blijkt." De dokter nam de Baal Shem Tov de pols, en kon vertellen dat er een probleem was, maar hij wist niet wat het was. De waarheid was, dat de Baal Shem Tov ziek was - hij bezwijmde van liefde” voor Hashem, (Hooglied 2:5), maar dat ging het begrip van de arts te boven. Vervolgens nam de Baal Shem Tov de hand van de arts om de pols te onderzoeken. De Baal Shem Tov wendde zich onmiddellijk tot de gravin en vroeg haar of er was ingebroken. Hij ging verder met het noemen van een aantal kostbare dingen. "Ja" antwoordde de gravin, "het is een paar jaar geleden dat ze werden gestolen, en ik heb geen idee waar ze zijn." Stuur iemand naar de verblijven van de arts en open zijn koffer. U vindt er alles omdat ik de diefstal in pols van de arts kan voelen. "De gravin stuurde iemand naar de verblijven van de dokter en daar vond men al de gestolen goederen, precies zoals de Baal Shem Tov had gezegd. De arts viel in ongenade.

Ten derde

De Joodse traditie vertelt ons dat alle genezing afkomstig is uit de Ene Bron. Het is interessant om onderzoek te doen naar een aantal opmerkelijke parallellen gevonden in de traditionele Joodse en Oosterse Geneeskunde. Een gemeenschappelijke parallel is het gebruik van wat Oost-Europese Joden noemden "Bankes" of "cupping" 2), samen met aderlaten. De mondelinge Tora noemt zijdelings dat het gebruik van cupping onderdeel is van het proces van aderlaten om bijzondere gevallen te behandelen en ook om in de omgeving van de navel digestieve aandoeningen te verhelpen. Ook de Chinese therapie gebruikt "bleeding" bij de behandeling van bijzondere aandoeningen en in samenhang met cupping en aderlaten om acute verstuiking te behandelen en blauwe plekken begeleid door een bloeduitstorting of een zwelling. De contra-indicaties in beide tradities zijn identiek: elk leegte syndroom 3). In beide tradities worden specifieke punten gebruikt om ader te laten, en al is, naar mijn beste weten, een energiek netwerk van kanalen en meridianen niet geïdentificeerd door Joodse bronnen, toch is de effectiviteit van het gebruik van specifieke punten aan het einde van de ledematen om bepaalde aandoeningen te behandelen in de traditionele Joodse Geneeskunde een interessante parallel. Nog een ander gemeenschappelijk element is de gevoeligheid voor circadian ritmes 4) van het lichaam. In feite vinden we in de Joodse traditionele bronnen specifieke seizoenen en tijdstippen van de dag voor het aderlaten ten behoeve van bepaalde organen en ziekten. Ook in de traditionele Oosterse geneeskunde heeft elk groot orgaan een specifieke tijd van de dag en het seizoen, en kan dan het best worden behandeld. (De Chinezen noemen dit het systeem van overeenkomstige seizoenen en tijden van de dag, "de hemelse stengels en aardse takken.")

Een andere parallel is het respect dat beide tradities hebben voor de kruidengeneeskunde en de geneeskrachtige eigenschappen van voedsel. In "ten eerste" hebben we vermeld dat de Bron van alle genezing Hashem is, zoals gezegd in Exodus, "Ik ben Hashem, uw genezer." De context van dit vers is een fascinerende episode die plaats heeft na de uittocht uit Egypte en de splitsing van de Rode Zee, en voor het ontvangen van de Tora op de berg Sinaï. Aangekomen bij een oase genaamd Mara, waar het water bitter en ondrinkbaar was, droeg Hashem Moshe op een stuk bitter hout te werpen in het bittere water, waardoor het water zoet werd. Het sleutelwoord is "droeg op", zegt Rabenu Bachaya Ibn Paquda (een tijdgenoot van de Rambam). Want in Mara, leerde Hashem Moshe dat alle planten en kruiden natuurlijke geneeskrachtige en helende eigenschappen hebben en spirituele "segula" helende eigenschappen die niet geregeerd worden door natuurwetten.

Als het om de meer wenselijke benadering van genezing gaat, stelt de Rambam duidelijk, "Medicijnen die in voedsel zitten en die ook therapeutische krachten hebben zijn te verkiezen boven medicijnen die ook voedingswaarde hebben." Met andere woorden, preventieve geneeskunde en dieetleer is de eerste keuze van de Rambam. Evenals de Oosterse geneeskunde, erkent ook hij de therapeutische betekenis van geuren en eigenschappen in zowel voedingsmiddelen als kruiden. Bijvoorbeeld, in Pirkei Moshe, geeft de Rambam aan hoe specifieke smaken en temperaturen worden gebruikt: "Er zijn vier smaken die een therapie indiceren met als effect verwarmen: zoet de geringste mate van warmte, gevolgd door zout, bitter en tenslotte scherpte. De smaken die aangeven dat een remedie koelt zijn ook vier: smakeloosheid is de minste indicator van koude, daarna zuurheid, gevolgd door samentrekken en tenslotte ponticity (een extreme zuurheid en een harde samentrekking)". Daarnaast heeft de Rambam ook de eigenschappen van de smaken aangegeven. Bijvoorbeeld, hij noemt iets dat samentrekt koelt, droogt en dus verzamelt en verhardt. Zuur verdunt, opent, lost op, koelt en bant uit. Scherp lost op en opent als zuur, maar trekt ook, verwarmt, vloeit en brandt. Bitter dient om te warmen, te drogen, te openen en de gangen te reinigen, en verdunt en lost vloeistoffen op. En zo gaat het ook met de andere smaken. Hij geeft ook in Pirkei Moshe een uitgebreide Materia Medica, op basis van smaken en temperaturen van kruiden. Hoewel de theorie en de omschrijving van kruiden geneesmiddelen veel meer ontwikkeld is, voor zover ik weet, in de traditionele Oosterse geneeskunde, vinden we nog steeds duidelijke omschrijvingen van kruiden die werden gebruikt door de Rambam.

Tenslotte, een fascinerend gemeenschappelijk gebied voor de diagnose is het gebruik maken van de pols, en hun relatie tot de elementen. Als we ons wenden tot de Tora traditie, vinden we dat de meesters van de joodse mystiek in staat waren om niet alleen lichamelijke aandoeningen van de pols te onderscheiden (zoals we vinden in de Oosterse geneeskunde, waar 6-puls punten, drie aan elke pols en achttien diagnostische posities worden gebruikt tot en met 28 verschillende pols patronen), maar ook geestelijke ziekten! In de mystieke Joodse traditie zijn er 10 belangrijke impuls patronen, elk manifesteert een bepaald soort van vitaliteit die in het lichaam stroomt via de ziel. In de woorden van de heilige Arizal, "Een gegeven puls patroon geeft aan welk aspect van de Goddelijke ziel in de vitale energie van de puls komt, op het gegeven moment dat dit patroon verschijnt." (Het is interessant om hier op te merken, dat in beide tradities, veeleer de nadruk valt op het primaat van de functie dan op die van de structuur.) We vinden dan, dat in beide tradities, de algemene gezondheid van het lichaam, afhankelijk is van de harmonie die tot uiting komt in de pulsen en dat eventuele gebreken of blokkades in de stroom van de vitale verbindende energie (die de Chinezen 'qi' noemen) zal leiden tot ziekte. (Zie ook Likutei Amarim, Igeres HaKodesh hoofdstuk 31).

Als laatste zou ik willen benadrukken dat elk systeem het van groot belang acht hoe emoties zich verhouden tot specifieke organen. Zo God het wil zal ik in toekomstige artikelen dieper ingaan op de praktische aspecten van deze relatie. Maar laten we eens het hart als voorbeeld nemen. In de traditionele Oosterse geneeskunde is het hart waarin de "shen" dan wel de geest huist gerelateerd aan geluk. Ziekten gerelateerd aan het hart worden gemanifesteerd door onbezonnen, grillig gedrag, prikkelbaarheid, slapeloosheid en het onvermogen om innerlijke rust te vinden. Vanuit een Joods perspectief is afwezigheid van vreugde en geluk de reden dat de "Neshama" of de ziel ziek wordt, en als gevolg daarvan ook het lichaam. Vreugde, zo vertellen onze wijzen verlevendigen de pols en brengt welzijn. Het is mijn hoop, dat met het nodige enthousiasme, de oude tradities van traditionele Joodse en Chinese Geneeskunde kan worden bestudeerd en geharmoniseerd, met het oog op bevordering van het lichamelijke en geestelijke welzijn dat koning Hizkia voor ogen stond.

Noten van de vertaler.

1) De NBG vertaling is hierin niet correct.
2) Cupping is een alternatieve geneeswijze waarbij een vacuüm boven de huid van een patiënt gecreëerd wordt.
3) Bij het Leegte Qi-syndroom staan vermoeidheidsverschijnselen sterk op de voorgrond. Het gebrek aan energie is afhankelijk van het orgaansysteem waarin dit voorkomt. Leegte Qi vertaalt zich in verschillende symptomen, zoals lage rug-pijn, pijn in knieën of bleek aangezicht. Ook weinig weerstand en spontaan zweten komen voor. De behandeling van leegte Qi bestaat uit het beïnvloeden van punten die de Qi herstellen. Deze punten liggen onder meer op de schenen. Maag 36 is een veelvuldig gebruikt punt, evenals Blaas 23 op de rug. Om de behandeling een extra voedend karakter te geven, verwarmt de acupuncturist deze punten vaak nog eens met moxa.
4) Een "circadian" ritme is een globaal genomen 24-uur cyclus in de biochemische, fysiologische, processen van een levend organisme.


Bron: Medicine in Judaism Yehuda Frischman is bevoegd geoordeeld door de "California Acupuncture Board" om acupunctuur en oosterse geneeskunde uit te oefenen. Hij is afgestudeerd aan de Koninklijke Universiteit Dongguk (2004) met een Master of Science graad in de oosterse geneeskunde. Voor zijn website klik hier. Vertaald uit het Engels door de webmaster.

Aantekeningen

Home Malben

Begrippenlijst

printer

Gemorra is de zorgvuldige bewerking, in de 2e tot 5e eeuw van de gewone jaartelling, van de Mishna, die dient als het fundament van de Joods wet.

Hashem betekent letterlijk: "de Naam" is een vervangende term voor de Almachtige zodat wij niet riskeren Gods naam ijdel te gebruiken.

Mishna is de mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Mitzwoth Er zijn 248 positieve geboden en 365 negatieve geboden corresponderend met 248 ledematen, gewrichten en 365 weefsels, pezen of bloedvaten.

Talmoed is de Joodse mondelinge Tora omvattende de Mishna en de Gemorra. De Gemorra is een verslaglegging van discussies tussen joodse geleerden uit de derde tot en met de zesde eeuw van de gangbare jaartelling. De debatten in de Gemorra zijn zeer uitgebreid en gaan over allerlei onderwerpen zoals wiskunde, recht, geschiedenis enzovoorts. Betreffen het uitspraken over de leer dan spreekt men van 'halacha' waar de term 'halachisch' van is afgeleid. Andere uitspraken worden 'agada' genoemd en behelzen meer verhalende zaken. Mishna is mondelinge Tora door God aan Mozes gegeven, uiteindelijk gecodificeerd door Rabbi Akiva, zijn leerling Rabbi Meir, en zijn leerling Rabbi Yehuda HaNassi, 1e tot 2e eeuw van de gewone jaartelling.

Tora is letterlijk "instructie"; Er zijn twee betekenissen. De vijf boeken van Mozes zijnde Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium en meer in het algemeen verwijst het naar de Joodse leer en wat wij ten onrechte het Oude Testament noemen.

ZT"L is de Hebreeuwse afkorting voor "moge de herinnering van de Tzaddik tot een zegen zijn" en wordt gebruikt voor een heilig en rechtvaardig mens.